Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister,

Onlangs hebben de magistraten van het hof van beroep  van Antwerpen zelf een automatische defibrillator bekostigd voor in hun hal. Ze hebben daar onder meer een pannenkoekenslag voor moeten organiseren om het geld voor zo’n toestel bij een te krijgen. De FOD Justitie is blijkbaar momenteel niet in staat om automatische externe defibrillators te plaatsen in de gerechtelijke gebouwen van het land.

Dit is het zoveelste voorbeeldwaar FOD Justitie de grootste moeilijkheden heeft om te voorzien in een basis infrastructuur in de gerechtsgebouwen, die in het belang van zowel het gerechtspersoneel als de rechtzoekenden is. Volgens de ARBO-wet is de werkgever verplicht om voor de veiligheid en welzijn van de werknemers en de bezoekers te zorgen. Men kan dus opperen dat het plaatsen van een defibrillator in openbare gebouwen hieronder valt.

Mijn vragen:

1. acht de minister een defibrillator noodzakelijk in een gerechtsgebouw?
2.Is de minister van plan om binnenkort budget vrij te maken om te voorzien in defibrillators in gerechtsgebouwen?

Antwoord Minister Geens

Mevrouw Lambrecht, ik verwijs naar het antwoord dat ik in de commissie al een aantal keer heb gegeven en dat nog steeds toepasselijk is. Ik wil het gerust nog even herhalen. Het plaatsen van een AED-apparaat is actueel geen wettelijke verplichting. Het is ook niet standaard voorzien in de gerechtsgebouwen. Dat neemt niet weg dat de correcte inzet van dergelijke toestellen bij bepaalde acute hartaandoeningen onmiskenbaar een levensreddend karakter kan hebben. Daarbij zijn mijn diensten een optie aan het uitwerken om een samenwerkingsverband aan te gaan met een vzw, om via een gedeelde financiering toch toestellen te kunnen installeren. Dat voorstel wordt binnenkort ter akkoord voorgelegd aan het gemeenschappelijk beheerscomité met de gerechtelijke diensten, waarna het nog de normale validatieprocedure moet volgen. Tot slot wil ik nog meegeven dat een dergelijke installatie alleen maar nuttig is indien ook wordt voorzien in de nodige omkadering qua opleiding, nazicht en onderhoud van de toestellen.