“De eerste fout die door Defensie werd gemaakt is dat de procedure voor de vervanging van de F-16 veel te vroeg werd gestart”, aldus Alain Top. “Het debat over de toekomst van het Belgische leger is nog maar net gestart in het parlement. Er is dus ook nog geen visie op de toekomst van de luchtmacht binnen ons leger. De luchtmachtgeneraals hebben van die lacune gebruik gemaakt om in hun rondvraag uit te gaan van de hoogste ambities. Ze stellen enorm hoge technische eisen aan de nieuwe vliegtuigen. Niet toevallig is het enkel de peperdure F-35 die aan al die vereisten beantwoordt.” Alain Top vindt dit een democratie onwaardig. “In een echte democratie is het aan de politiek om te beslissen of er nieuwe gevechtsvliegtuigen nodig zijn en van welk ambitieniveau.”

“Er is ook een schrijnend gebrek aan transparantie over de hele procedure”, aldus Dirk Van der Maelen. “Het parlement heeft meer dan een half jaar moeten wachten op het document van de rondvraag en de antwoorden van de vijf constructeurs krijgen we al helemaal niet. Voorbeelden uit het buitenland tonen nochtans dat men over dergelijke dossiers wel in alle openheid kan debatteren. Het parlement en de bevolking hebben daar ook bij ons recht op, zeker als het gaat over een dergelijke miljardenaankoop.”

“Uit de marktbevraging blijkt een duidelijke vooringenomenheid voor één toestel, namelijk de F-35. Nochtans zou de F-35 een eerlijke vergelijking met de andere toestellen niet doorstaan, zeker niet wat betreft totale kostprijs. Het valt enorm op dat Defensie haar procedure zodanig organiseert dat een eerlijke prijsvergelijking, een soort Test Aankoop-vergelijking, tussen de 5 mogelijke toestellen onmogelijk wordt. Nochtans is het dat wat we nodig hebben”, aldus Dirk Van der Maelen. Hij pleit zelf voor een vergelijking op basis van 4 prijselementen: de investeringskost, de exploitatiekost, de instandhoudingskost (groot onderhoud en updates doorheen levensduur van het toestel) en de atritiekost (verlies van toestellen).

Dirk Van der Maelen en Alain Top hebben op basis van de cijfers van het Nederlandse en Canadese Rekenhof een bijzonder voorzichtige inschatting gemaakt van dat gehele kostenplaatje en komen op een prijsvork van 440 miljoen tot 646 miljoen per jaar en dit voor 40 toestellen (details in bijlage). Over een levenscyclus van 30 jaar zou de totale kostprijs 13 tot 19 miljard bedragen. “De aankoop van F-35’s waar Defensie op aanstuurt is budgettaire waanzin en onhaalbaar voor ons land en ons defensiebudget”, besluiten Dirk Van der Maelen en Alain Top. “In tijden van enorme besparingen op het Defensiebudget is dit niet realistisch. In tijden van drastische besparingen die alle gezinnen treffen, is dit zelfs onverantwoord. Kortom, voor sp.a gaat deze vlieger niet op.”