Mondelinge vragen:

Mijnheer de minister,

Eerst was er het ballonnetje over het opleggen van quota inzake voorlopige hechtenis. Vrijwel tezelfdertijd ging een maatregel om kortgestraften sneller vrij te laten in voege. Afgelopen weekend was het de beurt aan de “brave” gevangenen. Die zouden vanaf juli afwisselend een week in de cel en een week thuis mogen vertoeven.

Bedoeling is – alweer – de overbevolking van de gevangenissen terug te dringen, zonder oog voor de strafuitvoering en blind voor de extra administratieve rompslomp, zo leren de eerste reacties.

Op uw website, onder de misleidende url www.stapvoorwaarts.be, lezen we, ik citeer: “De laatste decennia is het inzicht gegroeid dat de uitvoering van vrijheidsstraffen best geregeld wordt via algemeen geldende wetgeving die wordt toegepast door rechters, eerder dan via beslissingen van de uitvoerende macht. Bovendien laten de bestaande omzendbrieven toe dat bepaalde effectieve hoofdgevangenisstraffen (tot 4 maanden) niet worden uitgevoerd of dat er een uitvoering is van minder dan één derde. Conform het regeerakkoord moeten alle straffen worden uitgevoerd. Een nieuw wetgevend initiatief dat een uitvoering van alle rechterlijke beslissingen waarborgt, dringt zich dan ook op.”

Op de welkomstpagina van dezelfde website staat volgend citaat van Dwight Eisenhower: “No battle was ever won according to plan, but no battle was ever won without one”. Inderdaad, maar van een plan inzake strafuitvoering valt weinig te merken. Waar is uw plan mijnheer De Minister?

Ik heb dan ook volgende vragen :

1. Is het werkelijk waar dat u er aan denkt de gevangenen een week vrij te geven na een week gevangenis. Een soort parttimegevangenisstelsel?

2. Zoja, hoe kadert u dit in een rationeel strafuitvoeringsbeleid dat meer inhoudt dan het dagelijks aantal gevangenen te verminderen?

3. Zal dit parttimeregime gelden voor iedereen of voert u een nieuw onderscheid in tussen veroordeelden?

4. Hoe zal u die gevangenen extra laten begeleiden en door wie binnen de gevangenis? (Bij week binnen)

5. Hoe zal u die gevangenen extra laten begeleiden en door wie buiten de gevangenis? (Bij week buiten)

6. Krijgen deze nieuwe parttimegevangenen een enkelband voor hun weken buiten de gevangenis?

7. Is het geen tijd om samen met het college van procureurs-generaal en de gemeenschapsregeringen een degelijk strafuitvoeringsplan uit te werken?

Mijnheer de minister, op 16 mei jongstleden heeft u met onmiddellijke ingang de toelaatbaarheidsdata voor de voorlopige invrijheidstelling van veroordeelden waarvan de vrijheidsstraf drie jaar of minder bedraagt, verlaagd naar 1/6 tot ¼ van de gevangenisstraf.

De argumentatie tot deze maatregel is de stijgende gevangenisbevolking  en de daar mee samenhangende dreiging voor de leefomstandigheden van de gedetineerden en de werkomstandigheden voor de cipiers.

De problematiek van de overbevolking in de gevangenissen is uiteraard niet nieuw en was onlangs nog voorwerp van debat naar aanleiding van het proefballonnetje inzake quota voor voorlopige hechtenis.
 In die zin kunnen we enig begrip opbrengen voor de door u besliste tijdelijke ingreep, maar anderzijds geeft dit ingrijpen opnieuw een slecht signaal, zowel naar de burgers als naar de magistraten. Het ondergraaft naar mijn mening immers de geloofwaardigheid van de gevangenisstraf en straffen in het algemeen.

Mijn vragen:

  • Hoe lang zal deze maatregel gehandhaafd blijven?
  • Wat is de impact van deze beslissing op de gevangenis(over)bevolking?

Antwoord Minister Geens:

Ik stel voor om uw vragen over het verlengd penitentiair verlof en de vervroegde invrijheidstelling tegelijkertijd te beantwoorden. Het gaat immers in de twee gevallen om maatregelen ter garantie van een humane detentie in onze gevangenissen.

Vooreerst kan ik u meedelen dat het onverminderd mijn bedoeling is om het geheel van de strafuitvoering (vrijheidsstraffen én andere straffen) in één wettelijk kader te vatten. Een ontwerp van wetboek van strafuitvoering wordt momenteel gefinaliseerd om te worden overlegd in de schoot van de regering. Dit wetboek bouwt verder op principes van het nieuwe strafwetboek waarvan boek I reeds door de Ministerraad werd goedgekeurd in eerste lezing. Het is logisch en coherent dat beide wetboeken op hetzelfde moment in werking zullen treden.

Intussen moeten we een beleid voeren dat én rekening houdt met de realiteit én maximaal respect biedt voor de humane behandeling van gedetineerden en de goede werkomstandigheden van het personeel. Wij konden niet voorzien dat de beschikbare capaciteit op minder dan een jaar tijd zou terugvallen van 9.802 plaatsen in juli 2016 naar 9.261 plaatsen momenteel. Voornamelijk de sluiting van twee paviljoenen in Merksplas na een brand en van een bijkomende vleugel in Vorst zijn hiervoor verantwoordelijk. In dezelfde periode is het aantal gedetineerden ook toegenomen.

Tegen deze achtergrond dienen de instructies m.b.t. de verloven en de vervroegde invrijheidstellingen gelezen te worden.

Wat betreft de verloven is het zo dat de maatregel van toepassing is op gedetineerden die reeds eerder met goed gevolg verloven hebben genoten en met uitsluiting van specifieke categorieën (terro-gedetineerden, zedendelinquenten, veroordeelden tot meer dan 10 jaar gevangenisstraf en crimineel gestraften).

Ik benadruk daarbij dat het enkel gaat over veroordeelden die zich op enkele maanden voor hun toelaatbaarheidsdatum bevinden voor een mogelijke voorwaardelijke invrijheidstelling. De maatregel van het verlengd verlof kadert in de klassieke begeleiding van gedetineerden in deze fase van hun detentietraject en wijkt in dat opzicht niet af van de begeleiding van gedetineerden tijdens het 'gewoon' penitentiair verlof. Het dragen van een enkelband tijdens het verlof is in deze context dan ook niet aan de orde.

Wat betreft de vervroegde invrijheidstelling is het zo dat de instructie geen einddatum bepaalt. Ik zal samen met de Regering deze maatregel opvolgen en evalueren. De impact op de gedetineerden bevolking wordt geschat op ongeveer 150 personen minder op dagbasis. Het is namelijk zo dat de meeste veroordeelden met straffen tot 3 jaar hun strafuitvoering ondergaan buiten de gevangenis in elektronisch toezicht. Personen zonder verblijfsrecht zijn daarvan uitgesloten. Het is dus voornamelijk die categorie die eerder zal vrijgesteld worden ( met het ook op repatriëring naar het thuisland).