Jongeren die probleemgedrag vertonen krijgen reeds enige tijd via het PrOS-project bijkomende ondersteuning. PrOS staat voor ‘probleemgedrag op school’, en is een initiatief van de stad Mechelen. Op vraag van onderwijsschepen Caroline Gennez wordt vanaf dit schooljaar het succesvolle project uitgebreid met een nieuw schooluitvalpreventieproject.

“Het project biedt gedurende vier weken buitenschoolse opvang aan voor jongeren die dreigen uit de boot te vallen. Doel is een herintegratie van de jongeren in de klas”, zegt Gennez.

De stad Mechelen werkte reeds samen met het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg De Pont vzw voor het PrOS-project. Een eerste deelwerking voorziet in een individueel begeleidingsaanbod voor 12 tot 18-jarigen. Een tweede deelwerking voorziet eenzelfde aanbod voor 10 tot 12-jarigen en een groepsaanbod voor 12 tot 18-jarigen.

Dankzij subsidies van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die de stad aanvroeg en verkreeg in het kader van het flankerend onderwijsbeleid, kan de samenwerkingsovereenkomst met CGG De Pont uitgebreid worden met een derde deelwerking.

“Het nieuwe schooluitvalpreventieproject komt er op vraag van de scholen zelf”, legt Gennez uit. “Zij stellen een toename vast van het aantal leerlingen dat definitief wordt uitgesloten. Zo werden in Mechelen in het schooljaar 2006-2007, 191 leerlingen uitgesloten in onze stad. Met dit project willen we deze finale maatregel vermijden door preventief in te grijpen”.

Het project biedt vier weken buitenschoolse opvang aan jongeren die probleemgedrag vertonen op school. Tijdens deze vierweekse opvang worden allerlei activiteiten voorzien, zowel op het vlak van vorming, sociale vaardigheden en impulscontrole als op het vlak van ontspanning, welzijn en gezondheid. Er is tevens een driedaagse trektocht in het programma opgenomen. De link naar de school wordt wel regelmatig gemaakt met het peter-meter-project, deelname aan de klasseraad, een gesprek met de jongeren in de klas, een toonmoment en een projectevaluatie met de leerkracht. Na de vierweekse opvang wordt nog twee weken follow-up gedaan zodat de herintegratie van de jongere in de klas kan begeleid worden.

“Het is echt problematisch als jongeren reeds op jonge leeftijd uit de (school)boot vallen. Zij dreigen in een zeer lange situatie van bestaansonzekerheid terecht te komen. We doen er daarom alles aan om dit te vermijden. We willen dat iedereen in onze stad meekan en dit nieuwe initiatief is een bijkomend middel om deze doelstelling te verwezenlijken”, besluit Caroline Gennez.