Terwijl de stad met grote uitdagingen kampt op vlak van tewerkstelling, armoedebestrijding en mobiliteit lanceerde Vlaams Belang op de vorige gemeenteraad een rondje communautaire profilering. Jammer dat hierdoor de echt belangrijke discussies ondergesneeuwd geraken.

 

Sp.a gaat geen enkel debat uit de weg, ook niet het debat over de taalfaciliteiten. Maar we vragen wel dat we dit naar de juiste proportie weten te brengen. Wie denkt dat met het afschaffen  van de faciliteiten plots alle problemen van Ronse opgelost zullen zijn en Kluisbergen en Maarkedal vol overgave zullen meestappen in een gemeentefusie, maakt zichzelf iets wijs. We hopen dan ook dat we na deze gemeenteraad, ons eindelijk kunnen focussen op de problemen die er wel toe doen.

Dat zelfs de partijen die zich hierrond profileren, niet weten hoe ze het probleem moeten aanpakken, mocht blijken uit de motie die we mochten ontvangen vorige week maandag en die op vrijdag holder de bolder werd ingetrokken en vervangen door een nieuw exemplaar.

 

Voor sp.a staat de dienstverlening aan de burger en niet het bestuurlijk statuut van de stad centraal. Voor ons is elke burger gelijkwaardig, onafhankelijk van de taal die hij spreekt. Elke burger verdient het dan ook om zo goed mogelijk geholpen te worden. In het Nederlands als het kan, in een andere taal als het moet. Zo interpreteren wij het containerbegrip ‘taalhoffelijkheid’ dat blijkbaar door elke partij onderschreven wordt, maar steeds met een andere definitie. Vanuit die logica stelt onze partij een aantal amendementen voor. Wanneer het bestuur met deze amendementen instemt en we garanties krijgen dat taalhoffelijkheid geen loze belofte is, dan zijn we bereid om de motie mee te onderschrijven. Ook wij willen immers Ronse niet opnieuw uit de boot zien vallen bij de volgende fusiegolf die er naar alle waarschijnlijkheid zit aan te komen.

Bijkomend stellen we vast dat heel wat van de problemen die door burgers en politici worden aangehaald niets te maken hebben met het taalstatuut van onze stad, maar wel met de opeenvolgende regionaliseringsgolven waarmee gewesten en gemeenschappen steeds meer bevoegdheden kregen. Als bedrijven of bewoners verhuizen naar de andere kant van de taalgrens, heeft dat nooit te maken met het taalstatuut van de stad maar wel met een (aantrekkelijker) beleid op ruimtelijk, fiscaal of economisch vlak. Daarover zien we echter geen enkel voorstel. Tot op heden heeft zowel de administratie als het bestuur te weinig zicht op het beleid van onze zuiderburen, waardoor we te weinig zicht krijgen op de risico’s en opportuniteiten die zich aanbieden. Om hieraan te verhelpen, dienen we eveneens een aantal amendementen in.

 

We hoopten met onze amendementen de discussie uit de politieke symboliek te halen en hierover een rationeel debat te kunnen houden. Maar de meerderheid houdt de discussies liever vaag en symbolisch. Na herhaaldelijk hierom te hebben verzocht kon niemand ons een definitie van taalhoffelijkheid geven, laat staan zich ertoe engageren om dit in de deontologische code van de stad te schrijven. Voor ons bewijst dit dat de discussie niet langer draait om het taalstatuut maar over het bewust bemoeilijken van de dienstverlening aan Franstaligen. Op die manier volgt de meerderheid de geest van het voorstel van Vlaams Belang en gaat ze bewust voor een beleid dat verdeelt in plaats van te verbinden.

Wij konden deze motie dan ook niet goedkeuren.


Onze amendementen kunt u hieronder lezen