De choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui mocht gisteren de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Podiumkunsten in ontvangst nemen. Eindelijk. Want in alle eerlijkheid: de Vlamingen zijn er nogal laat mee.

De Belgische choreograaf met Marokkaanse roots Sidi Larbi Cherkaoui is er een dag vroeger voor naar huis gekeerd: tijdens het Theaterfestival in Antwerpen kreeg hij gisteren de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Podiumkunsten overhandigd. Zijn dankwoord was er een van handen en voeten, letterlijk.

Beschouw je de prijs in de eerste plaats als een vorm van erkenning, of vergroot ze voor jou alleen maar de verwachtingen en de druk?

'Met die druk valt het wel mee. Ik vind de onderscheiding vooral belangrijk omdat het de eerste Vlaamse prijs is die ik ontvang. In het buitenland kreeg ik onder meer al een Nijinsky Award en twee Olivier Awards maar Vlaanderen liet op zich wachten. Dat is geen verwijt. Wat op de ene plek populair is, is het daarom nog niet op een andere. Ook al is die andere plek je thuis.'

Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (SP.A) noemde je in De Standaard wegens je Marokkaanse roots iemand die 'de vernieuwing in onze samenleving vorm zal geven'. Vind je het erg dat je roots je automatisch met een verantwoordelijkheid opzadelen?

'Ik heb het nooit anders geweten. Ik herinner me dat ik als kind op de speelplaats al moest vechten tegen het cliché dat alle Marokkanen dieven zijn. Maar ik weiger het zwarte schaap te zijn. Daarom vind ik het zo belangrijk om een uitgesproken mening te hebben: ik ben voortdurend bezig met uit te zoeken waar ik precies voor sta. En mijn mening te communiceren als men mij dat vraagt, in de hoop dat ze anderen kan inspireren. Anderzijds ervaar ik mijn verantwoordelijkheid niet als groter dan die van elk ander individu in onze samenleving.'

Speelde je verantwoordelijkheidsgevoel deze week op toen je hoorde hoe enkele allochtone jongeren een buschauffeur in elkaar sloegen? Omdat je weet dat het ook anders kan?

'Ik praat die gebeurtenissen absoluut niet goed maar ik geloof wel dat alle geweld die je een ander aandoet, jou ooit is aangedaan. Ik heb dat bij mezelf ervaren en ik heb de oplossing altijd in creativiteit gezocht. Ik geloof ook dat creativiteit een oplossing kan zijn voor die jongeren. Net als het feit dat we moeten blijven streven naar een basiscomfort dat het onmogelijk maakt dat we een gefrustreerde generatie opvoeden.'

Creativiteit klinkt als een mooie oplossing. Maar die jongeren zie je niet in een dansvoorstelling, noch lezen ze de kranten waarin jouw woorden verschijnen.

'Dat is projectie. Wat bijvoorbeeld met hiphoplessen? Mijn weg is niet de enige weg. Maar ik besef dat ik maar één persoon ben. Maar wel een die deuren wil openen voor anderen, die op hun beurt deuren openen, enzovoort. De generale repetitie van mijn choreografieBabel in De Singel hebben we destijds opengesteld voor mensen uit de gevangenis. Eén avond, één choreografie, maar wel een eyeopener.'

En een langdurige confrontatie met enkele zoekende jongeren?

'Ik moet toegeven dat ik iemand ben die agressiviteit uit de weg gaat. Daarom heb ik altijd bewondering gehad voor Tom Lanoye die van school naar school trok om over zijn homoseksualiteit te praten. Dat zou ik niet kunnen. Daarvoor moet je weerbaar genoeg zijn. De psychologische druk van zo'n confrontatie is in niets vergelijkbaar met een prijs in ontvangst nemen.'

Sarah Vankersschaever
© 2012 Corelio