Mondelinge vraag

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, elke dag plegen 12 Belgen een vluchtmisdrijf bij een ongeval met letselschade. In ons land vielen er vorig jaar 4 937 slachtoffers bij ongevallen met vluchtmisdrijf, waarvan 21 doden en 233 zwaargewonden.

De vereniging Rondpunt en het VIAS-instituut organiseerden recent een online poll waarin zij 650 Vlamingen bevroegen over hun houding tegenover vluchtmisdrijf. De resultaten zijn op zijn minst opmerkelijk te noemen. Zo heeft 7 op de 10 Vlamingen begrip voor iemand die in paniek vluchtmisdrijf pleegt na een aanrijding. Voorts zou 29 % van de respondenten familie of vrienden niet aangeven, mochten die zijn weggereden na een ongeval met slachtoffers. Indien zij zelf een auto zonder chauffeur zouden beschadigen, dan zou 15 % stiekem doorrijden. 70 % brengt dus begrip op voor vluchtmisdrijf als paniekreactie, wat een hallucinant cijfer is. De resultaten tonen aan dat er meer dan ooit nood is aan een gecoördineerd actieplan.

Ik verneem uit de pers dat u pleit voor simulaties tijdens de rijopleiding, om zo mensen beter voor te bereiden op situaties van paniekmomenten tijdens het autorijden. Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts was of is echter niet op de hoogte van uw idee. Dit is op zijn minst merkwaardig te noemen. Verkeersveiligheid is niet federaal of Vlaams alleen, het is een zorg voor alle niveaus in België. Op 1 oktober ging de vernieuwde rijopleiding van start zonder dat er in het nieuwe programma aandacht is voor paniekreacties na vluchtmisdrijf en hoe daarmee om te gaan. Dit behoort niet tot de lesinhoud, beweert Vlaams minister Weyts. Om het aantal vluchtmisdrijven te doen dalen is er dus nood aan een gecoördineerd actieplan op nationaal niveau.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.

Ten eerste, acht u het nodig een gecoördineerd actieplan inzake vluchtmisdrijven op te stellen en dus met Vlaams minister Ben Weyts te overleggen?

Ten tweede, zo ja, zult u de coördinatie van het plan naar u toe trekken of houdt u het bij verklaringen in de pers, met als gevolg dat de situatie even dramatisch zal blijven als nu?

Mondeling verslag commissie justitie:

07.03 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lambrecht, mevrouw De Wit, ik wil u er graag op wijzen dat ik met mijn collega van Mobiliteit, zoals mevrouw De Wit al heeft onderstreept, een wetsontwerp heb opgesteld dat door de Ministerraad werd goedgekeurd en dat als rode draad heeft dat ernstige verkeersmisdrijven meer gevat aangepakt worden, ook inzake herstel. Precies de problematiek van de vluchtmisdrijven maakt daarvan deel uit. Vlaams collega Ben Weyts heeft een positief advies gegeven over dat wetsontwerp.

Wat de andere inhoud van uw beide vragen betreft, het volgende. Persoonlijk vind ik vluchtmisdrijf wel degelijk een zwaar verkeersmisdrijf. Daarom komen collega Bellot en ikzelf ook met een ontwerp tot strengere aanpak. Met het plegen van vluchtmisdrijf wil men ten eerste zijn verantwoordelijkheid ontlopen voor het ongeval en vaak ook andere misdrijven verdoezelen zoals dronkenschap of het niet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs of van een geldige verzekering. Bovendien verzuimt men om bij ongevallen met gewonden de slachtoffers bij te staan en de hulpdiensten te verwittigen. Ik heb dus weinig begrip voor dit soort feiten.

Verkeersveiligheid is een zaak van alle beleidsverantwoordelijken in dit land, zowel federaal, regionaal als lokaal. Ik ben graag bereid om mee te werken aan een nieuw beleid en om overleg te plegen inzake rijopleiding en andere sensibiliserende maatregelen, hoewel deze niet tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren. Mijn recente oproep, waarover u spreekt, is een eerste aanzet. Ik wil zeker meewerken aan de verbeterde rijopleiding inzake de reacties bij een ongeval.

In het algemeen, mevrouw Lambrecht, kan men niet zeggen dat ik mij beperk tot verklaringen in de pers. Als u een andere opvatting hebt, hoor ik dat graag.

Feiten van vluchtmisdrijf verjaren na 3 jaar en niet na 5 jaar, zoals u aangeeft, volgens artikel 68 van de wegverkeerswet van 16 maart 1968. Door stuiting van de verjaring binnen die periode is deze dus maximum 6 jaar. In mijn ontwerp verhoog ik de verjaringstermijn voor de meeste verkeersmisdrijven, waaronder het niet ter plaatse blijven na een ongeval, van 1 naar 2 jaar, en dus bij stuiting van 2 naar 4 jaar. Voor de zware misdrijven zoals vluchtmisdrijf blijft het 3 jaar. Consultatie van het terrein, zowel politie als magistratuur, leert dat dit voldoende moet zijn voor een tijdige en correcte behandeling.

07.04 Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, het verheugt mij dat u even zwaar tilt aan dergelijke misdrijven als wij.

Als u mij kunt zeggen dat er al een datum vastligt voor overleg met uw collega Ben Weyts, zou dat mij nog meer verheugen. Dan weet ik namelijk dat u effectief zult samenkomen.

Uw zeer goed idee om in de rijopleiding een luik in te lassen over hoe omgaan met panieksituaties krijgt mijn volle steun. Ik ben blij dat wij iets hebben waarvoor wij ons samen volledige kunnen inzetten. Is er al een datum vastgelegd voor overleg hierover met uw collega?