Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister,

Naar verluidt dreigen verschillende politiezones bij de start van de “zomerbob” zonder bloedproeven te vallen. De oorzaak: het aflopen van het bestellingscontract van bloedproefbuisjes via Justitie midden april.

Wie zwaar dronken of onder invloed van drugs achter het stuur zit, krijgt door de politie een bloedproef opgelegd. Sommige chauffeurs zijn zo dronken of onder invloed van drugs dat ze niet meer kúnnen blazen. Andere bestuurders zijn niet in staat tot een normale ademanalyse omdat ze gewond raakten na een ongeval. Via bloedstalen wordt geanalyseerd hoeveel promille, hoeveel drugs en welke stoffen de bestuurder in zijn lichaam heeft. Sinds 20 april is het raamcontract via Justitie, waarmee de politie de bloedproefbuisjes kon bestellen, afgelopen. Een nieuw raamcontract is er nog niet en dus dreigen er bij de start van de zomerbob tekorten bij meerdere politiezones.

Vandaar mijn vragen

1. Hoe is het mogelijk dat men zonder bloedproefbuisjes valt?

2. Hoe plant justitie de noodzakelijke bestellingen of is het een vorm van krampachtig besparen door uit te stellen?

3. Hoe dienen de bloedafnames ondertussen te gebeuren?

4. Hoe wordt de bewijswaarde van de gedane vaststellingen gegarandeerd?

Antwoord minister Geens

1. De FOD Justitie heeft begin dit jaar een overleg gehad met de vaste commissie van de lokale politie vermits de raamovereenkomst voor de aankoop van bloedproefbuisjes afliep op 20 april 2017. Eind februari 2017 werd de nieuwe overheidsopdracht voor bloedproefbuisjes gelanceerd en tegen eind april werden de offertes ingewacht.

2. Om net de periode tussen het einde van de ene opdracht en het kunnen toewijzen van een nieuwe opdracht voor de levering van bloedproefbuisjes te kunnen overbruggen, werden op 8 februari 2017 de lokale politiezones opgeroepen om voldoende bloedproefbuisjes te bestellen. Op grond van deze oproep werden zo nog voor 25.000€ bloedproefbuisjes besteld op de overheidsopdracht die afliep op 20/04/2017. Justitie is voor de planning van deze bestellingen dus aangewezen op de behoeften die de politiezones naar voorschuiven in functie van de vooropgestelde doelstellingen inzake verkeersveiligheid.
Hier kan zeker geen sprake zijn van krampachtig besparen en ik heb reeds in vorige antwoorden meegegeven dat de verkeersveiligheid voor mij als minister van Justitie een primordiaal beleidselement vormt.

3. Eind april 2017 heeft de FOD Justitie de eerste offertes ontvangen voor de nieuwe raamopdracht. Na analyse van deze offertes (qua vormvereisten en administratieve conformiteit) werd op 15 mei 2017 een technische analyse gevraagd aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. Eind mei werd het technisch rapport van het Instituut ontvangen. Inmiddels wordt het dossier administratief verder afgewerkt opdat de opdracht tegen uiterlijk begin juli zou kunnen worden toegewezen. Aan de politiezones wordt in de mate van het mogelijke gevraagd om in tussentijd onderling de beschikbare voorraden collegiaal te delen.

4. In afwachting van de speekselanalyse (collectoren) is het bloedresultaat het enige waarop de politierechtbanken zich kunnen baseren voor een veroordeling 'rijden onder invloed van drugs' (art. 37bis §1 wegverkeerswet). Zonder bloedanalyse is er geen veroordeling mogelijk. Ook niet op basis van andere vaststellingen. De speekseltest volstaat dus niet om te veroordelen. Hetzelfde geldt voor alcohol indien een ademanalyse niet mogelijk is. Wanneer er geen correct resultaat is van een ademanalyse, dan is een bloedproef wel degelijk noodzakelijk om te kunnen veroordelen. Die bloedproef dient te gebeuren aan de hand van het bloedafnamesysteem bepaald in artikel 14 van het KB van 27 november 2015 tot uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer wat betreft de speekselanalyse en de bloedproef bij het sturen onder invloed van bepaalde psychotrope stoffen en de erkenning van de laboratoria. Enkel de bloedproefbuisjes die beantwoorden aan dit artikel 14 van het KB garanderen de bewijswaarde en behoeden er voor dat mogelijke procedurele onzekerheden en problemen met de bewijskracht kunnen worden opgeworpen.

Wat wel kan is dat iemand veroordeeld wordt voor dronkenschap (d.i. het niet meer beschikken over de bestendige controle van zijn/haar daden), maar niet iedereen die onder invloed rijdt is per definitie ook dronken.