Toespraak – De Warande Dames, Heren,Het is een eer en een genoegen om hier vandaag voor jullie een toespraak te geven. Voor een voorzitter van een socialistische partij is dit misschien een ongewoon kader. Maar het heeft ook grote voordelen. Ik kan hier ongegeneerd spreken. Want ik moet niet per se zieltjes winnen. Ik kan dan ook een eerlijke inkijk in mijn visie geven. Ik wil het met u over drie zaken hebben. Ten eerste wil ik ingaan op de vermeende crisis van links of het socialisme. Vervolgens zal ik dieper ingaan op de economische crisis. En om te eindigen ga ik de twee combineren, om zo te komen tot een aantal – hopelijk verhelderende – conclusies over beide.

[de vermeende crisis van het socialisme]
De job van een socialistische partijvoorzitter is in de ogen van velen niet meteen de meeste begerenswaardige post. Slechte peilingen, een naamsverandering die er geen was, een lastige oppositie, en een crisissfeer in de Europese sociaal-democratie. Gelukkig mag je af en toe gaan spreken bij een lekkere lunch.

Maar neen, niets is minder waar. Ik doe mijn job als partijvoorzitter graag. En ik ben niet zo pessimistisch over de staat van het Vlaamse socialisme.
Het klopt dat de peilingen niet goed zijn voor ons. En het klopt dat de sociaal-democratie in Europa het moeilijk heeft. Gordon Brown en Wouter Bos kijken aan tegen slechte peilingen. En Martine Aubry heeft de grootste moeite om haar partij bijeen te houden.

Maar ik zie het licht op het einde van de tunnel. En om wel een heel eenvoudige reden. Net omdat ik de reden waarom het fout ging met de sociaal-democratie helder weet te duiden. Ik verduidelijk me.

Socialisten staan traditioneel voor een sterke overheid. En worden geacht op te komen voor de arbeidersklasse. We hebben dat ook jaren gedaan. Maar dan kwam de terechte vaststelling dat de overheid teveel een mastodont geworden was. En dat de arbeidersklasse steeds verder daalde in omvang. Een van mijn voorgangers heeft hier een zes à zevental jaar terug die analyse gemaakt. Met name Patrick Janssens. En hij had gelijk. Het socialisme moest zich moderniseren, zich heruitvinden. Tony Blair, Wim Kok en Gerhard Schröder hadden hem de weg gewezen.

Maar de Derde Weg maakte helaas 1 kapitale fout. Ze vergat haar core business te verzorgen. Ik maak het concreet. Toen Tony Blair in 1997 de macht veroverde, had hij de kiezer beloofd om het onderwijs en de gezondheidszorg terug recht te trekken, na jaren van onderfinanciering. Een noodzakelijke belofte. Alleen duurde het tot 2000 alvorens de Britse kiezer enig resultaat zag. Tegen dan waren vele kiezers al afgehaakt en beschouwden ze Blair als spin. Dit gevoel werd vervolgens versterkt door de Irak-oorlog. De Britse kiezer bleef massaal thuis in 2001 en 2005. Hetzelfde geldt voor Wim Kok. Maar dan in omgekeerde richting. Hij investeerde nog nauwelijks in de gemeenschapsvoorzieningen. De succesvolle Portugese premier Antonio Guterres is een ander voorbeeld. Hij won verschillende verkiezingen op rij. Hij tilde Portugal op het niveau van een echt Europees land. Toen in 2002 een wegbrug instortte, de slechte staat van het Portugese wegennet en de trage investeringen in publieke werken naar boven kwamen, kon Guterres inpakken. De Portugese kiezer was het vertrouwen in hem verloren. Er ontstond een vertrouwensbreuk tussen het traditionele electoraat en de socialistische regeringsleiders.

De sociaal-democraten werden steeds meer genoodzaakt om zich te richten op de volatiele kiezer. De ene keer lukte dit, de andere keer volstrekt niet. Als je naar de recente kiesuitslagen van sociaal-democratische partijen kijkt, stel je steeds meer een jojo-effect vast. In het voorjaar van 2006 was Wouter Bos god, in het najaar zat hij in zak en as. In 2003 scoorden we 23,5 procent, in 2007 slechts 16,3.

Wat betekent dat nu concreet. Een socialistische partij staat voor een tweeledige opdracht. Enerzijds moeten we onze traditionele kiezer rassureren. Een sterke sociale zekerheid, een betaalbare gezondheidszorg, het zijn en blijven onze kernthema’s. We mogen die nooit uit het oog verliezen. En onder Paars II hebben we dat te veel gedaan. Links heeft nu veel recht te zetten. We hebben opnieuw nood aan een stevige sokkel, een brede basis voor zekerheid. Die zekerheid  is een van de twee cruciale elementen voor de keuze van een eerlijke samenleving.

Ten tweede moeten we onszelf voortdurend vernieuwen. Radicaal hervormen. Kansen creëren. En bovenal tijdens een economische crisis. Dat brengt me op het tweede punt van mijn betoog. Maar op deze opmerking kom ik in het derde deel terug.

[de economische crisis]
De economische crisis. Jullie lezen en horen er elke dag over in de nieuwsberichten. Het is mij er niet om te doen om historische vergelijkingen te maken. De cijfers zijn op zich erg genoeg. Wat vandaag als historisch geldt, is morgen alweer gisteren. Want waar staan we nu eigenlijk? Kort gezegd kunnen we onze huidige economische situatie in drie punten samenvatten:

1. De enorme schuldopbouw in vooral het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten heeft bij de crash ervan geleid tot enorme waardedestructie. In België is er 150 miljard euro verloren gegaan, van een totaal vermogen van 900 miljard euro. Dat zijn enorme cijfers die niet zonder gevolgen blijven voor onze economie.

2. De financiële crisis heeft tot een volle economische crisis geleid die de moeizame inspanningen van de laatste 15 jaar om tegelijkertijd de werkloosheid en de staatsschuld te verminderen volledig dreigt weg te vegen. In 2008 hadden we de laagste werkloosheid bereikt sinds de jaren ’60. De vertraging in activering en de daling van de werkzaamheidsgraad zouden misschien wel de meest blijvende schade aan ons economisch potentieel kunnen blijken.

3. De financiële en economische crisis kwamen net na een koopkrachtcrisis en een politieke crisis die ervoor gezorgd hebben dat België op de slechtst mogelijke manier aan de start was verschenen. De koopkrachtcrisis was algemeen in West-Europa, maar wij hebben die in België verergerd door een gebrekkige regulering van de energiemarkt en een ideologisch geïnspireerde weigering om in te grijpen. De inflatie piekte in België in 2008 op 4,5%, 1.5 % meer dan rest van de eurozone. Dat verschil wordt voor 80% verklaard door de stijging van de energieprijzen. In België stegen de energieprijzen met 30%, in Nederland bv. maar met 4%. De huidige federale meerderheid heeft de begroting structureel laten ontsporen, voor minstens 1% van het BNP, nog voor het crisis was. Dus, onze economie was al verzwakt door slecht beleid nog voor de crisis toesloeg.  
 
Ik zeg dat niet om politieke punten te scoren, daarvoor zitten we hier niet samen, maar omdat deze crisis mij zo bezorgd, bijna bang maakt. Want door de politieke crisis van de voorbije maanden is het vertrouwen en de daadkracht van onze regeringen geschaad. Net op het moment dat we die het meest nodig hebben. We hebben de Belgische politiek op zijn slechtst gezien, net wanneer de markt het op weergaloze manier laat afweten. Dat zijn de blokkeringen die ons verhinderen om beter onze welvaart en onze waarden als gemeenschap te verdedigen. Dat is een feit waarover we niet licht kunnen gaan. Maar dat ons anderzijds ook niet mag blind maken voor de bredere betekenis van de economische ontwikkelingen.

[het einde van het liberale eenheidsdenken]
Want we zijn aan het einde van een periode gekomen. Het einde van misschien wel de twintig erg liberale jaren. Sommigen schrijven dat dit ons moment moet zijn, dat dit het moment de gloire moet zijn van de socialisten. “Zie je wel, we hadden gelijk”. Dat zal al te gemakkelijk zijn. Ten eerste hebben wij ook deelgenomen aan het beleid, toen de kiemen van de huidige crisis waren gezaaid. We waren weliswaar nooit vragende partij, maar feit is dat we mee hebben beslist in bepaalde hervormingen, zoals het opheffen van het verschil tussen depositobanken en commerciële banken, die ons nu najagen. Ik zei het al, links heeft dus ook wat recht te zetten.

Toch doen een aantal kanttekeningen me besluiten dat dit effectief het einde van het liberale eenheidsdenken inluidt.

1. Het idee dat de financiële markten zo gesofisticeerd zijn dat ze zonder regulering en volledig op basis van de prijssignalen tot een efficiënte verdeling van risico’s komen, is compleet verkeerd gebleken. De huidige financiële markten hebben de test van de markt niet doorstaan, laat staan de test van de welvaartstaat die gelijke kansen en een eerlijke verdeling van de welvaart nastreeft. De financiële markten zijn de mist in gegaan.
Nu kunnen we niet anders dan die banken redden, want het alternatief is erger, maar we kunnen evenmin overgaan tot de orde van de dag. We moeten “de banken minder trots zien”, zoals Churchill zei in 1925. Banken zullen terug banken worden: een trage en relatief saaie bezigheid waarbij kort geleend geld lang geïnvesteerd wordt en het daaruit resulterend risico zorgvuldig beheerd wordt op basis van een cultuur van verantwoordelijkheid en een beleid van strenge regels. We kunnen dat als we dat willen. Vorig jaar heeft het Europees parlement de REACH richtlijn goedgekeurd: een richtlijn die aan de chemiebedrijven oplegt dat alle nieuwe chemische, potentieel toxische, producten uitvoerig moeten worden gescreend en getest en daarna geregistreerd, vooraleer ze op de markt komen. De industrie schreeuwde moord en brand. De sector zou verdwijnen. Maar ze is ingevoerd en Europa is veiliger, duurzamer nu. En de chemiesector is niet weg. Als we dat kunnen voor chemische producten, waarom zouden we dan niet kunnen voor financiële, potentieel toxische producten? Waarom zouden we die niet screenen, testen, laten certificeren door een regulator alvorens die op de markt mogen komen? Het zou de veiligheid en duurzaamheid van het spaargeld van de mensen ten goede komen. En de industrie zou er niet door verdwijnen, integendeel, ze zou terug vertrouwen winnen.

2. Onze industrie krijgt nu klappen door een recessie die als financiële crisis begonnen is. De vraag is naar wie we zullen moeten kijken voor herstel: de aandeelhouders die de waarde van hun aandelen snel weer omhoog willen trekken, desnoods met zware saneringen, of de directies en ondernemingsraden die proberen te overleven doorheen de crisis, eventueel met overbruggingskredieten, om daarna hopelijk de oude vorm te hernemen. Een paar jaar geleden zou de vraag belachelijk zijn geweest. Aandeelhouderkapitalisme was het beste dat ons kon overkomen. Maar zijn we nog zo zeker van de wijsheid van de fondsenbeheerders die onze familiebedrijven hebben opgekocht en ze in de schulden gestoken hebben om dan vast te stellen dat de aandelenwaarde overdreven was maar de schuldenlast niet minder reëel? Doemt daar niet plots de overheid op die stimuli geeft voor het industrieel project, voor de duurzame groei door een positieve cyclus van investeringen.    

3. Dat brengt mij tenslotte bij de globalisering. De tijd van ‘happy’ globalisering is voorbij. Maar de idee dat door de globalisering we politiek onmachtiger zijn geworden is fout. We hebben gewoon politiek beslist om die macht niet te gebruiken. Het klopt dat het nationale niveau niet altijd het juiste niveau is om regels te maken, maar het is zeker het juiste niveau om te investeren in mensen, in de economie en om regels af te dwingen. De politieke keuze blijft grotendeels intact.

[socialisten zorgen voor trendbreuken]
Dit brengt me tot de conclusies. Ik kwam in het eerste deel tot de conclusie dat wij, socialisten, een brede basis voor zekerheid aan de mensen moeten bieden. Deze economische crisis versterkt die nood. Maar ik zei ook dat wij onszelf steeds moeten vernieuwen. Nu meer dan ooit. Ik maak het opnieuw concreet aan de hand van drie voorbeelden.

1. Ten eerste, onze sociale zekerheid. Stel je voor dat we effectief, zoals door liberalen werd vooropgesteld, een veel groter deel van onze pensioenen in pensioenfondsen hadden ondergebracht en dus afhankelijk van de beurs hadden gemaakt en dat we effectief de regels voor tweede pijler minder streng hadden gemaakt? Het zou een sociaal drama zijn. Socialisten mogen hierop dus nooit toegeven. Dat is de zekerheid die we willen bieden.
Maar we moeten verder durven kijken. Iedereen voelt aan dat de rusthuisfactuur voor vele mensen niet langer betaalbaar is. Voor mensen die heel hun leven hard gewerkt hebben, en belastingen betaald hebben. Als ze dan zorgbehoevend worden, komen ze tot de pijnlijke vaststelling dat ze met hun pensioen nauwelijks nog rondkomen. Dat is gewoon niet eerlijk.

Welnu, hier moeten we het klassieke patroon trachten te doorbreken en opnieuw durven pleiten voor een omwenteling in onze sociale bescherming. Daarom pleiten we er nu voor dat de rusthuisfactuur nooit hoger mag zijn dan uw pensioen. Een eenvoudige stelregel die voor een brede basis van zekerheid zorgt.

2. De financiering van die sociale zekerheid blijft een grote uitdaging. Onze werkzaamheidsgraad is hierbij cruciaal. Die laatste hebben we met veel moeite een paar procent omhoog gekregen maar sinds deze crisis is die vooruitgang opnieuw weggesmolten. Dat is de echte bedreiging voor de sociale zekerheid. Meer dan de tijdelijke begrotingstekorten, is de aantasting van ons sociaal kapitaal de echte bedreiging voor de financiering van onze sociale zekerheid op lange termijn. Daarom vinden wij het zo essentieel dat er nu door investeringen voldoende jobs in combinatie met opleiding worden gecreëerd, zodat mensen actief blijven. Want wees ervan overtuigd dat vele jobs die nu verdwijnen gewoonweg niet meer terugkomen. Het zullen andere jobs worden. Daarom zijn wij ook voor gerichte lastenverlagingen en kredietfaciliteiten zodat de bedrijven die deze jobs creëren kunnen overleven. Maar de politiek van algemene en permanente lastenverlagingen werkt niet meer. Die tijd is voorbij. Dat is een fetisj die andere partijen beter laten varen. Er is maatwerk nodig voor onze bedrijven.

3. Ten derde, over onze economische structuur. Iedereen pleit voor innovatie. Dat is nodig om competitief te blijven. Daarom moeten we nu investeren in projecten die onze beloftevolle sectoren door de crisis brengen. Iedereen is het erover eens dat we best naar een lage koolstofeconomie overschakelen en ons grondstoffengebruik drastisch lager moet. Dus kunnen we in de relance ook een koerswending steken. Zoals de windmolenparken op zee. We hebben veel troeven in de eco-industriëen, maar we kunnen onze bedrijven lanceren door zelf een voorloperbeleid te voeren. En ondertussen creëren we echt een concurrentiële energiemarkt: het is een illusie te denken dat verdere liberalisering een korte termijn oplossing is voor onze te hoge energieprijzen. En voor onze energieafhankelijkheid. Met projecten zoals de Noordzeering, durven we opnieuw toonaangevend te zijn, creëren we duizenden jobs en werken we aan de leefbaarheid van onze toekomstige generaties.

Dat laatste vat voor mij perfect samen wat een hedendaags socialisme kan betekenen. Dat vat onze zoektocht van de onzekerheid van vandaag naar de eerlijke samenleving van morgen samen.

Ik dank u voor de aandacht.

 

Dit is de schriftelijke versie van de speech die ik vandaag 24 maart hield in De Warande. Deze versie kan afwijken van de uitgesproken versie.