Het patroon dat Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA) aanhoudt om sociale stelsels - in dit geval sociale woningen - te bekritiseren door ze met excessieve voorbeelden te diskrediteren, is doorzichtig. Meer nog, afgelopen weekend baseerde ze zich in De Tijd (bewust?) op foute cijfers. Dit keer had mevrouw Homans zelfs één en ander uitgezocht: ze belde naar 4 (!) sociale huisvestingsmaatschappijen om uit te zoeken hoeveel mensen precies meer verdienen dan 50.000 euro per jaar. Uitkomst: 190 sociale huurders. In één pennentrek extrapoleerde ze dat cijfer naar Vlaanderen en op die manier zouden maar liefst 12.000 sociale woningen vrij komen. Conclusie: die moeten eruit, varkentje gewassen.

Mevrouw Homans had beter ook met die 85 andere sociale huisvestingsmaatschappijen die Vlaanderen telt, gebeld. Of nog eenvoudiger en vooral sneller: ze had kunnen surfen naar de website van haar eigen administratie. Dan had ze zwart op wit gezien dat er in 2013 exact 7.571 sociale huurders waren met een netto belastbaar inkomen van 40.000 euro per jaar. Dat is een netto inkomen van 1.300 euro per maand, het loon van een kassierster of een postbode. Op een totaal van 138.326 sociale huurders in Vlaanderen vertegenwoordigt die groep amper 5% en zijn we een heel eind verwijderd van de 12.000 sociale woningen waarover mevrouw Homans zo graag spreekt. Wat wil mevrouw Homans nu eigenlijk? Die postbode en de kassierster, die samen twee kinderen hebben, daadwerkelijk op straat zetten, zodat ten minste 7.500 woningen vrijkomen voor wie op de wachtlijst staat? Het is de retoriek van een boekhouder die afrekent met de idee van een betaalbare woning voor iedereen. Wie meer verdient, betaalt meer huur. Dat zorgt voor meer inkomsten en dus meer investeringen in sociale huisvesting. Elke goeie boekhouder weet dat de postbode en de kassierster, met een modaal maar stabiel inkomen, eigenlijk heel hard nodig zijn om de globale balans van huisvestingsmaatschappijen in evenwicht te houden. Ze betalen immers hogere huur.

De lange wachtlijsten korten we niet in door huurders die werk vinden of meer gaan verdienen uit hun woning te zetten. Wanneer we sociale woonwijken in de toekomst enkel nog reserveren voor mensen van wie het inkomen onder een bepaald maximum ligt, dreigt het risico op gettovorming, zowel in de gemeenten als in de steden. Sociale mix en diversiteit in bepaalde wijken kan er op die manier drastisch op achteruit gaan. Bovendien stelt zo’n maatregel mensen voor een vreselijke keuze: ofwel proberen werk te vinden om vooruit te gaan in het leven, ofwel hun vertrouwde huis behouden. Zo vergroten we de neiging om in het zwart te werken of tout court een job te weigeren.

Neen, sociale huurders moeten huur betalen volgens hun inkomen. Op dit moment staan ongeveer 100.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning. Is de meest urgente boodschap dan niet om sociale woningen bij te bouwen of de privémarkt te stimuleren om in de bres te springen? (Dit opiniestuk verscheen ook op Tijd.be)