Mondelinge vraag:

Mondelinge vraag aan dhr. Geens, minister van justitie wat betreft het ‘advies’ van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders betreffende wetsvoorstel 833/1

Mijnheer de minister,

In navolging van mijn wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat betreft de informatie over de kosten van gerechtsdeurwaarder heb ik met enige verwondering kennis genomen van genoemd ‘advies’ en meer in het bijzonder met de naar mijn mening aanmatigende toon, waarbij gesteld wordt dat noch de wetgevende macht noch de uitvoerende macht (minister) zich wat de voorliggende problematiek betreft, te moeien heeft met de werking van gerechtsdeurwaarders.
 Naar de mening van de Nationale Kamer is het uitsluitend aan hen om via een interne reglementering de in het wetsvoorstel aangehaalde problemen aan te pakken, waartoe zij wat ik zou noemen een ‘denkoefening’ zijn opgestart.

Dat roept bij mij volgende vragen op:

 1. Heeft de minister kennis van deze denkoefening?

2. Wat is de timing om deze oefening af te ronden?

3. hoe zal de aangepaste interne reglementering ter kennis gegeven worden aan het brede publiek?

Antwoord minister Geens:

Ja, ik heb er kennis van en verneem van de Nationale kamer van gerechtsdeurwaarders (NKGB) dat een Nederlandstalige en Franstalige werkgroep "juridische taal" zich onder meer buigt over de materie die u behandelt in uw wetsvoorstel.

Blijkbaar bestaat deze werkgroep niet alleen uit gerechtsdeurwaarders, maar ook uit professoren, (taal)experten en gaan hun werkzaamheden verder dan de scope van uw voorstel.

We zijn het er allemaal eens over dat vereenvoudiging van de juridische taal en wat daar mee samenhangt, zoals de informatie rond de kosten en afkortingen, de rechtstonderhorige zal helpen. Ik steun graag elk nuttig initiatief in die zin.

De werkzaamheden van de Nationale Kamer dienen nog aan beslissingsorganen te worden voorgelegd. Daarnaast meldt de Nationale Kamer mij dat zij nu in juni ter zake ook een overleg met de Hoge Raad voor de Justitie hebben (in kader van het Krokusplan). Als timing voor de afronding van het project stellen ze eind dit jaar voorop.

Wat nu het beste instrument in deze is, wetgevend of via een intern reglement, het "ter kennis geven aan het publiek", zal hoe dan ook gebeuren via de aangenomen 'regels' die uit de door de gerechtsdeurwaarders (toekomstig) gehanteerde stukken zullen blijken.

Ik volg dit graag samen met u en de Nationale Kamer verder op.

Het is een kwestie van eens te landen.