“Jonge kunstenaars moeten nu ook al een professioneel en uitmuntend zakelijk dossier voorleggen”, stelt Idrissi vast.“Dat druist regelrecht in tegen de bedoeling van deze projectsubsidies: kunstenaars en organisaties de kans geven zich te ontwikkelen.”

Het doel van de projectsubsidies is om de noodzakelijke en permanente vernieuwing van de kunsten mogelijk te maken, door jonge kunstenaars, beginnende artiesten, nieuwkomers en nieuwe organisaties te ondersteunen. Deze groep jonge kunstenaars blijft nu echter opnieuw op haar honger zitten.

Vroeger was het voldoende om een subsidie te krijgen met een advies “zeer goed” op artistiek vlak en “voldoende” op zakelijk vlak. Vandaag moet je in beide categorieën “zeer goed” scoren.

Yamila Idrissi: “Je moet zakelijk dus al zeer beslagen uit de hoek komen, terwijl projectsubsidies juist bedoeld zijn om jong talent kansen te geven en te laten groeien. Als de minister het meent met het versterken van de sociaaleconomische positie van kunstenaars dan zou hij de nadruk moeten leggen op artistieke kwaliteit, en de kunstenaars de kans geven om te groeien in hun zakelijke vaardigheden. De lat wordt zakelijk nu wel heel hoog gelegd.”

Niet alleen ligt de lat op het zakelijk vlak te hoog, ze ligt ook niet voor iedereen gelijk bij de beoordeling. De podiumkunsten maken enkel kans op ondersteuning bij een dubbele beoordeling “zeer goed”. Voor architectuur en vormgeving, audiovisuele en beeldende kunst, muziek en transdisciplinair is “zeer goed” op artistiek vlak en “goed” op zakelijk vlak al voldoende. De podiumkunsten komen hier wel heel bekaaid van af.

Vandaag bevat de projectenpot 5,9 miljoen euro voor de drie toekenningsrondes. Voor de eerste ronde werd er 15,4 miljoen euro aangevraagd en is er 2,4 miljoen euro beschikbaar. Dit doet grote vragen rijzen over een minister die er maar niet in slaagt zijn projectenpot zelfs maar minimaal te doen stijgen. “Deze pot uithollen in plaats van aanvullen, betekent zoveel als de artistieke innovatie van Vlaanderen uitdoven”, zegt Idrissi.

Ze roept de minister op om zijn woorden in daden om te zetten en te vechten voor zijn sector: “In plaats van te zorgen voor een vruchtbare humus voor het kunstenlandschap, zullen deze beslissingen ervoor zorgen dat het landschap verschraalt en dat vernieuwing de kop in wordt gedrukt”.