Meerderheid laat kans schieten om werk te maken van statuut student-ondernemer

Met een diploma bedrijfsbeheer en een ondernemingsnummer op zak kan je als student een zaak starten. Dat is goed om al op jonge leeftijd de knepen van het vak te leren. "Helaas stellen we vast dat de student-ondernemer vandaag ongelijk wordt behandeld in vergelijking met een jobstudent”, zegt Ann Vanheste. Vanmorgen heeft de meerderheid de kans laten schieten om het wetsvoorstel van sp.a goed te keuren dat de discriminatie tussen student-ondernemer en jobstudent weg wil werken.

In de commissie Bedrijfsleven werd het voorstel van sp.a voor het oprichten van een statuut voor de student-ondernemer weggestemd. Kamerlid Ann Vanheste is verbaasd: “Verschillende leden van de meerderheid, maar ook Vlaams minister Muyters hebben zich in het verleden als voorstander van zo’n statuut uitgesproken. Vandaag laten ze de kans liggen om er ook effectief werk van te maken. Dat begrijp ik niet."

Student-ondernemers mogen vandaag een jaarinkomen van maximum 1424 euro verdienen om te kunnen genieten van een vrijstelling van sociale bijdragen. Dat terwijl jobstudenten om van diezelfde vrijstelling te kunnen genieten tot 6742 euro mogen verdienen. Ook fiscaal bestaat er een verschil in behandeling tussen jobstudenten en student-ondernemers. Om fiscaal ten laste te blijven van de ouders wordt voor jobstudenten de eerste schijf van 2600 euro niet meegerekend als netto bestaansmiddel. Voor student-ondernemers is deze vrijstelling niet van toepassing.

In het voorstel van Kamerlid Ann Vanheste (sp.a) worden de voorwaarden voor student-ondernemers gelijk getrokken met de voorwaarden voor de jobstudent. “We moeten jonge ondernemers steunen en aanmoedigen om te ondernemen, niet ontmoedigen. Dit gaat over studenten waarbij het kriebelt om te ondernemen, maar toch een diploma willen behalen. Dat zouden we moeten toejuichen."

Dit voorjaar bleek nog uit onderzoek van Gentse onderwijsinstellingen dat maar liefst 40 procent van de Gentse studenten die tijdens hun studies een onderneming oprichtten, het ondernemerschap ook na de studies zet het ondernemerschap voort nadat ze afgestudeerd zijn. Een kwart van dat percentage blijft in bijberoep ondernemen, 15 procent doet dat in hoofdberoep.

Deze discussie werd gesloten.