“Wat de verdomde plicht moet zijn van links om op te komen voor onze sterke sociale zekerheid wordt bij gebrek aan eigen verhaal een goedkoop politiek verwijt.” De oorlogsvluchtelingen doen Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten dag na dag spartelen. Is het niet in primetime op tv met uitspraken die de wenkbrauwen doen fronsen (“Anders dan tijdens WO II weten we niet hoe lang dit zal duren”), dan wel met bovenstaande woorden. De liberalen - en met hen de andere rechtse partijen in deze regering - zitten tussen hamer en aambeeld. Dat deze oorlogsvluchtelingen een nieuw gegeven zijn en dat deze regeringen dit dus niet kan afschuiven op 25 jaar socialisme, stelt ze nu voor hun eigen verantwoordelijkheid.

De vluchtelingencrisis die we vandaag kennen is er één zonder voorgaande in de naoorlogse geschiedenis en dan moeten we nu vooral helpen waar we kunnen, in plaats van politieke spelletjes te spelen.

Waarom kiest een partijvoorzitter van de meerderheid niet voor een écht en eerlijk debat over de partijgrenzen heen in plaats van ongegeneerd de realiteit te verdraaien, valse beelden te creëren en goedkope uitspraken te doen die moeten inspelen op het buikgevoel van de Vlamingen? Suggereren dat vluchtelingen geen plichten hebben en alleen maar rechten, dat ze onze sociale zekerheid ondergraven als we niet opletten, is vals. Een debat waar de honderden vaders, moeders en kinderen die aan het Noordstation kamperen geen boodschap aan hebben. En ook de Vlaming niet die zich terecht zorgen maakt over de toekomst van onze sociale zekerheid. In Ter Zake legde Kenneth Roth, hoofd van Human Rights Watch, de vinger op de wonde door te benadrukken dat deze crisis wél beheersbaar is. Roth plaatst de huidige stroom van oorlogsvluchtelingen in perspectief. “Ze vertegenwoordigen minder dan één tiende van 1 procent van de huidige bevolking van de Europese Unie.” Ik sluit me dan ook volmondig aan bij de woorden van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken, toen die op de radio zei dat het “niet het moment is van politieke spelletjes en we niet naar elkaar moeten beginnen te wijzen”.

Mevrouw Rutten mag in de media dan wel pleiten voor een menswaardig bestaan, maar hoe rijmt ze dat met de beslissing om de hefbomen daartoe weg te nemen? Het regeerakkoord schrapt immers het historische artikel uit 1976 dat die garantie biedt voor elke mens. Antwerpen, waar Open VLD mee aan het roer zit, neemt zelfs de vlucht vooruit. Daar is die stap al gezet. Dat terwijl vorige coalities – met sp.a – wel degelijk trajecten opzetten om nieuwkomers behalve materiële steun, ook in te schakelen op de arbeidsmarkt. Zo krijg je anno 2015 enkel OCMW-steun als dat gekaderd is in duidelijk uitgestippeld traject. Zo draag je ook bij aan onze samenleving én onze sociale zekerheid. Want ja, die laatste staat onder druk. Dat vraagt gedurfde en positieve keuzes. In die context vormen niet de oorlogsvluchtelingen de grootste bedreiging, wel de regeringen waar mevrouw Rutten deel van uitmaakt. Of hoe verklaart ze anders de lagere pensioenen, de vermindering van de kinderbijslag of het snijden in de uitkeringen voor langdurig zieken? In plaats van een vals vijandbeeld te creëren - vandaag is dat links, wat zal het morgen zijn? – is het Ruttens plicht om oneliners, onmogelijke voorstellen of uitspraken die de “wij-zij”-tegenstellingen aanscherpen achter zich te laten. Een beleid en woorden die er in bestaan om de levensomstandigheden van kinderen en vluchtelingen hier miserabel te houden, om zij die hopen naar hier te komen af te schrikken, is bovendien onmenselijk en uitzichtloos.

De vluchtelingencrisis die we vandaag kennen is er één zonder voorgaande in de naoorlogse geschiedenis en dan moeten we nu vooral helpen waar we kunnen, in plaats van politieke spelletjes te spelen. Want het laatste wat vluchtelingen wilden, was hun leven op het spel zetten uit vrije wil. Ze deden dat omdat oorlogen in Syrië, Libië of elders hen daartoe dwongen. Daarom zou de Belgische regering - in Europese afspraak – oorlogsvluchtelingen beter tijdelijk erkennen, een mogelijkheid die het Europees wettelijk kader trouwens voorziet. Zo’n aanpak vermijdt een nodeloze procedure, geeft recht aan wie effectief oorlogsvluchteling is en voorziet terugkeer na het einde van de oorlogssituatie. Zo’n gecoördineerde en humanitaire aanpak zou onze burgers beter dienen dan een situatie waarbij elke lidstaat zich terugplooit binnen de eigen grenzen en klaagt over de aanpak van de EU. Maak daar werk van, net als ‘safe havens’ aan de buitengrenzen en een solidaire spreiding.

Kortom, de mensen van dit land verwachten nu eerlijke antwoorden én constructieve maatregelen die oplossingen bieden op het terrein. Welke beslissingen nemen de regeringen? Binnen de EU, maar ook in ons land. Dat is precies het debat dat we hier en nu - over de partijgrenzen heen - moeten voeren. En geen ander. Wij reiken alvast de hand uit.