Meertaligheid als troef

Caroline Gennez, onderwijsspecialist van sp.a, vindt dat in ons Vlaams onderwijs kennis van het Nederlands en respect voor de thuistaal van leerlingen hand in hand moeten gaan. De aanpak van het GO! is daarom niet meer dan logisch.

Ons onderwijs presteert in PISA nog steeds goed, maar tegelijk kampen we met een gigantische kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen en tussen leerlingen wiens thuistaal al dan niet Nederlands is. We bengelen in ongelijkheid helemaal achteraan in het OESO-peloton. Schools welbevinden is belangrijk voor de leerwinst van elk kind, a fortiori voor de schoolprestaties van anderstalige leerlingen. Het gaat er om dat kinderen zich thuis moeten kunnen voelen op school. Dat is moeilijk als je hun thuistaal volledig verbiedt op school. Dat gaat niet ten koste van gebruik Nederlands als instructietaal, integendeel. Ontspannen met taal omgaan, helpt om beter te leren op school, ook om Nederlands te leren. Respect voor de thuistaal zou dus een evidentie moeten zijn op school.

Uiteraard is het belangrijk dat we in ons onderwijs 1 gedeelde instructietaal hebben en dat is en blijft Nederlands. Maar waarom ook niet de thuistaal van kinderen valoriseren om kennis over te brengen? Meertaligheid is altijd al een troef geweest voor Vlamingen in de wereld, laten we die kennis van meerdere talen ook bij nieuwe Belgen koesteren. Een belangrijke randvoorwaarde voor goede schoolprestaties is de ‘taligheid’ van het kind. Taalarmoede, zowel in het Nederlands als in een eventuele andere thuistaal, is altijd een rem. Thuis en in ons onderwijs is het dus zaak om volop in te zetten op taalrijkdom: verhalen vertellen en voorlezen aan de kleintjes, zin voor dialoog en discussie bij de oudere leerlingen.

Het GO! zet een belangrijke stap naar het creëren van taalrijke scholen. Met dit plan van aanpak gaat het GO! Voluit voor een pragmatische en logische aanpak in onze diverse samenleving. Ook het KOV en diverse wetenschappers treden deze pragmatische benadering bij, weg van het problematiseren en polariseren. Want onderwijs is mensenwerk en op school zet je best het kind met zijn diverse identiteiten centraal.

De leerkracht geeft les in het Nederlands, de leerlingen leren al spelend en doende. Aan het einde van de rit is de leerwinst groter en de meertaligheid gevaloriseerd. Dat kan bijdragen tot betere schoolprestaties voor alle kinderen en minder ongelijkheid in ons onderwijs. Wie daartoe kan bijdragen, mag dat vooral niet verzuimen.

Deze discussie werd gesloten.