De wekelijkse column van Marc Didden in DMmagazine van 8 juni 2013 verwijst naar het projectvoorstel van Yamila Idrissi voor een museum voor moderne en hedendaagse kunst aan het Kanaal in Brussel. 

Wat jammer dat Parking C aan de Heizelvlakte gaat verdwijnen. Ik vond het net zo'n idyllisch plekje en vanuit de lucht gezien ook een beetje een kunstinstallatie, een stukje land art met een snuif Daniel Buren erbij, vanwege al die witte lijnen. U weet wat ik bedoel, hoop ik, want ik even helemaal niet.

Ze gaan er een voetbalstadion bouwen, hoor ik ook. Omdat het nodig is. Maar nodig voor wie? Dat zeggen ze er niet bij. Voor Freddy Thielemans wellicht, zodat hij eindelijk 'zijn' Heizel vrij heeft om er zijn bezopen plan voor een megalomaan bouwproject te realiseren.

Voor Alain Courtois, een mislukte voetbalmanager en mislukte politicus die dan maar een mislukte bondsbobo geworden is en zichzelf voorhoudt dat het toch een schande zou zijn dat een groot Europees voetbaltoernooi in 2020 Brussel wel eens zou kunnen passeren als er geen geschikt stadion te vinden zou zijn.

So what, denk je dan, maar Courtois, en nog een hele stoet Brusselse dorpspolitici in zijn zog, toeteren dan eenstemmig dat het missen van zo'n Europese openings- of sluitingsmatch (want daar gaat het uiteindelijk slechts om) toch erg zou zijn voor "de hoofdstad van Europa".

Nu, ik zal het nog één keer herhalen voor de minder begaafde leerlingen in de klas: Brussel is niet de hoofdstad van Europa (want dat zijn Parijs, Londen of Berlijn).

Nu, ik begrijp weldat het handig zou kunnen zijn voor de Rode Duivels als die ergens te lande een passende vaste stek hadden, maar Brussel hééft al een voetbalstadion, en zelfs meer dan één.

Ik geloof persoonlijk zeker dat het fijne Koning Boudewijnstadion door een architectenbureau van enig niveau makkelijk zou kunnen worden omgebouwd tot een moderne sporttempel. Het ligt daar trouwens ook perfect, zo geprangd tussen de Brusselse ring en de A12, met bus-, tram- en metrosysteem dat al kant en klaar is, en voor wie dan toch nog met de eigen auto wil komen is er nog die geweldige Parking C, voor mensen met heimwee ook nog eens voorzien van een uitzicht op Vlaanderen. 

Wat Brussel beslist níét heeft, is een goed Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst. Ook al bestaat daar al jaren een droom voor die ooit gedroomd is door Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (sp.a) en nu blijkbaar ook overgenomen is door CD&V, een kiesvereniging die zelden verdacht kon worden van grote liefde voor de kunsten of, for that matter, de prangende problemen van de vermeende hoofdstad van Europa, en Vlaanderen, maar toch het voordeel biedtdat ze niet uitsluitend bevolkt wordt door Vlaams-nationalisten.

Zo'n nieuw museum zou de nu watverloederde buurten zoals die rond de Ninoofsepoort zeker een nieuw soort leven kunnen beloven en handel en horeca volgen dan ook wel, zoals in andere steden uitvoerig gebleken en bewezen is. Maar het voornaamste zou toch zijn dat een stad die zichzelf respecteert eindelijk eens stopt met reizigers te lokken via pissende mannekes, minderwaardige chocolade, schraal bier, neptentoonstellingen over Leonardo Da Vinci en fucking Toots Thielemans.

Zo'n modern museum in Molenbeek zou fijn zijn omdat die gemeente dan eens op een andere manier in de krant kan komen dan vanwege het excelleren in disciplines als 'kindersterfte' en 'meisjes ambeteren'.

Het zou vooral belangrijk zijn omdat deze stad natuurlijk barst van de zelden of nooit getoonde hedendaagse en moderne kunst. 

Dat is vanzelfsprekend voor wie al eens een bezoek brengt aan de werkplaatsen van de talrijke en talentvolle kunstenaars uit de hele wereld die hier aan het werk zijn. 

Dat blijkt uit het werk dat hangt in de statige huizen en soms zelfs privémusea van de vele uitmuntende privékunstenaars die op ons grondgebied opereren. Dat blijkt uit de stapelplaatsen waar onze grote galeristen hun reserves stouwen. Dat blijkt uit de werken die ongezien aanwezig zijn in talloze officiële gebouwen, de luxueuze hoofdzetels van onze financiële instellingen, de kabinetten van de zeldzame politici met goede smaak. Dat blijkt uit de exquise verzameling binnenlandse kunst die de gebouwen van het Vlaams Parlement 'versieren' en die absoluut meer ontsluiting nodig hebben. Dat blijkt vooral uit de donkere kelders van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten waar, in naam van Magritte, enkele honderden moderne topwerken in het verdomhok staan te verrotten. 

Wat zou het fijn zijn om een mooi gebouw ter beschikking te hebben in een spannende buurt om dan al dat fraais te tonen aan verbaasde voorbijgangers, nieuwsgierige toeristen, spelende migrantenkinderen en reguliere kunstliefhebbers. Met graag ook een goed museumcafé erbij, een aardige kunstboekhandel en, waarom niet, een door local artists bewerkte kunstboot of -bus die de bezoekers vlotjes naar Wiels, het Wiertzmuseum of het Hortahuis transporteert.

Maar om zoiets te realiseren heb je natuurlijk een man of vrouw met ideeën nodig, iemand die ook nog wat guts in huis heeft en visie, en de kracht kan opbrengen om tegen dorpspolitiek en vastgoedwaan op te boksen.

Iemand met ongebonden handen en op zijn of haar rug graag ook nog een zak vol duiten. Iemand die de kunst zal dienen en niet het eigenbelang. Zulke mensen zijn niet dik gezaaid. Dat weet ik ook wel. Maar men zou al kunnen beginnen met ernaar te zoeken. Het zou ook een buitenlander kunnen zijn. Of een Belg uit het buitenland. Men zou alvast eens kunnen proberen Chris Dercon weg te weken uit Londen om hem terug te brengen naar de stad waar voor hem toch ook veel begonnen is.

Als men het maar niet gaat zoeken tussen de vazallen en de apparatsjiks die nu veelal de dienst uitmaken wanneer het om Brussel en zijn musea gaat. Misschien moeten de mensen die nu Bozar, Wiels en de Muntsschouwburg besturen eens samen gaan zitten om zich bij een pot sterke koffie te bezinnen over wat zo'n Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst aan het Kanaal zou kunnen, nee móéten, zijn.

Mij maakt het eigenlijk niet zoveel uit door wie het er komt, als het er maar komt. En als ik er maar, wanneer ik straks tachtig ben, een decafeïné kan gaan drinken in het Museumcafé terwijl ik er naar de bootjes en de meisjes kijk. Ik geef toe: een beetje eigenbelang is ook mij niet vreemd.