Minister Weyts, maak net als uw Antwerpse partijgenoten óók werk van spitsmijden

Eerst een bekentenis: ik heb het niet zo voor conflicten. Ik ben als politicus niet vies van een stevig debat, maar laat ons alsjeblieft niet uit het oog verliezen dat het de bedoeling moet zijn om zo tot betere oplossingen te komen. Ik mis dat tegenwoordig een beetje in de politieke arena. Het lijkt steeds vaker uit te draaien op persoonlijke conflicten of op partijpolitieke spelletjes waar kiezers vermoeid van wegkijken en waar op het einde van de dag niemand echt beter van wordt.

Dat is zorgwekkend, zeker omdat we de komende jaren radicale, gedurfde en toekomstgerichte antwoorden zullen moeten verzinnen op de grote uitdagingen van onze tijd. Mobiliteit is er zo eentje. We staan elke dag een beetje langer in de file. We verkwanselen uren die we productiever of meer ontspannen zouden kunnen doorbrengen, we rijden onze planeet de vernieling in en we maken onze kinderen ziek met vuile lucht. Hoe nefast we dat allemaal ook vinden, we blijven met zijn allen vol overtuiging in onze auto stappen. Om die knoop te ontwarren zullen we als politici meer moeten doen dan op elkaar schieten omdat we toevallig tot een andere partij behoren.

Cadeau- en lunchbonnen

Ik was dan ook blij te vernemen dat het project rond spitsmijden in Antwerpen veelbelovende resultaten afwerpt. Maar ik was allesbehalve verrast. Precies twee jaar geleden legde ik samen met collega Yasmine Kherbache het voorstel op tafel om in Vlaanderen te starten met een proefproject rond spitsmijden. Om te beginnen in Antwerpen. Toegegeven, we haalden de mosterd in Nederland, waar spitsmijden vast onderdeel is van het mobiliteitsbeleid. Mensen tijdelijk en eenmalig belonen om zich anders, duurzamer te verplaatsen dan met de auto tijdens de spits: het werkt. En het goede nieuws is dat wanneer die beloning wegvalt, een aanzienlijk aantal mensen niet hervalt in de oude gewoontes. Duurzame gedragsverandering, zegt men in het jargon.

Dat is wat N-VA-schepen Koen Kennis ook zegt te beogen met de cadeau- en lunchbonnen waarmee het Antwerps stadsbestuur doorgewinterde filerijders beloont die willen breken met die gewoonte. Ik gun hem graag een succes. Als de files korter worden, is dat goed voor iedereen, ook voor de oppositie.

Maar ik heb toch ook eens gevloekt toen ik de kop van deze krant gisteren las. Waarom werd ons voorstel twee jaar geleden ogenblikkelijk van tafel geveegd? Door mobiliteitsminister Ben Weyts en mijn Antwerpse collega Annick De Ridder op kop? De bewezen praktijk in Nederland, de positieve inschatting van enkele specialisten: was allemaal van geen tel. Zo snel mogelijk neersabelen, liefst met een karikatuur die zich laat vatten in een snelle tweet. ‘Zotternij van de sossen’. Zonder tegenvoorstel.

Goed, we zijn nu twee jaar verder. En inmiddels tekent zich een nieuwe filetendens af in Vlaanderen. Hebben de files tijdens de spits nu echt hun recordlengte bereikt, we mogen ze nu ook meer en meer verwachten buiten de spitsuren. En dat op plaatsen waar we voorheen nauwelijks stilstonden. Nog meer tijdverlies, economische schade, milieuvervuiling en gezondheidsproblemen zijn in het vooruitzicht.

Minister Weyts, ik herhaal ons voorstel. Maak net als uw Antwerpse partijgenoten óók werk van spitsmijden. Op grotere schaal, met het oog op nog meer positieve effecten. Ja, daar is geld voor nodig. U hebt die middelen. U kan ervoor kiezen om wat minder te investeren in nog meer wegcapaciteit en in de plaats echte gedragsverandering stimuleren. Want als mensen hun gedrag veranderen, vermindert de nood aan nog meer rijstroken. Wuif dit voorstel niet opnieuw weg. U weet goed genoeg dat een luisterend oor, een stevig maar fair debat en oplossingsgerichte samenwerking ons veel verder kunnen brengen. Dat heeft het Oosterweeldossier bewezen. Misschien is het stilaan tijd voor een file-intendant?

Deze discussie werd gesloten.