Ik behoor tot de generatie van de woelige jaren ’80. Die tijd werd gekenmerkt door een economische crisis, harde besparingen, wilde stakingen, aanslagen, … Maar het was vooral een tijd van grote ideologische tegenstellingen. Een strijd tussen arbeid en kapitaal of om het in ouderwetse termen te zeggen: de werknemers tegen de patroons. Mijn eerste herinnering aan die jaren waren de mijnstakingen in Noord-Engeland tegen dat ongebreidelde liberalisme van ‘Maggie’ Tatcher. Later kwamen daar figuren als Reagan en Martens bij. De talloze indexsprongen en de rechtse regeringen maakten het sociaal overleg onmogelijk en vakbonden werden buiten spel gezet. De sociale zekerheid werd beetje bij beetje uitgekleed. Fiscale voordelen voor de rijken schoten als paddenstoelen uit de grond. Zoiets kan niet zonder gevolgen blijven. We voelen die nog altijd: een gedaalde koopkracht, een hogere werkloosheid en meer armoede. De kloof tussen arm en rijk werd groter, die tussen laag- en hoogopgeleiden ook. Samengevat: we werden er als samenleving niet beter van. Zo een politiek laat sporen na, het duurde jaren voor we de negatieve effecten van dit rechtse beleid enigszins ongedaan konden maken.

Oude wijn in nieuwe zakken!

Volgens de verkiezingsprogramma’s van vandaag dromen sommige partijen en bedrijfsleiders nu terug van een dergelijk scenario. De recepten uit de jaren ’80 worden misschien anders verpakt, maar ze hebben dezelfde verarming en tweedeling tot gevolg. Het voorstel van NVA om de index af te schaffen is een eerste, zeer concreet voorbeeld. Dat voelen we allemaal meteen in onze portemonnee! Hetzelfde geldt voor hun idee om de loonsverhoging of aanpassing van de lonen per sector te onderhandelen.

De NVA wil bovendien de uitgaven van de overheid bevriezen, omdat het – zo heet het – noodzakelijk is! Lees: we besparen en knippen! Dat worden minder middelen voor ambtenarenlonen, politie, onderwijs, justitie, … Meteen voelbaar vraagt u? Ja zeker! Hier staan de centen centraal in de plaats van de burger. Hoeveel dienstverlening zal er overblijven?

Uit hetzelfde rechtse receptenboek: meer taksen, accijnzen en btw voor 1,1 miljard vanaf 2016. Werklozen verliezen na maximum twee jaar hun uitkering. Wachtuitkeringen voor schoolverlaters die geen baan vinden, verdwijnen. En dat alles in een economisch moeilijke tijd. Leefloners zullen aan de slag moeten: zij moeten gemeenschapsdienst leveren.

Cijferfetisjisme

Wat me in dit rechtse discours nog het meest opvalt, is het ontbreken van de menselijke factor en de zware klemtoon op efficiëntie en cijfers! Cijfers tonen aan wat verlies en winst zijn, maar geven nooit aan waar het maatschappelijke verlies en menselijk leed zit. Deze maatregelen geven blijk van wantrouwen: wantrouwen tegenover wie dag na dag hard werkt, of zich vrijwillig inzet voor anderen. Wantrouwen tegenover de laaggeschoolde jongen die geen werk vindt of de 50-plusser die door een faillissement zijn baan verloor. Wantrouwen tegenover de alleenstaande moeder die chronisch ziek is, … En net daar zit het verschil tussen de linkse en de rechtse recepten: wij geloven in de kracht en de noodzaak van onze sociale zekerheid! Door samen te werken en ja, door zelfs echt samen te leggen, vangen we de risico’s – eigen aan ons bestaan- op. De hele tijd door hebben de socialisten geprobeerd om zonder uitzonderingen dezelfde kant te kiezen: die van de mensen die het niet zo gemakkelijk hebben. We weten ook wel dat er een crisis is. We beseffen misschien beter dan de anderen, dat er maatregelen moeten genomen worden. Besparen, zegt u. Ja zeker, maar niet op de kap van de zwaksten! Laten we besparingen doorvoeren, zonder dat altijd de zelfde groep eerst wordt getroffen. Besparen, wel zeker, maar dan op een rechtvaardige manier en met een hart voor de mensen die de anderen nodig hebben. Er zijn verworvenheden waar wij niet aan laten tornen. Dat zijn we onszelf verplicht. Dat zijn we verplicht aan de mensen die op ons rekenen.

De geest van Maggie!

Het beeld van het neerslaan van stakende arbeiders in Noord-Engeland staat gebrand op mijn netvlies. Het was het begin van mijn engagement. Het was niet alleen het letterlijk neerslaan van verzet maar evenzeer het monddood maken van een grote massa werkende burgers. Wij wensen geen overheid die ons aan ons lot overlaat. Op 25 mei kunnen we met zijn allen kiezen. En wij kiezen voor een overheid die in ons investeert en gelooft in ons kunnen. Als burgers hebben wij daar alle belang bij. Daar gaan we samen voor!