Mondelinge vraag en antwoord minister Geens (08-09-2017): toepassing van de voorlopige hechtenis in de vorm van thuishechtenis onder elektronisch toezicht

Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister

Sinds 1 januari 2014 kunnen arrestanten hun voorlopige hechtenis thuis uitzitten via elektronisch toezicht. Zowel de onderzoeksrechter als de raadkamer en de Kamer van Inbeschuldigingstelling kunnen een elektronische voorlopige hechtenis toestaan. De maatregel was bedoeld om de overbevolking in de Belgische gevangenissen tegen te gaan.

Kort voor het in voege gaan van deze nieuwe regeling verklaarde de toenmalige voorzitter van de Vereniging voor Vlaamse Onderzoeksrechters dat niemand het systeem van voorlopige hechtenis via elektronisch toezicht zou toepassen. Hij wees erop dat de verdachten die in afwachting van de verdere rechtsgang gevangengehouden worden net degenen zijn van wie men vindt dat ze niet losgelaten mogen worden en dat de voorlopige hechtenis in de eerste plaats een veiligheidsmaatregel is.

Ondertussen leerden we dat de voorlopige hechtenis in de vorm van thuishechtenis onder elektronisch toezicht zelden wordt toegepast en dat van de totale gevangenispopulatie ongeveer 36% in voorhechtenis zit. Langs de andere kant lazen we onlangs in de krant dat een in eerste aanleg veroordeelde moordenaar, in afwachting van zijn beroepsprocedure, met een enkelband zijn voorhechtenis verder mag zetten. Sinds het hof van assisen de facto werd afgeschaft en moordzaken in de regel voor de correctionele rechtbank komen, kunnen beschuldigden tijdens het vooronderzoek inderdaad hun voorhechtenis via elektronisch toezicht uitzitten, net als veroordeelden die in beroep gaan tegen hun veroordeling in eerste aanleg. U zult het wellicht met mij eens zijn dat dit laatste zeer moeilijk valt uit te leggen, zeker aan de nabestaanden van de slachtoffers.

Meer en meer wordt elektronisch toezicht als toverformule gezien voor een falend strafuitvoeringsbeleid. Geen plaats in de gevangenis? Geen nood, elektronisch toezicht biedt soelaas.

Misschien moet de mogelijkheid om de voorlopige hechtenis via elektronisch toezicht uit te zitten nog eens kritisch tegen het licht worden gehouden. Ik doe alvast een oproep om de voorlopige hechtenis in de vorm van thuishechtenis onder elektronisch toezicht wettelijk onmogelijk te maken in criminele zaken.

Vandaar mijn vragen:

  • Vindt u elektronisch toezicht nog steeds een geschikt instrument voor de uitvoering van de voorlopige hechtenis?

  • Plant u bijsturingen aan de voorlopige hechtenis via elektronisch toezicht?

  • Steunt u mijn voorstel om de voorlopige hechtenis in de vorm van thuishechtenis onder elektronisch toezicht wettelijk onmogelijk te maken in criminele zaken?

Antwoord minister Geens

De voorlopige hechtenis in de vorm van thuisdetentie onder elektronisch toezicht, mijnheer de voorzitter, mevrouw De Wit, werd in de vorige legislatuur ingevoerd, bij wet van 27 december 2012, en in werking gesteld op 1 januari 2014. Het aantal voorhechtenissen in de vorm van elektronisch toezicht is gestaag gestegen.

Op 19 september jongstleden ondergingen 223 personen de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht. Het aantal personen onder elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering bedroeg op 19 september 1 583. De cijfers van de uitvoering van het elektronisch toezicht als autonome straf behoren tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen. Het is de rechterlijke macht – de onderzoeksrechter, de raadkamer of de KI – die onafhankelijk oordeelt of de voorhechtenis onder de modaliteit van elektronisch toezicht een gepaste maatregel is.

U weet ongetwijfeld dat de voorlopige hechtenis geen straf is of een voorafname mag zijn op de gevangenisstraf. Bij de toekenning van het elektronisch toezicht beoordeelt de rechter, net zoals bij een voorhechtenis in klassieke detentie, de strikte voorwaarden die zijn bepaald door artikel 16 van de wet op de voorlopige hechtenis, te weten het gevaar voor de openbare veiligheid en het gevaar van recidive, collusie of onttrekking. De aard en de ernst van het misdrijf kunnen een rol spelen, maar evenzeer de persoonlijkheid van de verdachte en de omstandigheden waarbinnen het misdrijf plaatsgreep. Het is dus een op maat gerichte, individuele beoordeling van de rechter. Alle misdaden uitsluiten, zoals u voorstelt, past niet in die juridische logica en opportunistische beoordeling. Een diefstal met braak en valsheid in geschrifte, bijvoorbeeld, zijn ook misdaden. Ik steun uw voorstel dan ook niet om voor categorieën van misdrijven de toepassing op absolute wijze uit te sluiten.

Ik wil er trouwens op wijzen dat de rechter ook altijd aan de verdachten of aan de inverdenkinggestelden een vrijheid onder voorwaarden kan opleggen, waarbij dus zelfs geen sprake is van elektronisch toezicht. Artikel 33 van de wet voorziet daarin.

Ik heb recent overleg gehad met het openbaar ministerie en de Vereniging van Onderzoeksrechters waaruit blijkt dat een afschaffing of beperking niet aan de orde is. Het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding plant op mijn vraag een vorming met uitwisseling van beroepservaring tussen de verschillende actoren, zijnde het OM, de rechterlijke macht en de justitiehuizen.

Deze discussie werd gesloten.