De hervorming van ons secundair onderwijs komt geen dag te vroeg. De schotten tussen aso, tso, bso en kso zijn verantwoordelijk voor een lawine aan gemiste kansen en een massale verspilling van talent.

Een brede eerste graad geeft kinderen tenminste de garantie dat ze twee jaar lang van allerlei walletjes kunnen eten.

Ik heb Handel gevolgd in het middelbaar. Veel kiezen was daar niet bij voor mijn twaalfjarige ik, met talenten en interesses had het ook weinig te maken. Het toenmalige PMS adviseerde me om naar Sint-Barbara te gaan, de school in Maasmechelen die genoemd was naar de patroonheilige van de mijnwerkers. We konden kiezen tussen Handel, Kantoor of Kleding. Wisten wij veel dat er nog veel meer te koop was in de wereld. Binnen die hiërarchie van aso en tso bestond ook nog eens een hiërarchie. Ik pochte 's avonds in onze slaapkamer tegen mijn zussen die ocharme Kleding volgden dat ik later met een aktetas zou gaan werken. Dan had je het echt gemaakt in onze buurt. Mijn 'keuze' voor Handel was trouwens ook ingegeven door hiërarchische overwegingen: dan kon ik nog een niveau zakken als het daar niet zou lukken. Zakken was ingecalculeerd, klimmen was nooit een optie. Dat was niet weggelegd voor een Kitir. Ook het pad van mijn broers lag vast. Ze trokken naar de Provinciale Technische School om Industriële Wetenschappen of Houtbewerking te volgen. Dat was nu eenmaal wat de jongens bij ons deden. Ook die keuze had weinig of niets te maken met aangeboren handigheid of een technische knobbel.

Niet voor mij weggelegd

Evident was het niet vanuit Handel, maar ik wilde graag verder studeren. Maar toen stierf mijn vader en ben ik noodgedwongen beginnen werken bij Ford. Ik ben uiteindelijk op mijn pootjes terechtgekomen. Dankzij een flinke dosis geluk en dankzij een paar mensen die echt in mij geloofden. Maar het blijft wringen: het gevoel dat je graag hogere studies had gedaan, dat je het met keihard werken ook tot een goed einde had kunnen brengen, maar dat het niet voor mij was weggelegd. Dan had ik me de eerste jaren in het parlement misschien niet zo geïntimideerd gevoeld door al die advocaten rond mij op de banken, die in debatten moeiteloos een of ander amendement uit 1969 uit hun hoge hoed toveren of uit het blote hoofd hele stukken uit de grondwet citeren. Ik heb bij Ford en de toeleveranciers de voorbije maanden van dichtbij gezien welke schade ons onderwijssysteem aanricht. Mensen die op hun twaalf jaar in een bepaalde, beslissende richting geduwd zijn en nu doodsbang zijn omdat ze niets anders kunnen dan wat ze de voorbije tien, twintig, dertig of veertig jaar hebben gedaan. Mensen die nu pas - nu het eigenlijk al te laat is - nadenken over wat ze met hun leven willen doen.

Juiste plek

Een brede eerste graad geeft kinderen tenminste de garantie dat ze twee jaar lang van allerlei walletjes kunnen eten. Dat ze kunnen ontdekken waar hun talenten liggen, waar ze goed in zijn, waar ze gepassioneerd door zijn. Is dat houtbewerking? Uitstekend. Is dat Grieks of Latijn? Even goed. Maar de brede eerste graad zorgt er tenminste voor dat kinderen op de juiste plek terechtkomen. Of ze nu graag met hun neus in de boeken zitten of met hun handen werken, het is hoog tijd dat onze samenleving verschillende talenten gelijk respect geeft. Want wie zijn wij om talenten en interesses een waardeoordeel toe te kennen? Toen ik op mijn achttiende bij Ford ging werken en alleen ging wonen, was ik totaal hulpeloos. En stond ik aan de deur bij mijn zusje die Kleding volgde, om het gat in mijn jas te laten naaien en mijn broek te laten inkorten. Zonder aktetas.