Mondelinge vraag:

Mijnheer de vice-eersteminister,

In minnelijke invorderingen overeenkomstig de wet van 20 december 2002 is vaak sprake van ‘schadebedingen’. Overeenkomstig een vaste rechtspraak zijn dergelijke bedingen evenwel slechts toegelaten wanneer ze niet meer vergoeden dan de potentiële schade ingevolge de wanbetaling.

In de praktijk wordt evenwel vastgesteld dat in dossiers van minnelijke invordering van schulden vrijwel nooit aangegeven wordt waarin deze potentiële schade bestaat.

Veelal zijn de personen met schuld evenwel niet op de hoogte van deze rechtspraak en komt ook geen rechter tussen om overdreven schadebedingen te temperen.

Vandaar mijn vragen:

  1. Is de minister op de hoogte van deze praktijken?
  1. Overweegt de minister om tegen deze praktijken op te treden.

  2. Acht de minister het gepast om naar analogie met de wetgeving consumentenkrediet maximale percentages of bedragen vast te leggen?

Antwoord Vice-eersteminister Peeters

1. Ik heb er zeker weet van date r soms problemen zijn met betrekking tot de hoogte van schadevergoedingen die in rekening worden gebracht. Conform de wet van 20 december 2002 mogen geen vergoedingen worden aangerekend die niet voorzien zijn in de onderliggende overeenkomst. Het is meestal bij die overeenkomst dat het schoentje knelt.

2. Het probleem dat u schetst is niet vanzelfsprekend. Het is namelijk belangrijk dat er een goed evenwicht wordt bewaard tussen de bescherming van de consument enerzijds en de gerechtvaardigde belangen van de onderneming om betaling te ontvangen voor de geleverde prestaties anderzijds.

Daarom achtte ik het aangewezen om de Raad voor het Verbruik om advies te vragen in verband met de herinneringskosten, de kosten van ingebrekestelling en de nalatigheidsinteresten. De Raad heeft eind januari een eerste, tussentijds advies verstrekt dat vooral een beschrijving geeft van een aantal problemen. De Raad voor het Verbruik vroeg mij om verder te kunnen beraadslagen over een aantal concrete oplossingen. Gisteren heb ik reeds het ontwerp van advies, goedgekeurd door het Bureau van de Raad voor het Verbruik, ontvangen. Het moet nog door de plenaire van de Raad worden gevalideerd. Ik wil dit advies nu eerst ten gronde bestuderen.