Mondeling verslag

05.01 Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, of hun verwanten, kunnen onder bepaalde voorwaarden een verzoek om financiële hulp van de federale staat indienen. Wanneer de dader onbekend is, of onvermogend blijkt, draagt de federale staat bij tot het vergoeden van slachtoffers. Om de financiële hulp uit te keren werd de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan de Occasionele Redders opgericht. Deze commissie gaat na of, en voor welk bedrag, de staat in de kosten kan tussenkomen. Wanneer men hiervoor in aanmerking komt, en het verzoek dus wordt ingeschreven, krijgt men een brief van de Commissie voor Financiële Hulp met het volgende antwoord:

“Gelet op de huidige personeelsbezetting, gepaard gaande met een hoge werklast, bedraagt de verwerkingstijd voor een dossier momenteel een jaar en 10 maanden. Gelet op onze chronologische dossierbehandeling heeft het weinig zin om naar de stand van zaken te vragen zolang de termijn van een jaar en 10 maanden niet om is.”

Slachtoffers moeten sowieso reeds jaren wachten, omdat alle beroepsprocedures eerst uitgeput dienen te zijn. Wanneer er uiteindelijk een uitspraak is, zegt de Commissie voor Financiële Hulp dat zij, omwille van personeelsonderbezetting, het dossier pas na een jaar en 10 maanden kan behandelen. Ik heb hierover de volgende vragen, mijnheer die minister.

Ten eerste, bent u op de hoogte van deze situatie bij de Commissie voor Financiële Hulp? Wat is uw standpunt?

Ten tweede, zal u maatregelen nemen om de werklast en de personeelsonderbezetting bij de Commissie voor Financiële Hulp te verbeteren? Naar welke verwerkingstijd streeft u? Wat zal u ondernemen om deze achterstand weg te werken? Ik dank u.

05.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lambrecht, uit de ingewonnen inlichtingen blijkt dat het om een melding gaat die werd gedaan vanuit de intentie transparant te zijn naar de verzoekers bij de commissie.

Er zijn vorig jaar plannen in werking gezet om te verhelpen aan de personeelsproblematiek. Het secretariaat van de commissie werd uitgebreid met vier medewerkers, door artikel 2 van de wet van 31 mei 2016 tot wijziging van de wet 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen wat de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden betreft. De aanwervingprocedure van bijkomende medewerkers is lopende. Uiteraard wordt er gestreefd naar een zo kort mogelijke behandelingsduur, die echter ook afhangt van een aantal externe factoren, zoals het inwinnen van de nodige informatie bij de aanvrager, de evolutie van de medische toestand enzovoort. De versterking met bijkomende medewerkers zal ervoor zorgen dat de behandelingstermijn gevoelig kan worden teruggebracht.

Bovendien werden in de loop van 2017 door de koninklijke besluiten van 25 april en 29 november nieuwe leden benoemd, waardoor de commissie momenteel 55 leden telt. Dit zal er ook toe bijdragen dat de behandelingstermijn van de aanvragen kan worden verkort.

05.03 Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het is goed nieuws dat er volk zal bijkomen. Kunt u mij antwoorden op het volgende? Er zijn er nu 55, naar hoeveel leden zal men evolueren? Wat is de timing, wanneer gaan alle aangeworven leden aan hun job begonnen zijn? Hebt u daarop enig zicht?

05.04 Minister Koen Geens: Als u mij daarover opnieuw ondervraagt, zal ik u daarop meer gedetailleerd antwoorden.