Mondelinge vraag:

Geachte Heer Minister,

Vorige week tekenden 17 energieleveranciers op uw kabinet een nieuwe versie van de gedragscode voor de energiesector.

Eric Houtman, de Vlaamse ombudsman voor Energie, is niet onverdeeld gelukkig met de nieuwe code. Het meest struikelt hij over de verbrekingsvergoeding, een bedrag dat je betaalt als je een contract stopzet. Bij wet mogen energieleveranciers officieel geen verbrekingsvergoeding meer vragen, toch gebeurt het nog op een meer verdoken manier. Een vaste vergoeding voor een heel jaar aanrekenen terwijl je geen volledig jaar klant was, bijvoorbeeld.

En het blijft ook volgens de nieuwe gedragscode nog mogelijk. De ombudsdienst had geadviseerd om die vaste vergoeding pro rata aan te rekenen volgens de termijn dat je klant was. Dat advies is niet gevolgd. Er staat zwart op wit dat leveranciers een vast bedrag mogen aanrekenen voor een volledig jaar, terwijl je maar enkele maanden klant geweest bent.

Mijnheer de minister,

Wat is de wettelijke basis voor die bepaling in de gedragscode?

Gaan de leveranciers die dat toch doen niet tegen de wet in, die zegt dat er geen enkele vergoeding mag worden aangerekend als een huisouden of een kmo gebruikmaakt van zijn recht om een contract te beëindigen?

Zo ja, hoe zal u deze verdoken verbrekingsvergoeding proberen aan te pakken?

Mondeling verslag:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik heb een tamelijk uitgebreid antwoord, dat hopelijk volledig en afdoende zal zijn.

Zoals u ongetwijfeld hebt kunnen zien, werd de gedragscode in een nieuwe vorm gegoten om de leesbaarheid en de samenhang ervan te verbeteren. De belangrijkste nieuwigheden kan ik in een aantal punten samenvatten.

Ik kom tot het eerste punt dat ik wil aansnijden. De energieleveranciers die een prijszetting hebben met een forfaitaire vaste kostprijs die per begonnen jaar wordt aangerekend in het kader van contracten van bepaalde duur van meer dan één jaar, zullen deze vanaf het tweede jaar niet meer integraal in rekening brengen aan de consument die vervroegd een einde stelt aan zijn leveringsovereenkomst. Het derde jaar zal dit bedrag nog verminderen. Wordt de overeenkomst na een termijn verlengd of vernieuwd, dan zal bij een vervroegde beëindiging van de nieuwe overeenkomst het bedrag dat wordt aangerekend op de afrekeningsfactuur nooit hoger liggen dan het verminderde bedrag van het laatste jaar van zijn initieel contract.

Sommigen vonden dit onvoldoende. Collega Dierick heeft ernaar verwezen. Mijn mening is dat we met deze nieuwe afspraak een belangrijke stap hebben gezet. Ik wil nog even in herinnering brengen dat we spreken over een gedragscode. Dit is een set vrijwillige verbintenissen van ondernemingen ten aanzien van consumenten. We hebben heel wat vergaderingen gehad om die stap te kunnen zetten, door diegenen die daartoe moesten worden bewogen.

De analyse die de FOD Economie over deze forfaitaire vaste vergoeding heeft gemaakt, leidde tot de conclusie dat ze niet strijdig is met de regelgeving. Mocht ik een ander advies hebben binnengekregen, dan had ik natuurlijk op een andere manier kunnen of moeten reageren. Als de FOD Economie mij zegt dat het niet strijdig is, zitten we in een ander kader. Deze vergoeding is immers een tariefcomponent en geen vergoeding voor verbreking. Dat was het duidelijke standpunt van de FOD Economie. Niettegenstaande dat, zijn we er toch in geslaagd om – zoals ik zojuist heb toegelicht – die vergoeding te laten verminderen in de tijd.

Ten tweede, in de toekomst zal er in situaties van verkoop buiten de onderneming, onder meer wanneer de verkoper bij de consument thuis langsgaat, altijd een prijssimulatie worden gemaakt. Die zal in principe steunen op het werkelijk verbruik van de consument. Enkel wanneer dit gegeven niet beschikbaar is, zal de verkoper zich kunnen baseren op het gemiddelde verbruik conform het type klant.

De consument zal een document ontvangen met alle gegevens van de gemaakte prijssimulaties.

Het gaat dus om drie punten.

Er is, ten eerste, steeds een prijssimulatie. Ze gebeurt,

ten tweede, op basis van de werkelijkheid.

Er is, ten derde, een materieel spoor. Bij telefonische verkoop is er geen verplichting om steeds een prijssimulatie te maken. De consument die belt, heeft zich vaak al zelf goed geïnformeerd. Indien daarbij echter een prijssimulatie wordt gemaakt, moeten de daarnet aangehaalde regels worden nageleefd.

Ten vierde, er wordt rekening gehouden met de transitie die in de energiemarkt aan de gang is. Voor de eerste maal bevat de gedragscode ook bepalingen over de leveringscontracten die ook andere goederen of diensten bevatten, bijvoorbeeld een verzekering, het onderhoud en technische interventies, een energiescan of een slimme thermostaat. Er wordt verzekerd dat de consument daarover heel duidelijk wordt geïnformeerd en weet wat het lot van de andere goederen en diensten is, wanneer hij/zij zijn/haar contract op het vlak van levering van gas of elektriciteit stopzet.

Ten vijfde, de tariefkaarten zullen permanent beschikbaar blijven. Daarmee wordt een van de problemen aangepakt die een belemmering kunnen vormen om van energieleverancier te veranderen. Vaak weet de consument niet meer welke tarieven nu juist op zijn contract van toepassing zijn. Zolang er consumenten zijn die door een bepaald contract zijn gebonden, zal de tariefkaart die voor dat contract geldt, beschikbaar blijven. De consument zal ze steeds op zijn digitale klantenzone kunnen terugvinden of bij zijn leverancier kunnen opvragen.

Ten zesde, in de toekomst zal de consument aan wie de energieleverancier een waarborg tot zekerheid van betaling had gevraagd, de terugstorting ervan vroeger kunnen vragen. Tot nu toe kon dat enkel op het einde van het contract. Voortaan zal de consument die gedurende één jaar stipt zijn facturen betaalt en geen openstaande schulden heeft, de terugbetaling kunnen vragen.

Ten zevende, er wordt voor gezorgd dat de consument effectief voldoende tijd heeft om de factuur die hij krijgt, te betalen. Vandaag kan dat anders zijn, omdat het gebeurt dat een hele tijd verstrijkt tussen de opmaak van een factuur of de factuurdatum en de verzending ervan. De leveranciers verbinden zich ertoe ervoor te zorgen dat de verzending ten laatste drie dagen na de factuurdatum gebeurt.

Ten achtste, naast wat ik reeds heb aangehaald, zijn er verschillende maatregelen om de transparantie voor de consument te verhogen. In dat kader wil ik nog vermelden dat de consument ertoe wordt aangezet om prijzen te vergelijken. Zo zal de consument bij een contractvernieuwing en bij de jaarlijkse mededeling van het goedkoopste product van zijn leverancier er uitdrukkelijk en op een opvallende manier op worden gewezen dat hij via de website van de regulator kan nagaan wat het goedkoopste tarief is.

Tot slot wil ik nog vermelden dat de consument, om hem voor onaangename verrassingen te behoeden, bij contractsluiting op een duidelijke en goed zichtbare wijze zal worden ingelicht over de kosten die bij wanbetaling in rekening worden gebracht, los van de algemene voorwaarden.

Daarmee heb ik volgens mij de meest in het oog springende nieuwigheden aangegeven. Er is wel degelijk een stap vooruitgezet op het vlak van de consumentenbescherming. Door de diverse aanpassingen op het vlak van transparantie wordt het de consument gemakkelijker gemaakt om leveranciers te vergelijken. Er zijn dus verschillende nieuwe elementen die ertoe zouden moeten bijdragen dat de consument weet dat hij de aanbiedingen van energieleveranciers gemakkelijk kan vergelijken. De consument kan ook de gegevens van zijn lopend contract terugvinden. Wij reiken instrumenten aan om de consument te helpen actief te zijn op de markt, waardoor de strijd tegen slapende contracten kan worden aangegaan.

Zoals al is gezegd, is een gedragscode een geheel van vrijwillige verbintenissen. Dat betekent niet dat ze vrijblijvend zijn. De niet-naleving ervan door een ondertekenaar is een oneerlijke handelspraktijk die strafrechtelijk kan worden vervolgd. De Economische Inspectie houdt toezicht. Dat toezicht is een permanente opdracht. Die gedragscode sluit aan bij boek VI van het Wetboek van economisch recht.

Ik deel de interpretatie van de ombudsman voor Energie niet als zou een forfaitaire vaste vergoeding een verdoken verbrekingsvergoeding zijn. De analyse van de administratie over deze aangelegenheid besloot, zoals ik al zei, dat een forfaitaire vaste vergoeding niet in strijd is met de bepalingen in de energiewet en over de verbrekingsvergoeding. De ombudsdienst moet geschillen oplossen, rekening houdend met de bestaande rechtsregels. Het lijkt mij van belang dat de dienst zich aansluit bij de analyse en de standpunten van de bevoegde administratie, wat ik trouwens ook moet doen.

Ik heb oor voor de vraag die vanuit verschillende hoeken werd geformuleerd om in te grijpen op het vlak van de forfaitaire vergoeding die per begonnen jaar werd aangerekend. Daarom heb ik dit punt op tafel gelegd. Dit overleg heeft ertoe geleid dat de energieleveranciers zichzelf een aantal regels hebben opgelegd.

Ik ben met al die elementen vandaag niet van plan om nog verder in te grijpen, gelet op de juridische analyse die de FOD Economie zo duidelijk heeft gemaakt.