Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister,

De afgelopen dagen heeft de geschreven pers stilgestaan bij enkele gevallen betreffende misbruik van minderjarigen en kinderporno waarbij de verdachte zijn werk als leerkracht of in een jeugdcentrum kon blijven uitoefenen.

In het eerste geval was de leerkracht geschorst geweest in zijn vorige school na een relatie met een leerling. Hij vond werk in een andere West-Vlaamse school, waar hij momenteel nog werkt. Beide scholen waren niet op de hoogte dat hij ook terechtstond voor het bezit van kinderporno en misbruik van een minderjarige.

In nog een andere zaak werd een opvoeder uit een jeugdcentrum 10 jaar geleden veroordeeld voor het misbruiken van 15 kwetsbare minderjarigen. Hij werkt momenteel nog altijd in datzelfde jeugdcentrum. Hij werd veroordeeld in het hof van beroep voor 4 jaar, waarvan 2 jaar met uitstel. Hij kreeg geen enkele voorwaarde  opgelegd dat hij niet meer in contact mag komen met kinderen.

De katholieke onderwijskoepel eist een betere doorstroming van informatie zeker als er minderjarigen bij betrokken zijn. Dirk Depover van Child Focus stelt voor dat werkgevers advies zouden moeten krijgen van justitie over sollicitanten die met kinderen willen werken. Een simpele ja of neen op basis van risicoanalyse volstaat. Zo wordt zowel de privacy van de verdachte als de veiligheid van de kinderen beschermd.

Mijn vragen:

  •  Hoe staat de minister tegenover deze bedenkingen bij strafrechtelijke onderzoeken/veroordelingen betreffende minderjarigen en het op de hoogte stellen van de werkgever?
  • Zal u initiatieven ondernemen om de doorstroming van informatie naar werkgevers over (kandidaat-)werknemers die te maken hebben met minderjarigen te verbeteren? Zo ja, welke?

Antwoord Minister Geens:

Mevrouw Lambrecht, artikel 1380, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek voorziet ineen wettelijke mogelijkheid voor het openbaar ministerie om vervolgingen of veroordelingen aan een derde partij mee te delen in het kader van tuchtzaken of voor administratieve doeleinden. Specifiek voor minderjarigen kan worden verwezen naar artikel 382 quater van het Strafwetboek dat werd ingevoerd door de wet van 14 december 2012 tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie. Dit artikel biedt de correctionele rechtbank de mogelijkheid om de mededeling van het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte van een vonnis te bevelen wanneer een persoon veroordeeld wordt voor bepaalde zedenfeiten en wanneer deze wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen. De COL 8/2014 van het College van procureurs-generaal betreffende de mededeling van vervolgingen en veroordelingen van ambtenaren regelt de gevallen waarin aan een tuchtrechtelijke of administratieve overheid informatie wordt verstrekt overeen strafrechtelijke vervolging of veroordeling. 

De richtlijnen uit deze omzendbrief zijn onder andere van toepassing op personen die in de jeugd sector tewerkgesteld zijn. Enerzijds, wat betreft de mededeling van veroordelingen,bepaalt de richtlijn dat alle veroordelingen tot een criminele of correctionele straf aan de overheid worden meegedeeld onder wier bevoegdheid de veroordeelde persoon valt. Anderzijds is de mededeling van lopende vooronderzoeken of vervolgingen delicater. Verschillende overwegingen, zoals het verloop van het onderzoek en het vermoeden van onschuld, moeten samen in overweging worden gebracht. De richtlijn bepaalt de opportuniteit van de informatieverlening op grond van vier algemene cumulatieve criteria: ten eerste de ernst van de feiten, ten tweede het verband tussen het misdrijf dat zou gepleegd zijn en de functie, ten derde het belang en het geheim van het onderzoek, en ten vier de het stadium van de rechtspleging. 

Wanneer de zaak in gerechtelijk onderzoek is,is het ook aangewezen om het advies van de onderzoeksrechter in te winnen. Ik heb het College van procureurs-generaal in september 2016 bevraagd over de concrete toepassing van de omzendbrief COL 8/2014. Het college werkt momenteel aan een aanpassing. Ik kan u nog meedelen dat ik deze middag de Vlaamse onderwijskoepel heb ontvangen samen met twee vertegenwoordigers van het College van procureurs-generaal. Er werden concrete afspraken gemaakt om de wederzijdse informatie-uitwisseling nog meer op mekaar af te stemmen.