Mondelinge vraag:

Mijnheer de minister,

Zedenzaken zijn voor de slachtoffers, inzonderheid voor minderjarigen, maar ook voor meerderjarigen vaak pijnlijke oefeningen.

Vaak worden ze meerdere malen opgeroepen om te verschijnen voor de rechtbank, worden de wonden opnieuw geopend en telkens ook zien zij hun persoonsgegevens open en bloot vermeld ten aanzien van de dader, wat ongetwijfeld een bijkomende psychologische belasting kan uitmaken.

Mijn vraag is dan ook, mijnheer de minister, of u mogelijkheid ziet om de persoonsgegevens van slachtoffers in zedenfeiten beter af te schermen?

Antwoord minister Geens:

Ik begrijp uw bezorgdheid. Maar het afschermen van de identiteit of de persoonsgegevens van slachtoffers in een strafproces is moeilijk te verzoenen met het recht van verdediging van de verdachte en het recht op een eerlijk proces. De tenlastelegging waartegen de verdachte zich moet verdedigen, moet namelijk concreet de datum, de plaats, de benadeelde persoon en de bestanddelen van het misdrijf vermelden, zoniet is er sprak van een "obscuri libelli". Trouwens de daders van seksueel misbruik zijn vaak reeds een bekende van het slachtoffer (familiale of sociale context).

Slachtoffers dienen niet verplicht aanwezig te zijn op de zitting maar kunnen zich laten vertegenwoordigen door een advocaat. Indien ze wel aanwezig te wensen te zijn, kunnen ze zich steeds laten bijstaan door gespecialiseerde diensten, waaronder de dienst slachtofferonthaal van de justitiehuizen.

Ingeval van (nieuwe) bedreigingen kunnen politie en justitie de nodige maatregelen nemen tot bescherming van de slachtoffers en kan een nieuw onderzoek leiden tot vervolging en berechting.