Op de lijst van de 34 landen van de OESO staat België op de 29e plaats als het gaat om belastingen op dividenden, op de 20e plaats bij belastingen op interesten, op de 20e plaats voor belastingen op meerwaarde uit eigendom en op de 34e en laatste plaats tot slot inzake belastingen op meerwaarde op aandelen. Kortom, wat belastingen op kapitaal betreft, bengelt ons land onderaan de lijst. Is dat dan het PS-model waar N-VA tegen fulmineert?

Op dit moment zijn er heel veel inkomsten uit aandelen, beleggingen en geldstromen uit het buitenland die ontsnappen aan die faire bijdrage. Wat wij daarom voorstellen is simpel: een faire en realistische bijdrage van de grote vermogens en speculanten die het mogelijk maakt om de belastingen op arbeid te verlagen.

Bovendien zijn de landen die Bart De Wever zo graag als voorbeeld neemt om aan te tonen dat we helemaal voorin rijden in het fiscale peloton, wel degelijk landen die winsten op vermogens belasten. Bij ons gebeurt dat niet of amper. Cijfers? Hier zijn ze weer: voor dividenden vragen we een bijdrage van 31%, waar dat in de ons omringende landen gemiddeld meer dan 50% is; op interesten 25%, waar dat bij onze buren gemiddeld ongeveer 40% is; en op vermogenswinsten 8%. Daar zijn we zelfs de laatste van de klas. We hebben dus nog heel wat marge, lijkt me. Niet om meer te belasten, wel om veel eerlijker te belasten.

Zo zijn we het in dit land intussen allemaal eens dat we moeten stoppen met werk zwaar te belasten. Dat kunnen we onder meer financieren door iedereen een eerlijke bijdrage te laten leveren. In de eerste plaats dus ook zij die die hun kapitaal voor zich laten werken en zo slapend rijk worden. Rijk zijn is geen zonde, maar niet gelijk bijdragen is dat wel. Op dit moment zijn er heel veel inkomsten uit aandelen, beleggingen en geldstromen uit het buitenland die ontsnappen aan die faire bijdrage. Wat wij daarom voorstellen is simpel: een faire en realistische bijdrage van de grote vermogens en speculanten die het mogelijk maakt om de belastingen op arbeid te verlagen.

Grote vermogens laten we bijdragen door de invoering van een Tobintaks zoals reeds afgesproken met 11 andere Europese landen en een meerwaardebelasting op aandelen. Beide maatregelen gaan over inkomsten uit transacties die vooral speculatief zijn. Samen is dat goed voor 1 miljard euro. Verder laten we de onbelaste of weinig belaste winsten bijdragen door de hervorming van het DBI (Definitief Belastbaar Inkomen) en pakken we de schijnvennootschappen aan; ook goed voor 1 miljard euro. Samen is dat 2 miljard die we kunnen investeren in jobcreatie, betere nettolonen en zekere pensioenen. Zo helpen we pas écht wie werkt, onderneemt of een beetje spaart in dit land. En dan stel ik me oprecht twee vragen: wie verdedigt nu eigenlijk de belangen van de Belgische middenklasse? En wie probeert haar te gijzelen door haar eigen belangen veilig te stellen?

We gingen de afgelopen weken en maanden van het Duitse mini-job-model over het Nederlandse snoeimodel naar een confederaal model. In die ‘modellen-strijd’ vergeet men maar al te vaak dat achter de cijfers en dure woorden mannen, vrouwen en kinderen schuilen. Want wat is het Duitse mini-job-model anders dan een systeem dat werkende armen creëert? Wat is het Nederlandse snoeimodel anders dan een systeem dat bewezen heeft naar recessie te leiden? En wat is confederalisme anders dan verdoken separatisme?

Modellen horen wat mij betreft thuis op de catwalk. En als u het mij dan toch vraagt, wijs ik in elk geval 1 model categoriek af: het conflictmodel. Politici moeten we in de eerste plaats verantwoordelijk stellen om samen te werken. Dat is onvermijdelijk om vooruit te gaan in een klein land als België. Zonder wil tot samenwerken, ontstaat een samenleving waarin ieder voor zich het grootste voordeel probeert te halen ten koste van anderen. Dan wantrouwen mensen elkaar, zet je bevolkingsgroepen tegen elkaar op en worden zwakkeren aan hun lot overgelaten. In dat model stap ik niet mee. Wij gaan voor welvaart die er voor iedereen is, sociale welvaart.

Dit opiniestuk verscheen in De Tijd (12/04)