In het voorstel van de onderhandelaars zouden laaggeschoolde jongeren pas na twee jaar op het loonniveau komen van hun oudere collega's. Tot dan zouden ze minder verdienen dan het minimumloon, dat op dit moment amper 1.500 euro bruto per maand bedraagt. Meryame Kitir: “Iemand moet mij dat principe toch eens uitleggen: hoe motiveer je in godsnaam jongeren om een job te zoeken met een salaris dat lager ligt dan het minimumloon? Van positieve activering en begeleiding is in dit scenario absoluut geen sprake. Als je de bodem uit het vat slaat, zoals de federale onderhandelaars nu willen doen, loopt het leeg. Met alle gevolgen van dien.” sp.a pleit al langer voor een beleid op maat dat jongeren ondersteunt en interessanter maakt voor werkgevers, zowel op federaal als op Vlaams niveau. Zo verwijst Kitir naar het voorstel van werkcheques van ex-minister van Werk Monica De Coninck. “Zo’n werkcheque maakt het voor de werkgever makkelijker en vooral goedkoper om jonge laaggeschoolden in dienst te nemen. De loonkost moet immers naar beneden, niet de lonen van die jongeren.” Kitir is ook niet te spreken over de aanpak van dit dossier. “De onderhandelaars willen zonder enig overleg met de vakbonden de sectorale afspraken over de minimumlonen naar de prullenmand verwijzen. Dat is nooit gezien.” “En zo zijn jongeren opnieuw de dupe van dit rechtse beleid. Na de besparingen in het onderwijs willen deze regeringen hen nu aan het werk zetten voor een bedrag dat nog lager ligt dan het huidige minimumloon. Jongeren als een kost zien, is stilaan de rode draad in deze rechtse coalitie”, besluit Karin Temmerman.