Sunder Katwala van The Fabian Society hield op ons congres een inspirerende toespraak over de toekomst van de sociaal-democratie. Lees hier mee wat hij zei.

‘Next Left’: bouwen aan een sociaal democratische toekomst

Van harte bedankt om me uit te nodigen voor dit congres. Ik vind het een grote eer hier te kunnen spreken in aanwezigheid van jullie partijvoorzitter Caroline Gennez. Caroline is één van de voortrekkers van de nieuwe generatie politieke leiders in Europa. Vele mensen kijken in hun richting om een nieuwe dynamiek te brengen in ons sociaal democratische ideeëngoed .

Dat is onze gezamenlijke opdracht: de creatie van ‘Nieuw Links’. We moeten tonen dat we daadwerkelijk voorstellen hebben om de huidige uitdagingen aan te gaan. En dat we het vertrouwen waard zijn om onze visie voor sociale verandering in realiteit om te zetten.

Dit is geen gemakkelijke opdracht. Op dit moment doen we het niet goed in de Europese lidstaten. Tien jaar geleden nog aan het roer stonden van Europa en de meeste nationale regeringen. Nu zitten we in vele landen in de oppositie. En waar we aan de macht zijn is het vaak vechten voor een volgende termijn.

Ik wil dieper ingaan op 2 uitdagingen waar we voor staan:

•    hoe kunnen we aantonen dat socialisten een eigen antwoord hebben op de financiële crisis
•    hoe kunnen we dit gebruiken als pleidooi voor een meer rechtvaardige samenleving – om zo het vertrouwen te herstellen in onze politieke overtuiging.

De situatie vandaag is heel bijzonder. De financiële crisis noodzaakte ingrepen om opnieuw stabiliteit te brengen en de gevolgen op de economie te beperken. Niemand weet wat de precieze lange termijngevolgen zullen zijn. Maar het gaat niet enkel om de mechanismen van de markt of de bredere economische impact. Veel zal afhangen van de politieke en publieke debatten die recent van start gegaan zijn.

Zullen het de socialistische partijen of de rechtse vleugel zijn die het vertrouwen zullen winnen? Vrienden, het zouden wij moeten zijn. We moeten mensen te overtuigen dat het enige juiste antwoord datgene is gebaseerd op onze waarden. Als we hier niet in slagen bestaat de kans dat mensen afhaken van politiek.

Ondervinden jullie ook dat in tijden van crisis nog meer onzin wordt verkocht dan anders? Simon Heffer, Een eurosceptische Britse commentator, stelde dat overheidinvesteringen in banken ‘nieuwe Bolsjewistische tijden’ inluiden. Gordon Brown, de leider van Labour, en zijn andere Europese sociaal democraten zullen hier toch wel even van schrikken. Maar waarschijnlijk verwondert het Angela Merkel, Nicolas Sarkozy en centrum rechts Europa nog veel meer. En laten we niet vergeten dat de Bush administratie de grootste ingrepen en nationalisaties van alle Westerse regeringen heeft doorgevoerd.

Onze economie is wereldwijd gelinkt. Daarom was het nodig dat alle regeringen, welke samenstelling ook, actie ondernamen.

Maar hoe zit het dan met het argument dat overheidsinterventie een probleem is? ‘Hoe minder staat, hoe beter’, dergelijk marktfundamentalisme aanhoren we al gedurende 25 jaar.  Maar tijdens deze crisis was de markt verlamd, hulpbehoevend en zelfs in vraag gesteld door zijn meest fervente aanhangers. Waarom? Omdat de stelling dat de markt zichzelf reguleert fout blijkt te zijn. Even fout als het oude Marxistische idee dat er niets anders opzit dan te wachten op de neergang van het kapitalisme om te zien welke nieuwe mogelijkheden er zijn.

Links moet constructief denken, en concrete, realistische oplossingen aanbieden. Antwoorden die passen binnen onze brede visie voor een betere samenleving.

De rechtse vleugel heeft het nog steeds niet goed door. Zelfs wanneer hun ministers van financiën bepaalde initiatieven namen, benadrukten ze nog steeds met hoeveel tegenzin dit wel was. Als je goed luister kan je argumenten horen zoals deze:
“We realiseerden ons dat een reactie absoluut nodig was. Maar laat er geen twijfel over bestaan: we wilden zelf niet tussenkomen. Dus we stelden uit. In de hoop dat de banken wel een oplossing zouden aanreiken, of dat de markt zelf een antwoord had. Maar de gevolgen van het uitblijven van een reactie werden te groot. Wat we hebben moeten doen druist in tegen onze principes. We zijn er nog steeds van overtuigd dat overheidsinterventie een gevaarlijke laatste reddingsboei is. Maar, vanuit pragmatisch oogpunt konden we niet anders. Het lijkt erop dat de wereld een ingewikkeld kluwen is geworden. Maar we doen ons best om alles opnieuw in de normale plooi te krijgen”.

Dergelijke antwoorden volstaan niet. Zolang rechts niet begrijpt waarom een reactie nodig was, zullen ze nooit  lessen trekken of kansen benutten. Recht is er van overtuigd dat, na de crisis en de daarbij horden noodreactie, we opnieuw moeten overgaan naar de orde van de dag. Tot de volgende crisis. Wij moeten ons sterk afzetten tegen deze opvattingen. En onszelf, onze tegenstanders en de mensen herinneren aan het belang van socialistische principes.

Er is niet iets zoals ‘de vrije markt’. De markt kan niet functioneren zonder regels die door de overheid worden voorzien.

Wij als sociaaldemocraten zijn ervan overtuigd dat markten een belangrijke rol kunnen spelen in een democratische en vrije maatschappij. Weinigen onder ons kunnen zich voorstellen hoe ons leven er zal uitzien zonder de kansen en keuzes die markten aanbieden. Maar de kracht van die markten heeft twee kanten, ze is zowel creatief als destructief. En markten kunnen helemaal niet werken of toch minder effectief of eerlijk als we de mogelijkheden van de politiek en regering niet gebruiken om die markten de juiste regels op te leggen. Ons argument tegen diegenen die riepen “markten goed, regeringen slecht” gedurende de laatste 25 jaar, is niet om het tegenovergestelde te zeggen “regeringen zijn goed en markten zijn slecht”. Maar we weten dat we enkel markten kunnen hebben als ze gecontroleerd worden door regels. Inderdaad, we hebben regels nodig om de competitie in de markt zelf te beschermen. En daarom treden regeringen op om oneerlijke monopoly posities te voorkomen.

Het blijkt duidelijker dan ooit dat markten niet kunnen bestaan zonder regels op het moment dat ze essentiële gemeenschapsvoorzieningen aanbieden. Natuurlijk zal je geen enkele regering vinden die een banksysteem zal laten failliet gaan. Je zal ook geen regering vinden die andere geregulariseerde markten zoals energie, transport of communicatie zal laten kapot gaan. Die realiteit moet duidelijker blijken in de manier waarop we de risico’s, de verantwoordelijkheden en de beloningen regelen, en ook in een nieuwe aanpak van de regulering en de taxatie.

Ten tweede. Als we weten dat er een belangrijke plaats is voor de markteconomie wil dat nog niet zeggen dat we moeten aanvaarden dat die markten de waarden in onze maatschappij mogen bepalen. We mogen er terecht trots op zijn dat onze sociaaldemocraten in het verleden enkele essentiële basisbeginselen van politiek en sociaal burgerschap uit de ban van de markt hebben kunnen trekken.

Eerst en vooral hebben ze ervoor gezorgd dat iedereen van zich kan laten horen in de politiek en kan stemmen. Daarna hebben ze ook voor een goed onderwijssysteem en uitstekende gezondheidszorg gezorgd. Die verwezenlijkingen hebben ervoor gezorgd dat de sociale welvaart in Europa voor geruime tijd kon genieten van vrede en voorspoed.
Dit alles werd onderbouwd door onze gedeelde sociale afspraken dat we elkaar zouden beschermen voor de ergste risico’s. Van die essentiële waarden hebben we de bouwstenen van onze Europese samenlevingen gemaakt. Daarom moeten we ook deze modellen en manier van handelen aanpassen als onze maatschappij veranderd. Toch blijven we de waarden en principes die ze ondersteunen behouden. En we hadden echt geen financiële crisis nodig om ons daaraan te herinneren.

De vrije markt kan geen antwoord bieden op grote veranderingen binnen onze maatschappij. We moeten nu belang hechten aan nationaal en internationaal beleid zodat de markten niets anders kunnen dan welvaart en sociale rechtvaardigheid nastreven.

Ten derde. Democratische samenlevingen moeten eveneens markten controleren om ervoor te zorgen dat ze de publieke draagkracht waar ze afhankelijk van zijn te behouden. In het verleden is het nooit de rol geweest van de sociaaldemocraten om het kapitalisme uit te roeien. Wel hebben we het soms aan banden moeten leggen. Onze ingrepen zijn vaak nodig geweest om het kapitalisme te redden van zowel zijn ergste excessen en zijn ergste pleitbezorgers. Al moet ik er meteen bij vertellen dat zij die lessen heel snel vergaten. We kunnen niets anders dan vaststellen dat de huidige crisis voor een vertrouwensbreuk gezorgd heeft bij het publiek in zowel de regering als de markten. Het feit dat de regering heeft moeten optreden om faillissementen te voorkomen is het beste bewijs dat we de risico’s de volgende keer niet zo hoog mogen laten oplopen. Het publiek heeft gelijk als ze kwaad zijn op wantoestanden van één bepaalde groep die geen verantwoording wil afleggen. Een heel kleine groep heeft tijdens de hoogdagen toen het geld binnen stroomde elke sociale verantwoordelijkheid hardvochtig afgewezen. Daarbij blonken ze uit in belastingontduiking en lieten ze niet na hun neus op te halen voor de rest van de wereld. Maar als het dan moeilijker gaat, na jaren de overheid en de maatschappij te hebben verteld om hen met rust te laten, komen die mensen terug en vragen ze aan ons allemaal om het systeem te redden en hun rommel op te ruimen. Nu we dat gezien hebben is het wel duidelijk dat de regels moeten veranderen.

Sociaaldemocratie na de crisis.
Zowel linkse als rechtse regeringen zijn overeengekomen om de noodtoestand uit te roepen. En zo stelden de rechtsen hun eigen politiek om de regering buiten spel te zetten zelf buiten spel. In elk geval moeten sociaaldemocraten die verschillen duidelijk maken omdat ze zo kunnen aanduiden hoe de principes voor een nieuwe politieke en economische structuur kunnen opgebouwd worden.

Ten eerste. Enkele verschillen hebben we al duidelijk gezien. Het sterke plan van Gordon Brown in Engeland dat over heel Europa mensen op het goede spoor gezet heeft verschilde sterk van het aanvankelijke plan uit Amerika. Dat Amerikaans plan bestond eruit om miljoenen dollars afkomstig van de belastingbetalers te gebruiken om de giftige schulden op te kopen en ergens te begraven alsof het nucleair afval was, met geen return naar de mensen, zodat banken winst maakten. Je zou kunnen zeggen, “te laat en te weinig” om de belangen van de mensen te beschermen terwijl de hoogste klasse het goed had en beschermd was tegen fouten.

Een belangrijk argument van sociaaldemocraten in Groot-Britannië en Europa is dat overheidsfondsen en garanties moeten gecombineerd worden met een test hoe belangrijk ze zijn.
•    hoe zouden spaarders en belastingbetalers beschermd zijn, welk belastingssysteem is hierbij goed
•    wanneer overheidsgeld en garanties banken toestaan om winst te maken, hoe kunnen we delen in de winst en niet enkel risico’s nemen
•    welke verantwoordelijkheden moeten we nemen om vanuit de private sector voordelen van algemeen nut te halen.

Sociaaldemocraten moeten nu eisen, of ze nu in meerderheid of oppositie zitten, dat overheden nauwgezet nakijken het algemene belang goed op te volgen en vertegenwoordigen in de verschillende nieuwe nationale plannen die doorgevoerd worden.

Ten tweede. De regeringen moeten opnieuw het lange termijn denken hanteren. Ze moeten nieuwe internationale systemen uit denken waarbinnen regulering en eerlijke regels die we nodig hebben, kunnen uitgewerkt worden. De eurosceptici die zegden “jullie willen enkel een Europa dat niet meer was dan een grote vrijhandelszone” vergeten altijd dat je geen grote continentale markt kunt hebben zonder regels die die markt mogelijk maken. Ze vergeten ook dat steun voor zo’n ééngemaakte markt afhankelijk is van een sociale dimensie. Als markten regels nodig hebben dan heeft een globale economie, globale regels nodig. We hebben politieke keuzes nodig over hoe we die globalisering zullen beheersen. De kosten en baten van globale markten zullen niet evenredig uitvallen. We zullen niet opnieuw publieke middelen vrijmaken om de vrije markt over heel de wereld aan te moedigen tenzij we er kunnen op rekenen dat de baten en kansen van die markt wijder zullen verspreid worden dan momenteel het geval is. Verder hangt er in heel de wereld verandering in de lucht. We hebben een nieuw multilateralisme nodig zodanig dat elke sociaaldemocraat meer zal willen dan dat de democratische kandidaat Barack Obama het Witte Huis haalt, maar ook zal willen dat er in Amerika meer verandert, dat Amerika opnieuw het betere Amerika wordt, het Amerika  dat ons er na de tweede wereldoorlog bovenop geholpen heeft. Met dat Amerika moeten we een nieuw multilateraal systeem van regels afspreken. Dit is het geschikte moment om Amerika zijn correcte plaats terug te geven. Als Amerika het tijdperk van de wereld na Bush betreedt kan er nog veel veranderen.

Ten derde. Wij sociaaldemocraten moeten die argumenten ook binnen de nationale politiek waarmaken. Het volstaat niet om de juiste analyse of handelswijze te hebben als we die politiek niet kunnen hard maken. Daarom moeten we de kern van ons geloof in een eerlijker en gelijkere maatschappij vertalen in boodschappen die het grote publiek kan verstaan.

Gelijkheid kan een complex idee zijn. Je kan het gemakkelijk verkeerd begrijpen. Het kan als een heel abstract argument overkomen of als iets dat alles naar beneden trekt. Maar we kunnen evengoed er een aantrekkelijke boodschap van maken die het brede publiek aanspreekt. Ga een hospitaal binnen en zoek er twee baby’s op die dezelfde dag geboren zijn maar van moeders met een verschillende achtergrond. Het is altijd gemakkelijk te voorspellen hoe ze het later op school zullen doen, hoeveel ze later zullen verdienen, ja zelfs hoe lang ze waarschijnlijk zullen leven. Een enkel geval zal uit de statistieken breken, maar het zal altijd wel bij een enkel geval blijven. De opdracht van sociaaldemocraten is om een kruistocht tegen het lot te beginnen zodanig dat het geen rol meer speelt waar we geboren zijn en dat de afkomst van de ouders ook niet meer belangrijk is zodanig dat beide baby’s evenveel kansen krijgen. Op die manier maak je van ons verhaal van vrijheid en kansen een positief verhaal. Op die manier kunnen we elk bepalen hoe ons leven er zal gaan uitzien en zijn we niet meer afhankelijk van het lot.

Dit houdt ook een manier van politiek bedrijven in waarin eerlijke kansen, eerlijke opbrengsten en eerlijke bijdragen belangrijk zijn. Eerlijke kansen betekent dat we opnieuw een sociaaldemocratie moeten opbouwen waarin er nieuwe standpunten over de eerste jaren, opvoeding en talenten centraal staan. Het betekent ook dat we heel bezorgd zijn voor toestanden waarin de kloven tussen inkomens en welvaart zo groot worden dat er niets meer aan te beginnen is. Als sociale mobiliteit onmogelijk geworden is, als generatie-armoede vaststaat, dan moeten wij ageren.

We moeten ook gaan voor eerlijke lonen en beseffen dat sommige lonen niet door de beugel kunnen omdat ze het gevolg zijn van onverantwoord gedrag. Als het verschil in lonen tussen de directie en de werkvloer niet een verschil is van één tot twintig maar van tweehonderd tot één, moeten we heel goed opletten. Dan moeten we nagaan hoe die beslissingen genomen zijn en of die wel door de beugel kunnen. Als de regering dan toch de financiële sector moet helpen dan moeten we van de gelegenheid gebruik maken om de graaicultuur aan te pakken.

Eerlijke bijdragen zijn ook nodig omdat we op de keper beschouwd allemaal aandeelhouders zijn in een gedeelde maatschappij waar iedereen rechten en plichten heeft. Dit is belangrijk voor sociaaldemocraten omdat in ons wereldbeeld gedeelde verantwoordelijkheden en risico’s bouwstenen van de sociaaldemocratie zijn. Als onze politieke tegenstrevers mensen met succes ervan kunnen overtuigen dat ze niets gemeen hebben, als ze mensen tegen elkaar kunnen opzetten en in groepen verdelen, ofwel volgens ras, geloof, ouderdom, inkomen of klasse en als ze hen kunnen doen geloven dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen, dan zullen we veel moeite hebben om de banden te smeden die essentieel zijn voor sociaaldemocratie.

We kunnen ervan uitgaan dat andere partijen ook zullen zeggen dat ze voor eerlijkheid zijn. Maar zullen ze er iets aan doen? Wij moeten het argument sterk maken dat “eerlijkheid niet toevallig gebeurt”. Eerlijkheid hangt af van de politieke keuzes die we maken, en wat de overheid doet. Zo kunnen we ons afvragen of de uitspraak van Bill Clinton dat “het tijdperk van de grote overheid” voorbij is, een uitspraak die één van de  belangrijke momenten van de nieuwe democraten en de derde weg markeerde, of die uitspraak niet teveel in de kaart van Reagan en Thatcher speelde. Misschien was dat wel zo, maar die perceptie klopt niet met wat Bill Clinton eigenlijk wou zeggen. Het probleem met korte citaten is dat ze soms te goed kunnen werken want iedereen is al vergeten wat hij nog zei en dat was het volgende: “


(quote clinton in het engels)
Ever since the Reagan Revolution of 1980, the dominant Republican argument has shifted from 'less government is almost always better than more of it' to 'government is 'always the problem'.

We take a different view. We say the era of big government is over, but we must not go back to an era of ‘every man for himself’

The truth is, Americans don’t want our government gutted. We know from experience that there are some things that government must or should do: protect us against enemies, foreign and domestic, come to our aid when disaster strikes, help fight crime, ensure the health and well-being of the weakest among us, restore and preserve the environment, ensure the safety of our food and provide everyone with access to quality education. We don't want our government in our face, but we do want it on our side when we need it, and quickly.


Die positieve argumenten zijn we kwijt geraakt en daar moeten de mensen opnieuw aan herinneren. We mogen best herinneren dat de overheid te sterk kan worden en te burocratisch en niet snel genoeg op zaken kan inspelen. Maar we moeten er ook blijven op hameren dat de overheid zijn rol tegenover de mensen niet genoeg kan opnemen door te zwak te zijn. Als het erop aan komt om te gaan met failliete staten, als we de millenniumdoelstellingen willen halen, als we er willen voor zorgen dat de economie minder CO² uitstoot en als we werk willen van een globale aanpak van de klimaatveranderingen en als we integratie en gelijke kansen in heel onze maatschappij echt willen waarmaken dan zullen we een betere overheid nodig hebben.