Afgelopen dinsdag stelde ik in commissie Welzijn de vraag naar meer hulp voor de door ebola getroffen landen in West-Afrika. Volgens Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon is er twintig keer meer hulp nodig dan nu wordt gegeven. Minister Vandeurzen weigerde op mijn specifieke vraag te antwoorden.

Vorige week was er een nieuwe uitbraak van ebola in Sierra Leone. Intussen kwam ook het eerste geval in Europa aan het licht. Het virus werd vastgesteld bij een Spaanse verpleegster die hielp bij de verzorging van een geestelijke die het virus had opgelopen in Liberia. Het dodental lag begin oktober voor de getroffen regio op zo’n 3500 mensen; het aantal besmettingen op ongeveer 7500. 90 procent van de mensen die besmet zijn, overlijdt ook aan de ziekte, wat het een van de dodelijkste ziektes maakt.

Momenteel kennen we de dodelijkste ebola-uitbraak in de geschiedenis, zowel wat het aantal mensen als het aantal getroffen landen betreft. De kans dat er ook in België mensen in contact komen met het virus stijgt, al blijft de kans al bij al klein.

Organisaties als Artsen Zonder Grenzen kunnen de hulp nauwelijks bijbenen bij gebrek aan plaats, geschikt materiaal en voldoende personeel. De meeste gezondheidswerkers hebben geen ervaring met ebolapatiënten en hebben ook geen enkele training gekregen over hoe ze zichzelf moeten beschermen. De zwakke lokale gezondheidszorg zorgt er niet alleen voor dat slachtoffers van het ebolavirus niet op een gepaste manier kunnen worden behandeld, maar door de toevloed van ebolapatiënten kunnen ook andere ziektes niet worden behandeld. In heel Liberia waren er in 2010 51 dokters. De meesten zijn intussen overleden aan ebola.

De internationale gemeenschap moet dringend haar verantwoordelijkheid nemen. Al bij het prille begin van de uitbraak schoot de Wereldgezondheidsorganisatie tekort, zegt professor Piot. Het departement dat verantwoordelijk is voor het coördineren van dit soort van epidemieën, werd hard getroffen door besparingen. Het is allemaal te traag en allemaal te weinig, luidt de kritiek. Volgens secretaris-generaal Ban Ki-moon is er twintig keer zoveel hulp nodig dan nu wordt gegeven.

Vlaanderen en België beschikken over de middelen en de expertise, onder meer in het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. De Vlaamse Regering heeft reeds initiatieven genomen. Zo werd 250.000 euro aan Artsen Zonder Grenzen gegeven en werd een nieuw wetenschappelijk onderzoek van bloedstalen gesubsidieerd. Het is alvast een stap in de goede richting maar er is absoluut meer nodig.

Het Instituut voor Tropische Geneeskunde is van mening dat er dringend nood is aan coördinatie op Europees niveau in de getroffen regio. Bovendien moet ook Vlaanderen zich voorbereiden op de mogelijkheid dat er ook hier ebola opduikt. De Vlaamse Gezondheidsinspectie speelt hierin een belangrijke rol met haar preventieve rol inzake infectieziekten. De gezondheidswerkers die in eerste instantie met ebola te maken kunnen krijgen, moeten voldoende opgeleid en geïnformeerd zijn. Toen ik de vraag indiende, was er nog geen update van het plan van aanpak voor gezondheidswerkers gebeurd. Ik weet dat het intussen wel zo is, waarvoor dank.

U kan het volledige verslag hier lezen.