Kunst en cultuur zijn er voor the many, not the few. Een maatschappij waarin iedereen kan deelnemen aan kunst en cultuur, waarin iedereen de kans krijgt zich te ontplooien als kunstenaar, cultuurliefhebber, is een rijke maatschappij. Kunst en cultuur zijn voor mij een basisrecht, zoals opgenomen in artikel 23 van de Belgische grondwet, en een wezenlijke voorwaarde voor vrijheid en emancipatie. 

Kunst en cultuur vormen het cement van onze samenleving. Via kennis van onze cultuur, kennis van de cultuur van anderen, verrijken we ons leven en verbinden we met de andere. Cultuur verbindt. 

Daarom moeten we inzetten op het wegwerken van drempels en kunst en cultuur betaalbaar en bereikbaar maken voor alle Vlamingen. Door in te zetten op een sterk participatiebeleid, gebaseerd op cultuureducatie, cultuurwerking en cultuurwerving, willen we alle Vlamingen laten deelnemen aan kunst en cultuur, via het onderwijs, via het deeltijds kunstonderwijs (DKO), via het lokale en bovenlokale cultuuraanbod en -beleid, via de kunstinstellingen, via cultuurpromotie, via de media … 

Om dit waar te maken, zal er ook nood zijn aan een verhoging van het vrijetijdsbudget. De afgelopen legislatuur heeft de Vlaamse regering gekozen om hard te snoeien, maar de beloofde bloei bleef achterwege. De wereld van kunst en cultuur, van jeugd, sport en media werden harder getroffen door de besparingen dan andere sectoren. Dit moet rechtgezet worden. Dat betekent concreet dat we het cultuurbudget opnieuw willen optrekken naar 1,5% van de Vlaamse middelen en tegelijkertijd een groeipad uittekenen naar 2%.

Meer weten? Lees dan hier mijn acht prioritaire actiepunten voor de volgende legislatuur.