Het Griekse drama dat zich vandaag voor onze ogen afspeelt, is terug te brengen tot twee belangrijke en al even vernietigende krachten die Europa in hun greep houden: het tot volle wasdom gekomen neoliberalisme én het kinderlijk-nationalistische eigenbelang van natiestaten. Die barbaarse cocktail van graaien voor het eigenbelang heeft niet enkel Griekenland in een humanitaire crisis gestort, ze bedreigt nu zelfs de democratie én het voorbestaan van het vredesproject dat de Europese Unie in oorsprong was. Ik schrijf 'was' omdat in alle handelingen van de Europese instellingen en het IMF de kiemen voor conflict besloten liggen.

Het Griekse drama is terug te brengen tot twee allesvernietigende krachten: het neoliberalisme én het kinderlijk-nationalistische eigenbelang van natiestaten

De 'oplossingen' die de zogenaamde Trojka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en het IMF) sinds 2010 aan Griekenland opgelegd hebben, worden nu al drie jaar aan de publieke opinie verkocht als een 'hulpprogramma'. Maar wat als 'hulp' wordt verkocht, heeft de patiënt alleen maar zieker gemaakt. Griekenland is er niet op vooruit gegaan, wel in tegendeel. Al in het rapport van het Europees parlement werd duidelijk gemaakt dat de maatregelen van de Trojka niet alleen gebaseerd waren op verkeerde veronderstellingen, maar dat ze aantoonbaar negatieve effecten hebben gehad. Daarmee is meteen ook gezegd dat de voorzitter van de Eurogroep, Jeroen Dijsselbloem, vandaag het omgekeerde belichaamt van waar de Europese-sociaal-democraten voor staan, namelijk een solidaire houding met de Griekse bevolking, zoals het past in een Europese Unie die naam waardig.

Niet alleen voor Griekenland geldt de vaststelling dat de bezuinigingen geen zoden aan de dijk hebben gebracht. Toch worden ze hardnekkig voortgezet. Ik ga er van uit dat de Europese elite uit verstandige mensen bestaat die verdomd goed weten wat ze aan het doen zijn. Dat is zichzelf bedienen en niet Griekenland helpen. Zowel de Europese regeringsleiders als de toplui van de EU-instellingen waren in 2010 bang dat een Grieks faillissement andere lidstaten zou besmetten. Ze wilden bovendien de belangen van hun eigen economische elites beschermen. Daarom ook zijn de 'hulpprogramma's' voor Griekenland niet bij de Grieken terecht gekomen, maar dienden ze om vooral Franse en Duitse banken te 'redden'. Het is goed dat wij als Europese burgers weten dat ons belastinggeld vooral private schuldeisers heeft gespijsd.

Het zogenaamde 'hulpprogramma' is als een Middeleeuwse therapie: aderlating. Het werkt niet en het laat de patiënt zieltogend achter. Het Griekse parlement heeft in juni een Waarheidscommissie Publieke Schuld samengeroepen, bestaande uit onafhankelijke experts uit 11 verschillende landen. Op 15 juni getuigde de voormalige vertegenwoordiger van Griekenland bij het IMF dat datzelfde IMF verdraaid goed wist dat de Griekse schuld onhoudbaar was en dat het dus volgens haar eigen regels geen leningen mocht uitschrijven. Dat dat wel gebeurde, is omdat andere Europese lidstaten en de banken zo'n lening geforceerd hebben.

Interne IMF documenten tonen al sinds 2010 aan hoe men de Grieken in het gareel zou houden, met name via de weliswaar barbaarse, maar beproefde therapie van motivatie via pijn. Angst, schaamte, frustratie en ongemak zijn inderdaad sterke motivators. Maar beschaafde mensen gebruiken ze niet. Door de Grieken pijn te doen, hoopten de regeringsleiders en het IMF de Grieken op het 'juiste' pad te brengen.

Want er was uiteraard wel wat aan te merken op de manier waarop Griekenland bestuurd werd. Inefficiëntie en corruptie waren er tot kunstvorm verheven. Alleen laten de schuldeisers de Grieken vandaag niet toe om precies die systeemfouten te herstellen. Er moet bespaard worden op de pensioenen, de BTW moet omhoog én publieke eigendommen moeten geprivatiseerd worden. Kortom, het leven wordt duurder maar de mensen zullen minder hebben. Het kleinste kind beseft dat daar weinig goeds van komt. Je moet geen economie-expert zijn om te weten dat die maatregelen de competitiviteit of de economische activiteit niet zullen stimuleren.

Dat verklaart ook het verzet van de Griekse bevolking, die gekozen heeft voor een heel nieuw soort van politiek. Dat is opnieuw een doorn in het oog van de Europese politieke elites. Het gevolg is niet meer of niet minder dan het onderuit halen van de democratie. De Griekse bevolking heeft immers soeverein gekozen voor een politiek programma dat verworpen wordt door leiders van andere lidstaten die op hun beurt beweren dat ze daarvoor een mandaat hebben gekregen van hun kiezers. Het ene democratische mandaat weegt duidelijk minder dan het andere.

Europese regeringsleiders slagen er al jaren niet meer in het algemeen Europees belang te verdedigen. Steeds opnieuw geven ze hun eigen nationale belangen voorrang. Maar als de Griekse regering haar eigen nationale belang voorop stelt, is dat plotseling van nul en generlei waarde. Daar ligt het drama van de Griekse crisis, met name dat het de kern van het Europese probleem bloot legt. Een monetaire Unie is onmogelijk zonder een echte economische, fiscale, sociale en politieke unie waarbij belangrijke delen van de nationale soevereiniteit moeten verhuizen naar een hoger Europees niveau. Dat niveau moet een sterkere democratische legitimering krijgen.

Tot op heden heeft het Europees parlement zich niet kunnen uitspreken over het Griekse probleem, net zoals het niets te vertellen heeft gehad over de gruwelijke bezuinigingspolitiek die Europa onder de knoet houdt.

Zolang er geen democratische, politieke Unie bestaat, zullen lidstaten elkaar de duvel aandoen, elkaar beconcurreren met belastingvoordelen, elkaars belangen schaden, sociale dumping organiseren of maatregelen tegenwerken die alle Europeanen ten goede komen, zoals bijvoorbeeld de strijd tegen de klimaatverandering. De navelstaarderij en het eigenbelang van nationale regeringsleiders is de echte ziekte die langzaam maar zeker het Europese project vernietigt en nu zelfs de democratie bedreigt. Als we dat niet aanpakken, staan er ons sombere tijden te wachten.