Sociale verhuurkantoren (svk) huren woningen en appartementen op de privémarkt om ze daarna tegen een gematigde huurprijs door te verhuren aan kwetsbare huurders. Ze zijn dus niet alleen een goede zaak voor de kwetsbare huurders, maar ook voor de verhuurders, die zeker zijn van hun maandelijkse huur en onderhoud van het pand. Sinds 2009 trekt Vlaanderen er steeds meer middelen voor uit; met goed gevolg: Het aantal woningen dat ze verhuren steeg van 4.915 in 2009 tot 7.025 in 2013. Inmiddels is er in de verschillende Vlaamse provincies een aanbod van svk-woningen in zo goed als alle gemeenten, behalve in Oost-Vlaanderen. Daar zijn er nog steeds in één op de drie gemeenten geen sociale verhuurkantoren. De minister van Wonen heeft niet meteen een verklaring voor het achterblijven van Oost-Vlaanderen. Ze kondigt een evaluatie aan en zal bekijken of er maatregelen nodig zijn. Joris Vandenbroucke roept de Oost-Vlaamse gemeenten op om daar niet op te wachten. “Wat in alle andere provincies kan, moet in Oost-Vlaanderen toch ook kunnen? Hier zijn geen excuses voor. Ook de kwetsbare gezinnen in Oost-Vlaanderen, ongeacht waar zij wonen, hebben recht op een betaalbare huurwoning. Ik roep de 20 Oost-Vlaamse gemeenten zonder sociaal verhuurkantoor op om onmiddellijk in actie te schieten. Ook hun inwoners hebben recht op een sociaal woonbeleid. Tegelijk vraag ik Vlaams minister Liesbeth Homans om desnoods subsidies uit het gemeentefonds in te houden van die gemeenten die geen stappen vooruit willen zetten.”