Het Europees parlement en de Commissie zijn tot een vergelijk gekomen met de lidstaten over het gebruik van plastic tasjes. Lidstaten kunnen nu nationale beperkingen invoeren en moeten maatregelen nemen om het verbruik van plastic draagtasjes te beperken tot 90 per persoon per jaar tegen eind 2019 en tot 40 tegen eind 2025. In 2010 waren dat nog 176 plastic tasjes. “Het akkoord benadert het voorstel van het parlement om tot een beperking van 50 procent en daarna 80 procent te komen, maar blijft toch weinig ambitieus als het gaat over het tijdsbestek waarin dit moet gebeuren,” vindt Van Brempt.

De lidstaten moeten jaarlijks rapporteren over hun vorderingen en die cijfers publiek maken. “Ze kunnen helaas ook zogenaamde lichtgewicht zakjes, zoals die in supermarkten gebruikt worden om groeten en fruit te verpakken, van de regelgeving uitsluiten,” zegt Van Brempt. De Commissie zal eveneens een nieuw label ontwikkelen voor bio-afbreekbare en composteerbare tasjes en de impact van oxo-afbreekbare tasjes onderzoeken, dat zijn plastic tasjes die afbreekbaar zijn door contact met zuurstof. “Probleem is echter dat het plastic weliswaar uit elkaar valt, maar nog wel aanwezig blijft en ook vaak in zee terecht komt,” zegt Van Brempt.

Lidstaten moeten ook samen met de Commissie informatiecampagnes uitwerken over de milieuschade door plastic afval. “Dat is vrij indrukwekkend,” zegt Van Brempt. “In 2010 werden in de hele EU maar liefst 95,5 miljard plastic draagtasjes op de markt gebracht. Het merendeel daarvan, namelijk 92 procent, was bedoeld voor eenmalig gebruik. Hun ‘levensduur’ bedraagt 15 minuten. Veel van die zakjes belanden uiteindelijk in zee. Elk jaar komt er tien miljoen ton afval, vooral kunststof, terecht in de oceanen en zeeën, die daardoor 's werelds grootste stortplaats van kunststof zijn geworden. In de Stille Oceaan drijft inmiddels een plastic ‘eiland’ dat zo groot is als Frankrijk, Spanje en Portugal samen, de zogenaamde Great Pacific Garbage Patch. Heel wat van dat afval is ‘onzichtbaar’ omdat het afgebroken wordt tot micropartikels en als een soort plastic soep in de oceanen ronddobbert. Het plastic - dat ook giftige stoffen bevat - komt terecht in plankton, dat dan weer door vissen wordt gegeten. Op die manier komt het ook in de voedselketen van mensen terecht én bedreigt het andere zeedieren.”