902 miljoen euro. Zoveel wordt in 2017 bespaard in de gezondheidszorg.  247 miljoen daarvan wordt bij de zorgverstrekkers gezocht.  Tot groot ongenoegen van kinesisten, tandartsen en artsen werd 2/3de van hun index ingehouden.  In een interview in Knack (15/03) maakt minister De Block zich hard dat de patiënt voor haar op de eerste plaats komt en dat “dokters die veel geld willen verdienen, beter iets anders gaan doen”.  Toch raken de besparing in de eerste plaats de patiënt en niet de zorgverstrekkers.

Steeds meer zorgverstrekkers rekenen supplementen aan

Sinds begin dit jaar zijn kinesisten en tandartsen vrij hun tarieven te bepalen.  Dit omdat men niet tot nieuwe akkoorden komt.  De kinesisten krijgen momenteel een individuele overeenkomst voorgelegd, maar meer dan 40% van hen liet al aan hun beroepsfederatie weten ze deze overeenkomst verwerpen.  Als zij ook officieel uittreden, treedt de overeenkomst niet in werking.

De tandartsen kregen nog geen nieuw akkoord voorgelegd.  De artsen zijn nog gebonden door een akkoord maar de twee grootste syndicaten hebben dit opgezegd.  Of het akkoord daadwerkelijk tot een einde komt is onzeker, maar ook hier is de relatie vertroebeld.

En ondertussen wachten de zorgverstrekkers niet om hun tarieven op te trekken.  Het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten analyseerde de verrichtingen aan het loket.  Daarbij stellen ze een enorme toename vast van het aantal gevallen waarin supplementen worden aangerekend.  Vooral bij kinesisten is de stijging van de supplementen zeer drastisch.  

Bij kinesisten die voorheen het akkoord volgden werd 2016 slechts in 7% van de gevallen een supplement aangerekend.  Vandaag gebeurt maar liefst 50%(!) van de verstrekking met supplementen.  Bij kinesisten die ook voorheen het akkoord niet volgden stijgt dit aandeel van 12 naar 59%.   Ook tandartsen rekenen steeds vaker supplementen aan.  Hier stijgt het aantal verstrekking met supplementen van 20% naar 24% en van 28% naar 33% voor respectievelijk geconventioneerde en niet-geconventioneerde tandartsen.

Opmerkelijk, ook bij artsen-specialisten worden sinds de aankondiging van de index- besparing (oktober 2016) vaker supplementen aangerekend.  Nochtans zijn de artsen nog steeds geboden door een akkoord.


De beroepsfederaties raden aan de tarieven op te trekken

Sinds januari zijn kinesisten en tandartsen vrij hun tarief te bepalen.  Hoe hoog een supplement, en dus de meerkost voor de patiënt, in een individueel geval  uitvalt is niet met zekerheid te zeggen.  Maar de beroepsfederaties van zowel de kinesisten (Axxon) en de tandartsen (VBT en VVT) stellen zelf een prijsstijging aan hun leden voor.  Zo kunnen we ons een beeld vormen.  Het tarief dat Axxon zijn leden voorstelt doet de patiëntenfactuur met 32 tot 38% oplopen.  Gezien een behandeling bij de kinesist steeds uit meerdere sessies bestaat kan de factuur voor de patiënt aardig oplopen.  Iemand die na een eenvoudige breuk 18 keer langs de kinesist moet, ziet zijn eigen bijdrage met bijna 50€ stijgen tot 155,34€.  

De Vlaamse Vereniging voor Tandartsen raadt haar leden aan de tarieven op te trekken met 3 tot 5%.  Ook hier betekent dit dat het de factuur voor de patiënt is die stijgt.  Als we die stijging bijvoorbeeld toepassen op het jaarlijks preventief onderzoek dan verdubbelt (+89%) het remgeld daarvoor.

Conclusie

Niet de zorgverstrekkers maar de patiënt betaalt de besparing van minister De Block. De cijfers van de socialistische mutualiteiten tonen duidelijk dat er steeds vaker supplementen worden aangerekend.  De tarieven die de beroepsverenigingen voorstellen doen de factuur voor de patiënt fors oplopen.  Door het uitblijven van de akkoorden zijn kinesisten en tandartsen vrij hun tarief te bepalen.  Zij rekenen steeds vaker supplementen door.  Specialisten lijken zelfs het einde van hun akkoord niet af te wachten om vaker supplementen aan het rekenen.  En zo zijn niet de zorgverstrekkers maar de patiënt de dupe van het besparingsbeleid van minister De Block.