Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister, 

scholen nemen steeds vaker een incassobureau onder de arm om ouders onbetaalde rekeningen te doen vereffenen. In 2012 waren het er 600, vorig jaar al 1 400. Uit nieuwe cijfers blijkt nu dat de scholen in totaal 10 570 claims hebben ingediend, goed voor 4 % van de schoolfacturen. Al die onbetaalde rekeningen slaan samen een put van net geen 2,3 miljoen euro.

Kinderen met een stapel onbetaalde rekeningen met een herinnering naar huis sturen, biedt zelden een oplossing. Integendeel, door het stigma komt het welzijn in het gedrang. De inschakeling van incassobureaus moet volgens ons te allen tijde vermeden worden bij schulden op school. Een incassobureau biedt hiervoor geen oplossing. Het gevolg ervan zijn extra kosten en vaak zit het kind het jaar nadien op een andere school, waar dezelfde carrousel kan herbeginnen, zonder dat de school het geld ooit ziet. Zo is het kind opnieuw de dupe.

Wij zijn er dan ook van overtuigd dat er andere manieren moeten worden gezocht om onbetaalde schoolfacturen aan te pakken. Een belangrijke taak ter zake ligt ongetwijfeld bij uw collega’s, de ministers van Onderwijs, maar ook Justitie kan ingrijpen door de interventie van incassobureaus maximaal te ontmoedigen of zelfs uit te sluiten en door de kosten tot een absoluut minimum te beperken.

Daar mijn vraag aan de commissie hier is toegewezen, stel ik ze hier, in plaats van in de commissie voor de Justitie, waar ik ze eerst had ingediend.

Mijnheer de minister, 

1. hoe staat u tegenover de problematiek?
2. Zult u initiatieven nemen om die maatschappelijke problematiek aan te pakken? Zo ja, dewelke?

Antwoord Vice-eersteminister:

Collega Lambrecht, ik ben net als u zeer bezorgd om de kinderen en de ouders die bepaalde schoolfacturen spijtig genoeg niet kunnen betalen. Mocht u hierover nog tweeten – ik volg alle tweets die van hier vertrekken – moet u dat zeker meegeven.

Dat gezegd zijnde, scholen hebben zoals elke schuldeiser recht op de betaling van schulden. Zij zijn zelf ook schuldenaars en moeten hun facturen natuurlijk zelf kunnen betalen. Blijft de betaling uit, dan kan een school verdere stappen ondernemen. Dat kan op diverse manieren, bijvoorbeeld door een beroep te doen op gespecialiseerde organisaties die aan bemiddeling doen, zoals MyTrustO.

Er kan ook worden overgegaan tot minnelijke invordering en zelfs tot de inschakeling van een incassobureau. Dat is natuurlijk niet echt de beste manier om dat te doen; wat dat betreft, daar kan ik u in bijtreden. Zoals bepaald in de wet op de minnelijke invordering van schulden van de consument kunnen enkel de invorderingsschulden in rekening gebracht worden waarin de onderliggende overeenkomst voorziet. Bij scholen zal dat vaak het schoolreglement zijn, dat de ouders hebben ontvangen en aanvaard.

De vraag is of wij op het federale niveau nog bijkomende stappen kunnen doen, als dat op schoolniveau op een goede manier wordt aangepakt. Mevrouw Lambrecht, misschien was uw vraag al ingediend, vooraleer de Vlaamse minister van Onderwijs het project heeft gelanceerd om scholen te helpen omgaan met armoede en het menswaardige innen van facturen? Ik vind dat een heel terecht en waardevol initiatief, dat wij alleen maar kunnen ondersteunen en toejuichen. Daarbij ligt het accent op de preventie met de beheersing van de onderwijsfactuur en op het uitbouwen van een goede communicatie. Daarnaast wordt ook ingezet op toeleiding naar relevante actoren van de hulpverlening, waaronder het OCMW en de schuldbemiddelingssector.

Ik denk dat dat de juiste aanpak is. Op federaal niveau moeten wij geen bijkomende initiatieven nemen, zeker omdat het project nog maar pas werd opgestart en we het alle kansen willen geven. Hopelijk kan het project worden uitgebreid, zodat wij op federaal niveau geen initiatieven hoeven te nemen. Het probleem van de incassobureaus wordt op die manier ook op zeer efficiënte manier aangepakt.

 Annick Lambrecht (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

Ik heb mijn vraag inderdaad ingediend vóór de bekendmaking van dat initiatief. Het verheugde mij dat op Vlaams niveau dat project werd opgestart, maar het gaat pas om een proefproject in 30 scholen. We moeten dus de resultaten afwachten.

Net als velen met mij hoopte ik dat het federale beleidsniveau scholen zou verbieden om te werken met incassobureaus, omdat er genoeg andere manieren zijn om geld in te vorderen dan de zeer agressieve manier van de invordering door incassobureaus. Ik meen uit uw antwoord te begrijpen dat op dat vlak in eerste instantie niet echt stappen zullen worden gezet.

Minister Kris Peeters: Nee, en nog belangrijker is dat mijn antwoord overlegd is met de bevoegde minister. Wij willen het pilootproject alle kansen geven. Mocht er toch nog sprake zijn van een ernstig probleem, dan ben ik graag bereid om op federaal niveau ter zake stappen te overwegen in de richting die u zelf aangeeft. Ik wil het project nu alle kansen te geven, zoals mijn collega in de Vlaamse regering ook te kennen gaf.