Volgens een studie die de Wereldbank samen met PricewaterhouseCoopers uitvoerde zou de belastingdruk voor bedrijven in België bij de hoogste ter wereld zijn. Luc Voets, hoofd van de ABVV-studiedienst, nuanceert.

Met zijn allen naar Oost-Timor? Toch maar niet.

Ook geschrokken van die studie van de Wereldbank en PwC? België zakt nog maar eens in een economische ranglijst. Alleen valt er nogal wat aan te merken op de studie. Zo wordt telkens per land maar één klein bedrijf in één stad onderzocht. Bovendien ging dit onderzoek over het uitzonderlijke crisisjaar 2008, schrijft Luc Voets, hoofd van de studiediensten van het ABVV.

"België is alweer een plaats gezakt in de Europese en wereldwijde rangschikkingen van belastingsystemen. Ons land staat nu op de 151ste plaats wereldwijd, en op de 24ste plaats van de 27 landen van de Europese Unie. Enkel Frankrijk en Italië doen het slechter in Europa".

Dat blijkt uit een studie van consultingbureau Price Waterhouse & Coopers en de Wereldbank. Volgens beide organisaties is er een win-win voor overheden én bedrijven als de overheid de belastingsystemen vereenvoudigt, de kosten voor compliance voor de bedrijven drukt, en de belastingtarieven verlaagt. Ook voor de burgers heeft dit positieve gevolgen. Een aantrekkelijker belastingbeleid betekent immers meer buitenlandse investeringen en dus meer werk.

"België scoort 151ste op 183 qua belastingdruk. Onze belastingdruk bedraagt concreet 57 procent. Luxemburg heeft met 21,1 procent de laagste belastingdruk binnen de EU. Italië bengelt aan het staartje met een belastingdruk van 65,8 procent. Het wereldwijde gemiddelde is 47,8 procent. Het gemiddelde binnen de EU bedraagt 44,2 procent (44,5 procent vorig jaar). Sociale bijdragen en personeelslasten vormen 64,3 procent van de totale belastingdruk in Europa; wereldwijd is dat gemiddeld slechts 33,8 procent."

Opnieuw donkere wolken boven België en zijn bedrijfsleven, zou de onaandachtige lezer (of de aandachtige lezer die een instantie met naam en faam als de Wereldbank nog au sérieux neemt) kunnen besluiten...weeral iets om wakker van te liggen. Als dit allemaal zou kloppen, dan zouden we beter naar Oost-Timor verhuizen, want dit land staat helemaal bovenaan de rangschikking geklasseerd!

Enige nuancering in verband met deze studie is niet ongepast.

Allereerst, "focust" deze internationale studie zich op de lasten voor de bedrijven in 183 landen van de wereld. PwC benadert de belastingdruk op de bedrijven vanuit drie invalshoeken: de administratieve last gepaard met het betalen van belastingen, het aantal keren dat een bedrijf per jaar belastingen betaalt, en de belastingdruk, de zogenaamde Total Tax Contribution (TTC).

Net die TTC zou in België volgens de experten van de studie 57,3 procent bedragen. Het gaat dus niet om de totale belastingdruk in België, maar om een maatstaf van belastingdruk op bedrijven.

Toch een positieve noot: op het gebied van administratieve lasten die gepaard gaan met het betalen van belastingen, valt het voor onze bedrijven blijkbaar nogal mee. België staat, wat betreft het aantal uur dat op jaarbasis nodig is om aan alle belastingregels te voldoen, met 156 uur op de tiende plaats in Europa. Met elf verschillende belastingbetalingen zit België overigens op het Europese gemiddelde.

Echter, wat de belastingdruk op de bedrijven betreft, gemeten volgens de TTC (of, in percentage van de vennootschapswinst: TTR: Total Tax Rate) in België op vennootschappen, is het klaar dat een en ander duidelijk fout zit in de studie.

Zo worden  alle af te dragen betalingen aan de overheid, ongeacht via welke overheid die worden geïnd (dus inclusief sociale zekerheid, gemeenten, provincies, en andere), en die de vennootschappen als kost dragen, en waarvoor de vennootschap geen directe return krijgt  belasting voor afvalophaling bijv. wordt blijkbaar niet in rekening genomen), beschouwd als belasting.

Met andere woorden, ook alle sociale zekerheidsbijdragen voor de werknemers zitten in die TTC begrepen! Net zoals alle andere verplichte stortingen aan fondsen voor bedrijfssluiting of vorming of andere.

Dit is een nieuw begrip en dit heeft het voordeel van (internationale) vergelijkbaarheid, omdat het werkelijk alle lasten die via een of andere wet of reglement aan de bedrijven worden opgelegd, opneemt. Maar dit voordeel betekent meteen ook zijn nadeel.

De rigoureuze becijferingen door PwC en de Wereldbank leiden immers tot de conclusie dat er in België een Total Tax Rate (als percentage van de winsten) bestaat van 57,3 procent, die is samengesteld uit: 5,3 procent profit tax rate (winstbelasting), 50,2 procent labor tax rate (lasten op arbeid) en 1,8 procent other taxes rate (andere belastingen).

In China bedragen de lasten op arbeid (als percentage van de bedrijfswinsten) volgens de studie 49,6 procent, en in Frankrijk zouden de winsten aan een tarief worden belast van ... 8,2 procent. Wie de Belgische cijfers goed leest, komt bijgevolg tot de automatische vaststelling dat de vennootschappen op hun winsten uiteindelijk maar 5,3 procent belastingen betalen in België.... Gelukkig is dit niet zo.

Bijkomend angeltje is dat er tijdens die vijf jaar lopende studie, voor elk beschouwd land maar één enkele case onder de loep werd genomen: een bedrijf of vennootschap met zestig werknemers in de dichtstbevolkte stad van het land (voor België mogen we er dus vanuit gaan dat dit Brussel is). Komt daar nog bovenop dat de  experten het fiscaal jaar 2008 als basis hebben gekozen voor deze studie, een jaar waarin de financieel-economische crisis wereldwijd volop woedde, wat uiteraard zijn effect heeft gehad op de bedrijfswinsten, zeker in Europa.

Waarom is dit belangrijk? Omdat een instabiel jaar van crisis als ijkpunt nemen, op zich al het gevaar inhoudt van vertekeningen allerhande. Maar ook omdat dit, voor België, een verklaring is van het bijzonder hoge cijfer van 50,2 procent lasten op arbeid als percentage van de bedrijfswinst, en tegelijk verklaart waarom de winstbelasting in België maar 5,3 procent zou bedragen.

Het mag een jammerlijke zaak worden genoemd dat een vijfjarig wereldwijd onderzoek, gevoerd door een team van economisten en statistici, voor een wellicht niet te onderschatten kostprijs, tot dit bedroevend slecht resultaat moeten komen.

Gelukkig was er op 18 november 2010 ook nog ander nieuws te melden. Verschillende media berichtten met niet te weerleggen cijfergegevens dat België opnieuw de "place to be" is voor Amerikaanse investeerders. In de eerste helft van dit jaar is er voor 7,2 miljard dollar aan directe investeringen naar ons land gekomen vanuit de VS. Dit betekent een stijging van maar liefst 1.307 procent tegenover dezelfde periode in 2009.

Misschien toch nog niet onmiddellijk inpakken om naar Oost-Timor te vertrekken?

 

Luc Voets

www.dewereldmorgen.be