“We gaan er het maximale uit halen en Rudy burgemeester maken!”

Emmanuel Saur werd geboren in Brugge op vrijdag 20 augustus 1943, dichtbij de ‘arbeiderswijk’ om en rond de Vulderstraat. Een rood nest, dus. Het was de thuis van de legendarische socialistische voorman Achilles ‘Charbon’ Van Acker, vier maal premier van België in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Ook als premier kwam hij trouwens nog zeer regelmatig in de wijk. De vader van Emmanuel was metaalbewerker in Gent: soms gingen de kinderen met moeder hun vader afhalen aan het station, om samen naar huis te gaan en te eten.

Maar om niet langer te moeten pendelen verhuisde de familie Saur dan toch naar Gent. Ze gingen wonen in de Makelaarstraat, in het hart van de wijk Muide-Meulestede, recht tegenover de toenmalige ‘Rijkswachtpost Haven’. Emmanuel trok naar de stadsschool Carpentier, de grootste lagere school van de wijk. Na de lagere school ging hij leren voor ‘paswerker’ (in de volksmond ‘ajusteur’) op de Stedelijke Jongensschool Carels-Nicaise-De Ridder-Story, de bekendste technische- en beroepsschool van Gent, aan de Martelaarslaan.

Nadat hij was afgestudeerd verhuisden zijn ouders naar de Sleepstraat. Emmanuel ging aan de slag bij Carels, het grootste metaalbedrijf van Gent. Een vooraanstaande vakbondsman van het ABVV zei hem echter dat de gloriejaren van dat immense bedrijf voorbij waren. Hij raadde Emmanuel aan om verder te studeren in het avondonderwijs en zich kandidaat te stellen voor een job in overheidsdienst. Dat deed hij ook: hij slaagde in een proef bij de toenmalige RTT, de ‘Regie voor Telegraaf en Telefoon’. In 1962 deed hij zijn legerdienst, na die ‘carrière-breuk’ kon hij er verder aan de slag. Hij volgde ondertussen lessen aan de vermaarde school ‘De Lindelei’ en haalde er eerst het diploma B2, en nadien B1 (A2 en A1 in het dagonderwijs).

Emmanuel sloot zich als jonge man aan bij het ABVV en werd ook lid van de BSP-afdeling Dampoort. Hij trouwde in 1971 met Nicole De Mieter, waar hij na 46 jaar nog altijd “huishouden mee houdt”. Ze gingen wonen in Drongen, in datzelfde jaar, en wonen er nog steeds.

Zoals het in die tijd de gewoonte was, ‘dweilde’ (sic) hij heel het land af bij de RTT en eindigde pas 1991 in Gent. In 1998 ging hij met pensioen.

In de sp.a van vandaag is hij in de afdeling Drongen (de afdeling van onze nieuwe lijsttrekker Rudy Coddens, die sowieso het bekendste gezicht is in die deelgemeente) de ‘factotum’, de man die zo’n beetje van alles kan en altijd bezig is. Emmanuel is ondertussen 73, maar mobiel als een veertigjarige…

Tijdens dit interview spraken wij over van alles: hij volgt nauwgezet de nationale politiek en is van vele markten thuis. Hij vertelde bijvoorbeeld het verhaal van een jonge man van 17 jaar, die onbewust een kleine sabotage pleegde tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarvoor zwaar gestraft werd. Hij kon ontsnappen uit de trein, raakt na vele omzwervingen in Frankrijk betrokken bij ‘het maquis’ (de guerrilla-eenheden van de Franse verzetsbeweging) en kwam pas thuis na de oorlog. Hier staat het in enkele zinnen, maar dat verhaal duurde lang en verveelde geen seconde: Emmanuel is ook een zeer begenadigd verteller! Hij is geen fanaticus, maar is toch van mening dat het humanistisch socialisme de beste weg is om tot een eerlijke, rechtlijnige en rechtvaardige maatschappij te komen. Hij behoort tot de mensen met ‘beginselen’, een sterke overtuiging, een ideologische standvastigheid…

Emmanuel is iemand die veel gestudeerd heeft, om zich te bekwamen op de arbeidsmarkt. Maar hij heeft ook veel geleerd op de ‘Universiteit van het leven’. Een ‘manusje-van-alles’, een man van daden, van doelgericht aanpakken. Maar ook een aangenaam man, innemend en bedachtzaam. Een militant pur sang, die elke politicus maar wat graag in zijn ploeg zou hebben.

Rudy Coddens heeft de uitdaging aangenomen om in oktober 2018 de kartellijst te trekken. Een zware uitdaging, maar Emmanuel is er klaar voor, net zoals vele Drongense socialisten trouwens. “We gaan er het maximale uit halen!” Voor hen is the sky pas het begin van the limit.

(tekst: Marc Lootens)