Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister, de wet die de regels wijzigt voor de naamsoverdracht aan het kind of de geadopteerde is op 1 juni 2014 in werking getreden en is nu dus ruim drie jaar in voege. Ons land keek aan tegen een Europeesrechtelijke veroordeling en België moest de wetgeving dus aanpassen.

Om het effect van die wet te meten, heb ik statistische gegevens uit het Rijksregister opgevraagd in een schriftelijke vraag aan minister Jambon. Uit het antwoord kan ik afleiden dat de nieuwe naamwetgeving voorlopig, zoals voorspeld, zonder veel effect is gebleven. 90 % van de ouders houdt het op de naam van de vader, zoals het vroeger was. In 2016 kregen 866 van de 105 556 geboren kinderen een dubbele naam moeder-vader, wat nog geen procent vertegenwoordigt.

Mijnheer de minister, welke conclusies trekt u uit die cijfers? Liggen die cijfers in het verlengde van de cijfers in onze buurlanden? Zo neen, hoe verklaart u dat verschil met onze buurlanden?

Verslag commissie justitie:

Mevrouw Lambrecht, op basis van de cijfers kan ik enkel concluderen dat een overgrote meerderheid van de ouders nog steeds de naam van de vader lijkt te kiezen. Dat belet niet dat dankzij de nieuwe wet toch 10 % van de ouders hebben kunnen kiezen voor de naam van de moeder of de dubbele naam.

Ik wens de cijfergegevens aangaande het gebruik van de dubbele familienaam ook enigszins te nuanceren. Uit die cijfers kan niet worden afgeleid of de naam van de vader in die gevallen steeds het gevolg is van een effectieve keuze, dan wel van het feit of de ouders niet overeenkwamen of geen keuze hebben gemaakt. De standaardregeling in die gevallen was immers dat de naam van de vader gegeven wordt.

De cijfers dateren bovendien van vóór 1 januari 2017, de datum van de inwerkingtreding van de wet van 25 maart 2016 tot wijziging van de artikelen 335 en 335 ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind. Die wet heeft die artikelen aangepast als gevolg van het vernietigingarrest van het Grondwettelijk Hof. Die artikelen bepaalden immers dat in geval van onenigheid of bij afwezigheid van een keuze van de ouders omtrent de familienaam van het kind bij de geboorteaangifte, het kind de naam van de vader zou dragen. Dat laatste werd door het Grondwettelijk Hof ongrondwettelijk verklaard. Sinds 1 januari 2017 wordt dus in geval van onenigheid van de ouders over de familienaam van het kind de dubbele familienaam aan het kind toegekend en niet meer de naam van de vader. Die nieuwe standaardregeling kan een invloed hebben op het aantal gevallen waarin een dubbele familienaam wordt toegekend.

Mijn diensten beschikken niet over algemene recente cijfergegevens uit de buurlanden over het toekennen van een dubbele familienaam. Het Franse Institut national de la statistique et les études économiques maakte in 2015 wel bekend dat van al de in 2014 in Frankrijk geboren kinderen 83 % de naam van de vader draagt, 7 % de naam van de moeder en 10 % de dubbele naam. Bij gehuwde koppels draagt 95 % de naam van de vader. Uit het onderzoek van het Nederlandse tijdschrift WIJ Jonge Ouders uit 2016 zou blijken dat in Nederland 87 % nog altijd kiest voor de achternaam van de vader. Hierbij moet ik wel vermelden dat het in Nederland niet mogelijk is de dubbele naam door te geven. Onze cijfers lijken dus in het verlengde te liggen van die van onze naaste buurlanden.