Mondelinge vragen:

Mijnheer de minister, de griffie van de Franstalige rechtbank in het Brusselse Justitiepaleis is dicht omdat de grond verzakt is. Geen enkel overtuigingsstuk mag nog op de griffie via de Franstalige rechtbank binnengebracht worden. De griffie met overtuigingsstukken bevindt zich in de kelders van het Brusselse gerechtsgebouw. Volgens de Franstalige rechtbankvoorzitter Luc Hennart is deze beslissing genomen uit veiligheidsoverwegingen. Het is een bouwvallige ruimte waarin onder andere wapens en munitie liggen opgeslagen die tijdens onderzoeken in beslag genomen werden.

Luc Hennart haalt drie redenen aan waarover ik zelf al enkele vragen heb gesteld, met name het bewaren van een aantal gevaarlijke producten die men wettelijk niet meer mag bewaren, het aanhoudende schimmelprobleem en de grond die op bepaalde plaatsen is weggezakt.

Wat dit laatste betreft, wil ik graag een bruggetje maken naar de vermeende onrustwekkende verdwijning van de telefoontaps van een tijdje geleden waarover ik u al eerder aansprak. In de Nederlandstalige griffie betekent dit dat de overtuigingsstukken in de Nederlandstalige griffie tijdelijk verdwijnen en vervolgens opduiken na de uitspraak en nadat de zaak vijf keer werd uitgesteld. In de Franstalige griffie dreigen ze dan weer weg te zakken in de ondergrond.

Deze toestand is onhoudbaar, vandaar mijn vragen.

Klopt het dat de grond is weggezakt en dat de griffie dus gesloten is? Indien ja, wanneer zal de griffie dan opnieuw opengaan? Hoe zal men aan de nodige overtuigingsstukken geraken om een proces te voeren terwijl de griffie gesloten is, ervan uit gaande dat men deze tijdig terugvindt? Wanneer zullen de problemen inzake munitie, schimmel en grondverzakking opgelost worden in het Justitiepaleis?

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik zal mijn vragen groeperen.

Op 9 oktober 2017 nam de Franstalige rechtbank nog de beslissing om de deuren te sluiten van de griffie wegens het niet kunnen garanderen van de veiligheid van het Brusselse Justitiepaleis. Enkele dagen later neemt de Nederlandstalige rechtbank dezelfde beslissing. De ruimten in het Brusselse Justitiepaleis waar de politie bewijsmateriaal voor strafzaken in bewaring geeft, zijn er zo slecht aan toe dat de rechtbank geen andere mogelijkheid meer ziet dan de deuren gesloten te houden.

Gevaarlijke stoffen kunnen niet meer reglementair geborgen worden. Vloeren en plafonds verzakken. Er is waterschade. De luchtvochtigheid is ongezond hoog en dan is er nog de schimmelgroei. Het gevolg is dat bepaalde plekken enkel nog toegankelijk zijn met beschermingskledij, masker en handschoenen. Dat is hoegenaamd geen aangename plek om te gaan werken voor het personeel.

Daarom heb ik enkele vragen.

Welke maatregelen neemt u om de veiligheid van het personeel in het Justitiepaleis te kunnen garanderen? Hoe zult u deze problematiek oplossen? Wanneer zal er beterschap komen voor het personeel in het Brusselse Justitiepaleis? Is hier in een timing voorzien?

Mondeling verslag commissie justitie:

08.03 Minister Koen Geens: Mevrouw Lambrecht, er heeft zich begin dit jaar effectief een grondverzakking voorgedaan in het Brusselse Justitiepaleis. Het probleem situeert zich in een relatief klein lokaal waar momenteel archieven van de burgerlijke stand liggen opgeslagen.

De Regie der Gebouwen heeft een stabiliteitsonderzoek uitgevoerd om de voormelde verzakking in kaart te brengen. Naar aanleiding van de resultaten daarvan heeft zij een verbod uitgevaardigd om het lokaal nog te betreden. Door de grondverzakking is echter de relatieve vochtigheidsgraad in de desbetreffende en enkele omliggende ruimtes gestegen waardoor er zich schimmels zijn beginnen vormen. Naast de aantasting van een gedeelte van de archieven van de burgerlijke stand zijn er ook op de verpakking van enkele overtuigingsstukken alsook op een beperkt aantal overtuigingsstukken zelf visueel schimmelsporen vastgesteld. Deze laatste contaminatie situeert zich in een verder gelegen lokaal.

Op vraag van de Regie der Gebouwen heeft het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid in juni laatstleden metingen uitgevoerd. Uit het rapport dat deze instantie heeft opgemaakt, blijkt dat de desbetreffende lokalen uit voorzorg enkel nog met persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een mondmasker, mogen worden betreden. De arbeidsgeneesheer heeft op basis van dat rapport wel recentelijk de toegang verboden tot een beperkte ruimte waarin sterk beschimmelde archieven liggen opgeslagen, tenzij voor het saneren van deze lokalen en het conserveren van de archieven.

Er dient daarnaast te worden onderstreept dat de geïmpacteerde zone van overtuigingsstukken slechts een fractie betreft van alle lokalen in het Justitiepaleis waarin zich overtuigingsstukken bevinden. De desbetreffende ruimte mag volgens de arbeidsgeneesheer wel nog in beperkte mate worden betreden, eveneens mits gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Daarnaast werd ook aan de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel voorgesteld om de aangetaste overtuigingsstukken fysiek te isoleren om enerzijds de verdere ontwikkeling van schimmels in het desbetreffende lokaal te vermijden en om anderzijds te helpen om het ontstaan en de ontwikkeling van de contaminatie in dit specifieke lokaal beter te begrijpen. De voorzitter in kwestie heeft echter beslist om elke verdere aanname van overtuigingsstukken door zijn jurisdictie te weigeren. De voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank is hem daarin naderhand gevolgd.

In principe kunnen de noodzakelijke stukken er worden uitgehaald door de medewerkers van de rechtbank. De nodige persoonlijke beschermingsmiddelen worden door mijn diensten aan het rechtbankpersoneel ter beschikking gesteld en bieden afdoende bescherming. Uiteraard zijn dit uitzonderlijke omstandigheden en dient de Regie der Gebouwen in samenwerking met mijn diensten en de rechtbanken zelf te werken aan een snelle normalisering van deze toestand, mits de nodige structurele herstelmaatregelen.

Aangezien het niet enkel mijn diensten zijn die in dit hele proces dienen tussenbeide te komen, is het niet mogelijk om een exacte timing te geven. Bovendien dienen in dezen ook een aantal procedures te worden gevolgd die een zekere doorlooptijd kennen. We trachten deze termijnen uiteraard zo kort mogelijk te houden.

Daarnaast is er nog de problematiek van de omvang van het aantal overtuigingsstukken in het algemeen en van de munitie in het bijzonder. Hierin dienen alle actoren hun verantwoordelijkheid op te nemen. Zo dient de instroom kritisch te worden bekeken door de politie- en parketdiensten. Daarnaast is het aan de betrokken rechtbanken zelf om het aantal overtuigingsstukken te beheren, gaande tot afvoer en vernietiging van stukken waarin door het openbaar ministerie conform artikel 28 novies van het Wetboek van strafvordering een beslissing werd getroffen.

 De FOD Justitie sensibiliseert alle betrokken diensten op regelmatige basis omtrent deze materie. Specifiek voor de afvoer van munitie bestaat er een protocolakkoord tussen de FOD en het departement Defensie waarvan de rechterlijke orde gebruik kan maken voor het beheer van de materie.

Naast de infrastructuur voor de opslag van bewijsmateriaal, speelt het goede beheer van de materie een uitermate grote rol voor het beheersbaar houden van deze problematiek. Zoals daarnet reeds aangegeven, is dit de verantwoordelijkheid van de rechterlijke orde zelf.

08.04 Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, ik heb hierover al meerdere keren vragen gesteld en het antwoord is altijd ongeveer hetzelfde. Het zou daar blijkbaar niet zo erg zijn.

Ik hoor echter niet enkel het verhaal hier, ik heb ook, evenals u waarschijnlijk, de beelden gezien van de reportage. Het is een land als België onwaardig dat een justitiepaleis in de hoofdstad ruimtes heeft die eruitzien zoals we zagen in de reportage.

Ik onthoud dat er een nieuwe site gevonden zou zijn, een nieuwe plaats om overtuigingsstukken te bewaren. Ik mag hopen dat deze zich in de nabijheid bevindt, maar ik denk niet dat u de locatie nu al zal willen meedelen.

U meldt ook dat het allemaal zeer moeilijk is – en ik kan daar wel enigszins begrip voor opbrengen – omdat het niet enkel uw diensten zijn die de zaken daar moeten regelen. Misschien is het nu tijd om na te denken over de oprichting van een soort cel zodat niet altijd opnieuw het pingpongspel tussen de Regie der Gebouwen en de FOD Justitie opduikt. Ik ga ervan uit dat hierover toch deftig overleg moet bestaan. Ik vind het niet aanvaardbaar dat de diensten dat naar elkaar doorschuiven.

Ik hoor dat er veel stukken vernietigd moeten worden die niet nodig zijn. Ik begin me stellig af te vragen of de rechtbanken daar goede richtlijnen voor hebben, want ik kan me niet voorstellen dat ze al die stukken bijhouden als ze niet nodig zouden zijn.

08.05 Minister Koen Geens: (…).

08.06 Annick Lambrecht (sp.a): Toch wel? Dan vind ik dat een zeer zware verantwoordelijkheid die eerder onterecht bij u is terechtgekomen. Als stukken worden bewaard die niet langer moeten worden bewaard dan zitten we immers met een zeer groot probleem.

Het goede beheer speelt volgens u een rol. Dat klopt, maar ook daar zijn blijkbaar opleidingen nodig om te komen tot zo’n goed beheer. Ik vraag mij af of er voldoende info en opleidingen bestaan. Volgens u ligt immers een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de rechtbanken zelf die te veel stukken houden en ze bovendien niet altijd goed beheren. Ik weet niet of dit een correcte interpretatie is van uw antwoord, mijnheer de minister?

08.07 Minister Koen Geens: Het is niet de verantwoordelijkheid van de rechtbank, maar van de parketten om in de stukken te “wieden”. Sinds het incident in Brussel zijn hiervoor nu instructies gegeven zodat hiervan veel systematischer en automatischer werk kan worden gemaakt. Dit is heel dringend nodig. Het is ook zo dat er een nieuwe ruimte beschikbaar is. Ik wacht alleen op de toestemming van de Brusselse voorzitters om die ruimte in gebruik te nemen.

08.08 Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, ik begrijp dat de parketten richtlijnen hebben gekregen. Dat is zeer goed nieuws. Zal de toepassing van die richtlijnen ook worden opgevolgd? Hebt u ter zake enige slagkracht?

08.09 Minister Koen Geens: Ik zal mijn best doen, mevrouw Lambrecht.