Mondelinge vraag:

Geachte Minister De Block,

De West-Vlaamse Milieufederatie heeft onlangs een rapport gepresenteerd over de intensieve veeteelt en de gezondheidsrisico’s die het wonen in een veeteeltgebied met zich kan meebrengen.

West-Vlaanderen behoort tot de absolute wereldtop van de intensieve agrarische productie. Nu al staat er gemiddeld om de 450 meter een varkensbedrijf en telt de provincie 11,3 miljoen kippen. Binnen West-Vlaanderen heb je enkele geconcentreerde regio’s waar de activiteiten zich steeds meer concentreren op minder boerderijen. Dit zijn de meest hinderlijke bedrijven.

Binnen West-Vlaanderen zin er ook opmerkelijke concentratiebewegingen. De activiteiten concentreren zich op steeds minder boerderijen, binnen bepaalde subregio’s. Zo heeft de Veurnse kippenhouderij een verdubbeling in aantal gekend tussen 2011 en 2015 tot meer dan 800.000 kippen. De regio van Tielt verhoogde haar al duizelingwekkende concentratie aan varkens en kippen nog maar eens nipt met geen miljoen. En ook Oostkamp en de regio van Langemark neigen elk naar een miljoen stuks vee.

Deze duizelingwekkende concentratie zorgt steeds voor meer verzet tegen nieuwe stallen waarbij het argument gezondheid vaker wordt gebruikt.

Het rapport van de WMF is gebaseerd op meer dan 100 wetenschappelijke publicaties en geeft een overzicht van een groot deel van de gezondheidsbedreigende aspecten van de veeteelt. Steeds meer is geweten over de gezondheidseffecten van ammoniak, een gas dat ontsnapt uit de veeteelt en bemesting van de akkers. Het werkt vooral op de luchtwegen en bindt zich met de uitstoot van het verkeer tot secundair fijn stof in de steden. Door de minder goede staat van de West-Vlaamse bodems bestaat het risico dat ‘slechte’ bacteriën genen uitwisselen met de bacteriën uit de bodem waardoor er verdere resistentie wordt opgebouwd. Dit heeft dan weer invloed bij de besproeiing tegen schimmels, die immuun beginnen te worden voor behandeling.

De grootste conclusie van het rapport is echter dat er of geen bevolkingsonderzoek bestaat over de gezondheidseffecten of dat zo’n onderzoek niet wordt gepubliceerd. “Nochtans zijn er genoeg redenen om aan te nemen dat er verontrustende evoluties zijn in resistentie en verspreidingsroutes van de organismen. Deze zouden de overheid moeten aanzetten tot het voeren van grootschalig onderzoek, het voorlichten van haar bevolking en het invoeren van het voorzorgsprincipe” volgens WMF.

Omwille van prijsdruk wordt de veeteler echter gedwongen om de weg van de schaalvergroting te kiezen waarbij de gezondheid van de landbouwer en zijn buren in gedrang komen. De huidige milieuvereisten lijken onvoldoende om de gezondheid van de bevolking nog te garanderen volgens gegevens van WMF.

Mijn vragen mevrouw de minister:

  • Is er een reden waarom er nog geen bevolkingsonderzoek bestaat over de gezondheidseffecten of dat zo’n onderzoek niet wordt gepubliceerd?
  • Bent u van plan om te investeren in onderzoek naar gezondheidsrisico’s, eigen aan de intensieve landbouw, bij de bewoners en buren van veebedrijven?
  • Zal u initiatieven nemen in navolging van het rapport van WMF? Zo ja, welke?

Antwoord Minister De Block:

Het beperken van de milieu-effecten van de veeteelt en het meten van de milieugevolgen is eigenlijk een bevoegdheid van de Gewesten. Maar mocht het geagendeerd worden in het National Environment Health Action Plan, het nationale actieplan milieu/gezondheid, waar milieu- en gezondheidsministers van de deelstaten en het federale niveau samenwerken, dan zal ik er zeker de nodige aandacht aan besteden. 

Vanwege mijn bevoegdheid moet ik me beperken tot de vraag stellen wat de Gewesten en Gemeenschappen inzake deze problematiek ondernemen en of ze humane biomonitoring uitvoeren, die toelaat de gezondheidseffecten te meten. Ik ben ook bereid om met meer informatie om de Hoge Gezondheidsraad aan te spreken, op vraag van collega’s uit een of meerdere deelstaatregeringen, om de kwestie van de mogelijke gezondheidsgevolgen van intensieve veeteelt te onderzoeken, vooropgesteld dat de Raad daartoe de nodige tijd krijgt. Dit is echt een Vlaamse aangelegenheid. Ik kan alleen maar aan de Hoge Gezondheidsraad een advies vragen als ik door de minister van Milieu of de minister van Volksgezondheid van de Vlaamse regering gevat wordt. Ik ben bereid dat te doen, maar ik kan dat niet op eigen houtje doen. Zij moeten het initiatief nemen. Mocht er een probleem zijn, dan moet dat vanuit de deelstaten aan mij gerapporteerd worden.