Minister Weyts, het is hoog tijd dat u eens een bezoek brengt aan de Kempen.U kunt er mooie natuur ontdekken, goede streekbieren, gezellige dorpskernen en ja, af en toe kunt u er ook een lijnbus zien rijden.

U kunt dan ook eens wat Kempenaars ontmoeten: we zijn de kwaadste nog niet,veelal sympathiek en rustig, maar wel recht voor de raap.

Wat we wel absoluut niet kunnen hebben: dat u met onze voeten speelt. En we krijgen, nee hebben, de indruk dat u dat doet, dat u ons behandelt als afval,als uitschot waar je geen rekening mee moet houden. Dan, mijnheer de minister, komt de koppige, strijdlustige Kempenaar naar boven.

U wil ons in het donker zetten”

Eerst pakt u onze zondagsbussen af. We kunnen op zondag niet meer met de bus naar de markt, familie bezoeken of naar het studentenkot.

Dan schaft u onze belbussen af, zonder alternatief voor de toch vele gebruikers. Deze reizigers, bijvoorbeeld personen met een handicap, moeten maar hun plantrekken.

Deelgemeenten of gehuchten zien door uw besparingen in landelijk gebied ineens hun buslijnen verdwijnen en geraken zelfs niet meer met het openbaar vervoer in het centrum van hun gemeente. Uw reactie: dat is niet mijn probleem mensen, de gemeenten moeten het maar overnemen.

U wil ons ook in het donker zetten: in de Kempen is volgens u geen fietspadverlichting meer nodig naast gewestwegen. We moeten maar ongezellig in het donker fietsen. Verlichte fietspaden, niet voor de Kempen. Waarom stelt u ons zo achter? Wat hebt u tegen ons, Kempenaars?

 

De klap op de vuurpijl

De klap op de vuurpijl kwam vorige week. De weinige modernere bussen die we hebben, mogen niet meer in de Kempen rijden.Nee, in de Kempen moeten we het nu gaan doen met vervuilende oude knarren, afdankertjes.

Goeddat in het stad van 't Schoon Verdiep propere bussen gaan rijden, maar waarommoeten wij daarvoor opdraaien? De weinige bussen die we hebben, gaan nu méérvervuilen, hebben minder comfort en zijn minder gebruiksvriendelijk voorreizigers en chauffeurs.

“Wat u doet, is crapuleus”

Wat u nu doet, mijnheer de minister, is crapuleus. U beschouwt de Kempenaar als minderwaardig, als een onnozelaar met wie je om 't even wat kan doen en laten.

Dat pikken we niet.De kruik gaat zolang te water tot hij barst. Welnu, hij is gebarsten. Uw beloftes waren al holle woorden, maar de realiteit is nog erger en triestiger:uw beleid voor de Kempen is te zot voor woorden.