Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister,

Blijkens cijfers die recent door de OVB werden gepubliceerd is het aantal tuchtonderzoeken tegen advocaten de voorbije vier jaar fors gestegen. Aan de Brusselse Balie steeg het aantal klachten tussen 2012 en 2016 van 110 naar 678, in Antwerpen ging het van 77 naar 125 klachten en in Gent van 34 naar 101. Het grootste deel van de tuchtklachten gaat over het ereloon. Alleen de balie van Brussel registreert die klachten afzonderlijk. In 2012 ontving ze er 45, in 2016 was dat aantal gestegen tot 320.

Sommige bronnen relativeren deze cijfers en stellen dat het aantal tuchtklachten vooral stijgt omdat er ook steeds meer advocaten en rechtszaken zijn.

Eén van de 28 maatregelen van de zgn. “superministerraad” van voor het zomerreces betrof het invoeren van een fiscaal aftrekbare rechtsbijstandsverzekering gekoppeld aan de invoering van een nomenclatuur voor de door advocaten geleverde prestaties. Zoals bij artsen, zou de kostprijs van alle mogelijke advocatenkosten worden opgelijst. Advocaten zouden moeten aangeven of ze de overeengekomen tarieven al dan niet zullen respecteren en de overheid zou een lijst opstellen met advocaten die zich willen conventioneren.

Vandaar mijn vragen:

1/ Wat is uw interpretatie van deze cijfers?

2/ Hoever staat u ondertussen met de nomenclatuur voor de door advocaten geleverde prestaties? Wanneer mogen we de publicatie ervan verwachten?

Antwoord minister Geens

Mevrouw Lambrecht, de artikelen 458 en 459 van het Gerechtelijk Wetboek bepalen de bevoegdheden van de stafhouder inzake het ontvangen en onderzoeken, ook ambtshalve, van klachten tegen de advocaten van zijn orde. De stafhouder dient persoonlijk de beslissing en de eindverantwoordelijkheid voor het tuchtgebeuren in zijn balie op te nemen met de bijstand van zijn raad van de Orde. De klachten worden vandaag niet automatisch meegedeeld aan de voorzitter van de tuchtraad. De stafhouder blijft bijgevolg de enige toegangsweg tot een procedure voor de tuchtraad. De cijfers die u aanhaalt, werden op 30 augustus 2017 gepubliceerd in het tijdschrift Knack.

De journalist heeft die statistieken ontvangen van de Orde van Vlaamse Balies, die een rondvraag deed bij de stafhouders van de Vlaamse balies. Het is voor mij als minister van Justitie geen eenvoudige oefening om die cijfers te interpreteren. Niet elke balie registreert het aantal klachten. Dergelijke klachten kunnen overigens op vrij informele wijze worden ingediend bij de stafhouder. Niet elke klacht kent een vervolg. Het aantal ingediende klachten kan dus toenemen zonder dat die stijging betekent dat er daadwerkelijk meer tuchtuitspraken worden gedaan. Beleidsmatig gezien is het wel van belang om over uniforme cijfers te kunnen beschikken over het aantal ingediende en behandelde klachten.

Om die reden zal ik in mijn plan voor de modernisering van de advocatuur voorstellen om de uitspraken in tuchtzaken te registreren. Transparantie laat toe gefundeerde uitspraken te doen over het tuchtrecht. Vandaag is dat onmogelijk aangezien niet elke balie deze uitspraken registreert en publiceert. Ik hoop op een nieuwe professionele en transparante tuchtregeling die zal worden uitgewerkt in overleg met de communautaire ordes.

Wat uw tweede vraag betreft, kan ik u meedelen dat de bijzondere Ministerraad van 14 mei 2017 een principebeslissing nam over de rechtsbijstandsverzekering met de bedoeling deze te promoten door middel van een fiscale stimulans. Bedoeling is de toegang tot Justitie te verbeteren voor wie boven de inkomensgrenzen van de tweedelijnsbijstand valt. Dit project is het resultaat van twee jaar onderhandelen met Assuralia, OVB en Avocats.be, die allen de wens hebben geuit om het project te doen slagen.

Er is reeds een tekstvoorstel voorgelegd, waarover het politiek overleg nog aan de gang is. In deze tekst blijft de vrije keuze van advocaat gegarandeerd en kunnen de advocaten vrij hun honorarium bepalen met respect voor de principes van het Gerechtelijk Wetboek en de deontologie. Er is inderdaad een bijlage bij het tekstvoorstel die een reeks prestaties oplijst.

Deze bijlage is evenwel geen nomenclatuur zoals wij die kennen in andere sectoren, maar is eerder een maximumtarief per type prestatie waarover de advocaat beslist of hij dat al dan niet zal respecteren. Indien de advocaat kiest voor het respecteren van de bijlage, verdubbelt de waarborg van de tussenkomst van de verzekeraar en heeft de advocaat garantie van betaling door de verzekeraar ten belope van deze verhoogde waarborg.

Rekening houdend met het feit dat de honoraria van de advocaat het belangrijkste deel van de kosten van de verzekeraar vormen, verhoogt dit systeem de betaalbaarheid en de voorspelbaarheid door de verzekeraar, met een gunstig effect op de hoogte van de premie voor de rechtsonderhorige.