Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister,

In navolging van mijn mondelinge vraag betreffende de erkenning van moskeeën op 10 mei gaf u het volgend antwoord in verband met het inplannen van een vergadering tussen het kabinet van Homans en de VSSE (Veiligheid van De Staat):

“ In antwoord op mijn brief van 2 mei, is er een contact geweest tussen beide beleidscellen en werd er een nieuwe datum voor een overleg vastgelegd.”

Hierover heb ik volgende vragen:

  • Heeft die vergadering ondertussen al plaatsgevonden?
  • Wat waren de conclusies?
  • Is er ondertussen duidelijkheid over de onderlinge taakverdeling?

Antwoord Minister Geens

Mevrouw Lambrecht, op 16 mei jongstleden heeft inderdaad een vrank en vrijoverleg plaatsgevonden tussen onze beide kabinetten. Er werd in essentie duidelijkheid verschaft over de rol van de Veiligheid van de Staat in de erkenningsprocedure van lokale geloofsgemeenschappen en in de opvolging en evaluatie van de erkenningsvoorwaarden eens die geloofsgemeenschappen effectief erkend zijn. De Veiligheid van de Staat komt in de regel alleen tussenbeide als er substantiële en pertinente indicaties zijn dat er bij specifieke geloofsgemeenschappen een dreiging bestaat van terrorisme,extremisme, spionage of clandestiene inmenging.De veiligheidsbeoordeling die voorafgaat aan een erkenning door de gewestelijk bevoegde minister en de jaarlijkse evaluatie van reeds erkende geloofsgemeenschappen neemt dus slechts die vier hoofddreigingen in aanmerking. Aldus werd er enkel op gewezen dat polarisatie, problemen van integratie en politieke beïnvloeding een aandachtspunt zijn voor de VSSE en enkel een aandachtspunt zijn voor de VSSE, de Veiligheid van de Staat, in zoverre zij een aspect vormen van een van de vier voorgaande dreigingen.