“Vluchten naar Amsterdam of Parijs zijn niet meer te verantwoorden”, zegt Joris Vandenbroucke. Daarom stelt hij voor om buitenlandse reizen bij de Vlaamse overheid te verduurzamen. 

Het Vlaams Parlement heeft al beslist dat het vanaf de volgende legislatuur  voor bestemmingen op minder dan 500 kilometer, of die binnen de zes uur te bereiken zijn met de trein, geen vliegtuig meer zal te nemen. “Maar dat voorstel kan nog beter”, zegt Joris Vandenbroucke. “Die regel zou ook moeten gelden voor heel de Vlaamse overheid: ook ambtenaren en ministers moeten voor korte trajecten de trein kiezen. “

Vandenbroucke diende in februari al een gelijkaardig voorstel in. “Toen werd het nog weggestemd door de meerderheidspartijen in de commissie Bestuurszaken. Maar nu heb ik er een goed oog in dat de meerderheid het voorstel deze keer wel zal steunen. De geesten zijn gerijpt na de ophef over een vliegtuigreis van de commissie Bestuurszaken naar Bordeaux . En als het Vlaams Parlement zich achter de maatregel schaart, zie ik niet in waarom we het niet voor de hele overheid kunnen invoeren. Ook in Nederland bestaan er gelijkaardige richtlijnen.”

Dat het voorstel van Vandenbroucke wel degelijk nodig is, bewijzen de cijfers. Vorig jaar gebruikte de Vlaamse overheid bijna zes keer per dag keer gebruik van het vliegtuig voor dienstverplaatsingen. “Daar zitten vluchten naar Amsterdam, Parijs, Frankfurt, Keulen en Londen bij, allemaal makkelijk te bereiken met de trein. Prijs, comfort en snelheid zijn de doorslaggevende criteria, terwijl duurzaamheid optioneel is. Maar het klimaat betaalt de prijs. Dat valt niet meer te verantwoorden”, besluit Joris Vandenbroucke.