Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister,

 De tarieven die gerechtsdeurwaarders bij een gerechtelijke invordering moeten hanteren, zijn momenteel geregeld door een Koninklijk Besluit dat bijna 40 jaar oud is (K.B. van 30 november 1976 “tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen”).

 Deze tarieven stammen uit een periode waarin de gerechtsdeurwaarder veel minder technische/elektronische hulpmiddelen had om zijn/haar werk te vergemakkelijken. Een modernisering en vereenvoudiging van dit tarievensysteem lijkt zich dus op te dringen.

Mijn vragen:

  • Overweegt de minister een herziening of hervorming van deze tarieven? zo ja, in welke zin?

Antwoord Minister Geens

Mevrouw Lambrecht, ik beoog op korte termijn geen hervorming of herziening van de tarieven. Wel overweeg en bestudeer ik een aanpassing van het KB om een grotere transparantie en begrijpbaarheid van de aangerekende kosten te realiseren. Dat sluit aan bij het wetsvoorstel dat mede ondertekend werd door uw collega Bonte en in de commissie door u gisteren werd ingediend en toegelicht. Ik deel uw streven omtrent meer transparantie rond de aangerekende kosten, maar ben er nog niet van overtuigd dat een wetswijziging noodzakelijk is. Ik heb daarom de opdracht gegeven om technisch na te kijken of een wetsaanpassing noodzakelijk zou zijn. 

Zo ja, zal ik uw wetsvoorstel, eventueel geamendeerd, graag steunen. Ik kijk ook uit naar het schriftelijk advies dat de commissie gevraagd heeft of zal vragen aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. Het terugdringen van kosten voor de invordering van schulden is een belangrijke prioriteit in mijn beleid. De kosten komen uiteindelijk ten laste van schuldenaars die, buiten zij die nalatig zijn door slordigheid, al liquiditeitsproblemen hebben. De nieuwe procedure inzake invordering van onbetwiste schulden is er een voorbeeld van. Meer nog dan een snellere invordering van onbetwiste schulden zorgt ze voor een verlaging van de kosten voor de schuldenaar, omdat er minder tussenkomsten zijn van de gerechtsdeurwaarder en dus lagere kosten. Ik hoop nog dit jaar in de commissie het wetsontwerp inzake de modernisering van de collectieve schuldbemiddeling te kunnen bespreken. Hier moeten we, mede dankzij een doorgedreven digitalisering van het werk van de schuldbemiddelaar en de rechtbank, kunnen komen tot een verlaging van de kosten die ten laste komen van de schuldenaar.