sp.a-Kamerlid Dirk Van der Maelen juicht de komst van een megadatabank voor de belastingen toe. Efficiëntie en rendement van fraudebestrijding nemen toe, controles worden eerlijker en ons privéleven is heus niet in gevaar. Lees onderstaand opiniestuk.

'Fiscus krijgt megadatabank om alle Belgen door te lichten', kopte De Tijd gisteren. Maar slechts de helft van die titel klopt. Een megadatabank, ja. Maar die dient niet om alle Belgen door te lichten. Die dient om de overheid efficiënter te laten werken en de fraude doeltreffender en eerlijker te bestrijden. Dankzij de megadatabank is het niet meer nodig voor de fiscus om alle Belgen door te lichten. Van gegevens die worden bijgehouden in 'megadatabanken' wordt snel gevreesd dat het privéleven van iedere Belg in gevaar is en dat het de bedoeling is iedereen te controleren. Big brother wordt dan al makkelijk gezegd. De beeldvorming bij zo'n discussie is enorm belangrijk. Ik zou het betreuren dat onjuiste beeldvorming het draagvlak voor de strijd tegen de fraude ondergraaft. Alle burgers en ondernemingen die het spel correct willen spelen en iedereen die een efficiëntere overheid wenst, zou de koppeling van databanken moeten toejuichen.

Datamining

Iedereen wil dat de overheid zo efficiënt mogelijk werkt. Wel, dan moeten we ook toelaten dat de overheid efficiënter kán werken. Gegevens in en tussen departementen vlot en structureel koppelen, is een cruciale basisvoorwaarde voor een performante fraudebestrijding. Ook de wet op de 'dienstintegratoren' is daar een belangrijk instrument in. De inlichtingen waarover de overheid beschikt, zijn immers veel te versnipperd aanwezig bij de verschillende overheidsdiensten. Die inlichtingen bijeenbrengen, maakt het mogelijk de effectiviteit van datamining en risicoanalyse sterk te verhogen. Daardoor kan de fraude veel gerichter worden bestreden. Meer opbrengst met minder middelen. Een hoger rendement dus.

Risicoprofiel

Ook de dienstverlening zal erop vooruitgaan. Nu vragen verschillende overheidsdiensten de mensen en ondernemingen steeds weer om dezelfde informatie, terwijl de overheid al over die inlichtingen beschikt. Dat is niet alleen overbodig, het vertraagt ook onnodig de procedures. Bijvoorbeeld bij het verstrekken van vergunningen. Maar er is meer. Deloitte berekende in opdracht van de vorige staatssecretaris voor fraudebestrijding, Carl Devlies, dat de kans op een grondige fiscale controle voor een zelfstandige 0,6 procent bedraagt in Hoei en 3,2 procent in Roeselare. Dat die kans vooral bepaald wordt door waar je woont of waar je onderneming is gevestigd, is onverdedigbaar. Toen ik op die studie reageerde dat ik de kans op controle bovendien te laag vond, kreeg ik berichten van zelfstandigen die bijna jaarlijks werden gecontroleerd, hoewel bij een vorige controle geen onregelmatigheden werden vastgesteld. Hun reactie is terecht. Ook de controleurs op het terrein geven aan dat ze moeten controleren bij burgers en ondernemingen waarvan ze op voorhand weten dat het puur tijdverlies is. Dat is niet alleen inefficiënt, het is evenmin eerlijk ten aanzien van de betrokken belastingplichtigen. Met een performante risicoanalyse en -selectie wordt de kans op controle bepaald door het risicoprofiel van de belastingplichtige. Hoe hoger het risicoprofiel, hoe hoger de kans op controle. Maar minstens even belangrijk is dat wie volgens de regels speelt en bijgevolg een laag risicoprofiel heeft, ook een lage kans op controle zal hebben.

Privacy

De koppeling van de databanken betekent niet dat elke ambtenaar zomaar kan rondneuzen in die gegevens en dat ieders privacy te grabbel wordt gegooid. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is van fundamenteel belang. Niet alleen komt er om de privacyregels te waarborgen een duidelijk wetgevend kader, waarover de privacycommissie al haar goedkeuring heeft gegeven. De federale overheidsdienst Financiën heeft ook de nodige procedures opgesteld en technische bouwstenen ontwikkeld om het respect voor de persoonlijke levenssfeer te garanderen. Op die manier worden de persoonsgegevens dubbel beschermd. Niet alleen wordt elk gegeven gecodeerd, afhankelijk van het project worden bepaalde gegevens verborgen voor ze ter beschikking worden gesteld. Bovendien is steeds de toelating vereist van de dienst Privacy, net zoals die vereist is voor elke decoderingsverrichting. Ten slotte wordt de beveiliging van de gegevens gegarandeerd door een systeem van Identity management. De vrees dat het privéleven van iedere Belg te grabbel wordt gegooid, is met andere woorden geheel onterecht. Big brother staat echt niet om de hoek te loeren. De ongegronde angst voor de schending van de privacy mag de invoering van de databank niet in de weg staan. De fiscus zal efficiënter werken, en de strijd tegen fraude zal er wel bij varen. Laten we de efficiëntie waar iedereen al jaren de mond van vol heeft een kans geven in een beschermend kader.

Dirk Van der Maelen

www.tijd.be