Mondelinge vraag:

Geachte Heer Minister,

De Orde Van Vlaamse Balies en de kinderrechtencommissaris reageert verbolgen over een nieuwe richtlijn van het College van procureurs-generaal. Minderjarigen die opgeroepen worden voor een politieverhoor worden niet altijd meer bijgestaan door een advocaat. Nochtans is die bijstand verplicht volgens De Salduzwetgeving.

Wie opgeroepen wordt voor een politieverhoor heeft als gevolg van de Salduzwetgeving het recht zich te laten bijstaan door een advocaat. Bij minderjarigen is die wettelijke bescherming nog groter. Als minderjarigen kan men geen afstand doen van deze bijstand. Er moet dus verplicht een overleg plaatsvinden met een advocaat vooraleer de minderjarige wordt verhoord. Ook bij latere verhoren of bij het invullen van een formulier moet de minderjarige bijgestaan worden door een advocaat.

Maar volgens de richtlijn over de uitbreiding van die wet, Salduz Plus, hoeft het in het vervolg niet meer zo te gaan. Wordt een minderjarige betrapt op 'mineure feiten' zoals een kleine winkeldiefstal, het bezit van een joint of van een knipmes, dan kan de politie de jongere ook vragen om een formulier in te vullen.

De jongere heeft dan de keuze: ofwel legt hij een schriftelijke verklaring af. Ofwel kruist hij op het bewuste formulier aan dat hij wel een verhoor wil en dat moet dan plaatsvinden met de steun van een advocaat. Zo'n formulier vervangt het verhoor dus niet, benadrukt het gerecht. Het probleem is dat de jongere voor het invullen van dat formulier geen bijstand moet krijgen van een advocaat, haalt de Orde van de Vlaamse Balies aan. "Elke minderjarige moet worden bijgestaan door een advocaat. Als dat niet gebeurt, is het ongrondwettelijk."

Volgens de media wenst u niet te reageren. Deze houding wekt verwondering op daar u doorgaans de media niet schuwt en te meer ik begrepen heb dat het college van procureurs-generaal onder het gezag van de minister van Justitie staat.

Vandaar mijn vragen:

1/ Hoe moet ik uw stilzwijgen interpreteren? Betekent dit dat u de richtlijn van het college van procureurs -generaal onderschrijft of distantieert u zich hiervan?

2/ Hoe kwam deze richtlijn tot stand? Werd u hierin rechtstreeks of via uw kabinet geraadpleegd of kwam deze richtlijn er zonder dat u hierin gekend werd?

3/ Wat is uw standpunt in de discussie tussen het parket en de OVB?

Antwoord minister Geens

Mevrouw Lambrecht, naar aanleiding van de opmerkingen van de OVB deze zomer heb ik navraag gedaan bij het college van PG’s. Ik had immers geen kennis van een nieuwe richtlijnSalduz voor minderjarigen noch van een toepassing door het Openbaar Ministerie contra legem.

Het expertisenetwerk Jeugdbescherming heeft eind juni een advies uitgebracht aangaande de toepassing van de Salduzwet voor minderjarigen. Dit advies werd door het college van procureurs-generaal goedgekeurd en veroorzaakte commotie, voornamelijk omwille van een andere interpretatie van de wetgeving en de Europese richtlijnen door de ordes. De procureur-generaal van Brussel, tot wiens bevoegdheden het strafrechtelijk beleid inzake jeugd behoort, heeft daarop een brief gestuurd aan de beide ordes van advocaten.

In die brief wordt verduidelijkt dat het college van procureurs-generaal geenszins praktijken wil aanmoedigen waarbij bij het verhoor van minderjarigen van het optreden van advocaten wordt afgeweken.

Enerzijds wordt eraan herinnerd dat een Salduz III-verhoor van een minderjarige inderdaad nooit zonder voorafgaand overleg met een advocaat kan plaatsvinden. Anderzijds wordt gepreciseerd in welke situaties in principe uitzonderlijk zonder bijstand van een advocaat wel tot het verhoor kan worden overgegaan.

Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer via de permanentiedienst gecontacteerde advocaten na het telefonisch vertrouwelijk overleg aangeven dat zij het niet nodig achten voor het verhoor ter plaatse te komen, bijvoorbeeld omwille van de lichtheid van de feiten of omdat zij concrete afspraken met hun minderjarige cliënt hebben gemaakt.

Bovendien brengt het college van procureurs-generaal ook in herinnering dat het bij het afnemen van een verklaring aan de hand van een gestandaardiseerd formulier of gestandaardiseerde vragenlijst niet om een verhoor gaat en het recht op overleg en bijstand daarop niet van toepassing zijn.

Niettemin worden bij minderjarigen verscheidene waarborgen verzekerd. Het gebruik ervan wordt bijvoorbeeld beperkt tot een aantal mineure feiten, waarbij de schade niet hoger mag zijn dan 250 euro.

Aangezien de richtlijn er uitsluitend toe strekt de wet uit te leggen, betreft het geen gemeenschappelijke richtlijn maar een interne werkingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie. Dat is ook de reden waarom ik mij niet in het debat heb gemengd.

Bovendien wordt in de loop van oktober 2017 een ontmoeting georganiseerd tussen vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie en delegaties van OVB en OBFG.

Inmiddels werd door de OVB wel aan alle stafhouders een brief gericht waarin wordt gesteld dat en ik citeer “… de advocaat die, nadat hij een oproep van de Salduzwetapplicatie heeft aanvaard of door het BJB is toegevoegd aan een minderjarige verdachte, aan die verdachte adviseert om afstand te doen van de bijstand tijdens het verhoor en aan de minderjarige en/of aan de politie meedeelt dat hij niet ter plaatse zal komen om de minderjarige ook tijdens het verhoor bij te staan, zich schuldig dreigt te maken aan een deontologische tekortkoming, die desgevallend aanleiding kan geven tot een tuchtsanctie en eventueel tot schrapping van de Salduzpermanentielijst”. Mijnheer de voorzitter, mevrouw Lambrecht, ik dank u.