Mondelinge vraag:

Geachte Heer Staatssecretaris,

Ik las in een artikel van Le Soir op 15/07 dat in het kader van de recente OSPAR- bijeenkomst enorme vragen worden gesteld over de blijvende toename van de vervuiling in de zeeën en meer bepaald in onze eigen Noordzee.

Onze zee is onderhevig aan hoge druk door enerzijds ons hoge bevolkingscijfer, anderzijds onze hoge graad van industrialisering.

Niet enkel onze zee is zwaar vervuild, ook onze stranden zijn helemaal niet proper.

Het betreft vooral het massaal aanwezig zijn van plastiek en piepschuim  zowel in het water als op het strand.

Ter voorbeeld : 1 kg zand zou niet minder dan 150 stukjes plastiek bevatten.

Dit heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid van mens en omgeving en snakt naar actie.

Mijnheer de staatssecretaris ik heb volgende vragen :

1. Welke maatregelen zal u nemen om dit prangend probleem van onze Noordzee aan te pakken zowel in de zee als op onze stranden ?

 2. Bestaat er nu reeds een plan van aanpak? Kunt u dit toelichten en timing van acties geven ?

Antwoord staatssecretaris De Backer:

Mevrouw de voorzitter, het klopt inderdaad dat ik van de strijd tegen marien afval een van de prioriteiten heb gemaakt in mijn beleid, weergegeven in mijn beleidsnota.

U weet allen dat afval op verschillende manieren in de Noordzee terechtkomt. Er vinden activiteiten op zee plaats, zoals zeevaart, visserij, de aquacultuur en offshoreprojecten. Daarnaast komt er zwerfvuil van land via de rioleringen, via waterzuiveringsinstallaties en eenvoudigweg via de wind, omdat mensen nog altijd vuil gewoon op straat gooien, dat uiteindelijk in de zee terechtkomt. Ik vernoem ook strandafval, het afval rond vuurwerkfestivals en sportactiviteiten, want er vinden zoveel activiteiten plaats en elk van die activiteiten heeft ook een impact op wat er uiteindelijk in onze Noordzee terechtkomt.

Daar komt bovenop dat wij maar een heel klein stukje van de zee beheren en als België in eigendom hebben. Het probleem is echter internationaal gelinkt. Al wat er in de wereld gebeurt, komt voor een stuk aan onze deur voorbij. Ik ben er wel van overtuigd dat marien afval absoluut een specifieke aanpak vraagt. Op verschillende vlakken hebben wij geprobeerd om zelf initiatieven te nemen. Wij zijn inderdaad internationaal actief. Wij proberen allianties te maken en te leren van wat er in andere landen gebeurt, al moet ik zeggen dat ik op veel van die internationale conferenties vooral zelf aangesproken word op onze initiatieven, met de vraag wat wij doen, aangezien wij op veel vlakken op dat gebied koploper zijn.

Ik pleit echt voor een totaalaanpak die niveauoverschrijdend en ook multidimensionaal moet zijn.

De voorbije maanden heb ik zelf een aantal initiatieven nieuw leven ingeblazen en heb ik ook nieuwe initiatieven genomen. Het meest in het oog springende is het project Fishing for litter, dat wij opnieuw hebben opgestart.

In 2017 wordt daar 6 000 euro voor vrijgemaakt. Daarbij worden zakken ter beschikking gesteld, wordt alles opgehaald en verwerkt. Er is ook in een rapportage voorzien, zodat wij de impact kunnen nagaan. In 2018 zou het budget naar 8 000 euro worden opgetrokken. Afhankelijk van het aantal gebruikers kunnen wij het bedrag stelselmatig blijven opdrijven. Het betreft hier een systeem, waarbij de diensten en de vissers grote zakken krijgen, om het afval dat zij vinden of zelf produceren, mee aan land te brengen en niet in zee te dumpen.

Wij hebben de voorbije maanden ook heel hard op sensibilisering ingezet. De federal truck heeft de voorbije zomer opnieuw de kust afgereden, om mensen, waaronder jongeren te sensibiliseren. In 2017 was daaraan gekoppeld dat mensen aan een beach clean-up konden deelnemen, wat heel wat impact heeft gehad. Meer dan 1 000 mensen werden met dat initiatief bereikt. Het is ook belangrijk om vooral jongeren met de directe impact van vervuiling op onze stranden in contact te brengen.

Ook is een opleiding bij het Maritiem Instituut in Oostende voorgesteld om jonge vissers van bij de start bij te brengen dat zij op een bezorgde manier met het maritieme milieu moeten omgaan en hen bij te brengen hoe zij hun steentje kunnen bijdragen tot de strijd tegen afval.

Er is door de dienst Marien Milieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid ook een nationale werkgroep omtrent marien zwerfafval opgericht, waarbij samen met de Gewesten, de provincie en de kustburgemeesters wordt bekeken wat samen kan worden gedaan, om het mariene afval te pakken te krijgen.

Voor mij is ook belangrijk dat ook experts en wetenschappers tijdens discussies actief hebben bijgedragen, teneinde evidence-based voorstellen te kunnen doen.

Overigens kijken wij al heel streng toe op de naleving van de milieuvergunningsprocedure die voor alle activiteiten op de Noordzee geldt.

Zoals u al vermeldde, zijn wij ook op internationaal, Europees niveau bezig met acties en zijn wij ter zake zelfs voortrekker. Er was de Oceans Meeting in Lissabon. Voordien is minister Reynders naar de Verenigde Naties gegaan, om, ook op internationaal niveau, een aantal commitments te ondertekenen, die heel hard aan de gezondheid van onze oceanen zijn gelinkt. Er bestaat, ook vandaag al, op Europees niveau bijvoorbeeld een actieplan rond de circular economy, waarvan ook een plastics strategy deel uitmaakt. Er is een Europese kaderrichtlijn inzake mariene strategie, waaraan wij meewerken. Er is een Europese kaderrichtlijn inzake water, waarbij België ook de Europese richtlijnen ter zake zal opvolgen, om microplastics uit water te zuiveren.

Op regionaal niveau is België lid van de OSPAR-commissie, waarover u ook sprak. Wij zullen in 2017 en in 2018 het ondervoorzitterschap van die commissie waarnemen, wat opnieuw bewijst dat wij ook op dat vlak een heel actieve rol spelen.

Wij nemen ook deel aan de Intersessional Correspondence Group Marine Litter en het Regional Action Plan Marine Litter. Wij zullen op dat vlak dus actief blijven en OSPAR ondersteunen met onze kennis en met onze initiatieven.

U ziet dat wij heel wat verschillende zaken doen. Wij zijn zowel lokaal als regionaal, federaal en internationaal actief. Wij proberen de good practices, die wij zelf ontwikkeld hebben, door te geven. Wij hebben er bijvoorbeeld in Lissabon met verschillende mensen over gesproken hoe renovatie een rol kan spelen. Ik heb een onderhoud gehad met commissaris Moedas, informeel, om te kijken hoe wij kunnen samenwerken.

Samen met minister Marghem nemen wij ook initiatieven om het probleem van de microplastics aan de bron aan te pakken. Wij kijken hoe wij over de grenzen van de gewestelijke en federale bevoegdheden heen een goede afstemming kunnen vinden om macro-, micro- en nanoplastics aan de bron aan te pakken. Dat zal ook een element vormen van het actieplan, waaraan wij nu de laatste hand aan het leggen zijn.

Ik heb daar al vaak over gesproken en het wordt inderdaad tijd dat het actieplan inzake plastic opgeleverd wordt. Ik hoop er in de komende weken de laatste hand aan te leggen, zodat de overheid eindelijk beschikt over een actieplan en met de verschillende stakeholders van de uitvoering ervan werk kan maken. Dat wetenschappelijk onderbouwd plan kan op het terrein effectief een verschil maken.

Ik meen dat ik hiermee het grootste deel van uw vragen beantwoord heb. Als er nog specifieke dingen zijn waarover u iets wil weten, hoor ik dat graag.