Stop de besparingen en investeer in het basisonderwijs, zeker in de allerkleinsten. Dit is een investering die zichzelf dubbel en dik terug betaald. En in het bijzonder heb ik de minister het volgende gevraagd: wanneer zult uw werk maken van een meer evenwichtige omkadering in het basisonderwijs zodat directies eindelijk de ademruimte krijgen om hun school echt te leiden?

Mevrouw de minister, ik sluit mij aan bij wat collega Gennez zopas heeft gezegd en wens daar graag enkele zaken aan toe te voegen omtrent specifieke elementen die mij nauw aan het hart liggen.

Net zoals collega Gennez moet ik toch stellen, bijzonder ontgoocheld te zijn met wat er vandaag op tafel ligt, zowel financieel als inhoudelijk. U weet, ik heb een groot hart voor het basisonderwijs en ik dacht dat u dat ook had. Meermaals beloofde u dat “van zodra er financiële ruimte zou zijn, u hiermee de noden in het basisonderwijs zou trachten te ledigen.” Ik leefde dan ook op hoop en samen met mij de vele leerkrachten en directies in het basisonderwijs. IJdele hoop zo blijkt nu. Zoals collega Gennez al aanhaalde, schept u geen extra ademruimte voor het basisonderwijs. Het basisonderwijs waarvan u weet dat er zowel tussen kleuter als lager onderwijs een financiële ongelijkheid bestaat, maar ook tussen basis en secundair onderwijs. In plaats van deze ongelijkheid aan te pakken, een ongelijkheid die velen in het veld – en ik kan het weten – behoorlijk tegen de borst stuit, in plaats van die aan te pakken en meer middelen toe te kennen, neemt u het basisonderwijs nog een 9 miljoen af. Mevrouw de minister, daar kan ik met mijn gezond verstand niet bij. Een Vlaamse begroting die wordt voorgesteld als een investeringsbegroting met een investeringsruimte van 560 miljoen, aldus de minister-president en men blijkt niet in staat om, ondanks alle beloftes 9miljoen te vinden om op z’n minst het basisonderwijs te vrijwaren van nieuwe besparingen, dat kan ik echt niet begrijpen. En ja u stelt dat u extra geld geeft. Maar, zoals collega Gennez al stelde, wat zijn scholen met extra middelen voor extra leerlingen als terzelfdertijd de extra kosten niet worden gecompenseerd.

Ik herhaal dan ook de oproep van mijn collega: stop de besparingen en investeer in het basisonderwijs, zeker in de allerkleinsten. Dit is een investering die zichzelf dubbel en dik terug betaald. En in het bijzonder heb ik de minister het volgende gevraagd: wanneer zult uw werk maken van een meer evenwichtige omkadering in het basisonderwijs zodat directies eindelijk de ademruimte krijgen om hun school echt te leiden?

Daarnaast was ik toch ook ontgoocheld wanneer ik de bedragen voor vorming en professionalisering zag. Er gaat in deze commissie geen dag voorbij of we stellen met z’n allen vast dat het beleidsvoerend vermogen van onze scholen cruciaal is voor sterk onderwijs. Er is geen collega rond mij die hiervoor nog geen lans heeft gebroken. En ik lees graag in uw beleidsbrief dat u werk wil maken van een globale visie op professionalisering. Maar toch voorziet u geen euro meer om dit beleidsvoerend vermogen te versterken. Ook hier geldt wat voor de niet-indexering van de werkingsmiddelen geldt: wanneer alles duurder wordt (dus ook de organisatie van opleidingen) en de middelen stijgen niet, dan is uw euro op het einde van de rit minder waard en kan u er dus minder mee aanvangen. Graag had ik dan ook heel concreet een overzicht gekregen van alle professionaliseringsinitiatieven en de impact die de bevriezing van de middelen hierop heeft. Ik kijk vol spanning uit naar uw globale visie maar hoop van harte op het einde niet opnieuw te moeten lezen “deze nota heeft geen budgettaire implicaties”. Zoals men bij ons zegt: koken kost geld en boter bij de vis, mevrouw de minister.

Ik kijk daarnaast ook uit naar de uitkomst van het lerarenloopbaanpact, in het bijzonder inzake het thema ‘schoolleider’ dat op vraag van de sociale partners werd toegevoegd. Sterke directies die zich goed omkaderd weten, zijn essentieel voor een gezond personeelsbeleid en hiermee staat of valt dan ook in grote mate de aantrekkelijkheid van het beroep. Graag vernam ik welke concrete elementen binnen dit thema besproken worden.

Mevrouw de minister, ik ben een voormalig schooldirecteur van het GO!, dat weet u en dus zult u wel begrijpen dat een intensievere samenwerking tussen de officiële onderwijsverstrekkers ook mij na aan het hart ligt. In het kader van uw conceptnota Bestuurlijke optimalisatie, die trouwens nog steeds in deze commissie dient besproken te worden, stelt u dat u uitwerking van deze samenwerking van nabij blijft opvolgen. Ik ben echter niet overtuigd dat uw conceptnota ook daadwerkelijk bijdraagt tot een sterker officieel onderwijs. Graag had ik dan ook van u heel concreet vernomen welke elementen uit de conceptnota volgens u een positieve impact hebben op de werking van het GO! enerzijds en op de samenwerking tussen de officiële onderwijsverstrekkers anderzijds.

Tenslotte mevrouw de minister, schonk het mij toch enig plezier te lezen dat u een idee oppikte dat ik het voorbije parlementair jaar plenair voorstelde: het inschakelen van ervaringsdeskundigen inzake armoede. Ik kijk uit naar het rapport hierover en de concrete voorstellen. Kan u hiervoor een concrete timing geven?

Dit gezegd zijnde, zijn maatregelen inzake armoedebestrijding slechts druppels op een hete plaat zolang deze regering niet bereid is de scholen echt de middelen te geven die ze nodig hebben om voor elke leerlingen een warme en zorgeloze plaats te bieden. Vandaar tot slot nogmaals een pleidooi om de besparingen nu echt te stoppen en onze scholen niet langer te verarmen.

Om af te sluiten wil ik nog verwijzen naar een citaat in jouw beleidsbrief: "voor basisonderwijs werk ik een toekomstgericht en legislatuuroverschrijdende actieplan uit". Mevrouw de minister, het werkveld is momenteel niet aan het wachten op een actieplan, het lijkt me beter om maatregelen op korte termijn te ontwikkelen die tegemoetkomen aan de huidige noden.