OCMW start aanbestedingsprocedure voor nieuw woonzorgcentrum

Lummen - De OCMW-raad heeft het definitieve aanbestedingsdossier voor de realisatie van het nieuwe woonzorgcentrum goedgekeurd.

"Hiermee komen we na jaren van voorbereiding eindelijk in de bouwfase voor de nieuwbouw van ons woonzorgcentrum Meerlehof' zegt OCMW-voorzitter Birgitt Carlier. Ook het bestaande gebouw krijgt een nieuwe bestemming. Het geheel wordt een volwaardige campus waar je met alle vragen rond ouderenzorg terechtkan. Dat is nodig, want het aantal 65- en 80-plussers stijgt in onze gemeente snel en dus neemt ook de zorgvraag snel toe".

Woonzorgcentrum wordt Zorgcampus

Belangrijk voor het OCMW  was niet enkel de realisatie van een nieuwbouw maar de opwaardering van de hele zorgcampus van het Meerlehof en het geheel aan diensten naar ouderen uitbouwen om meer “leven op de berg” te realiseren.

OCMW-voorzitter Birgitt Carlier: "Het totale project ‘Campus Meerlehof’ omvat twee fases. De eerste fase is de bouw van een nieuw woonzorgcentrum (FASE I). Nu de aanbesteding door de OCMW-raad is goedgekeurd, kan die bouw binnen enkele maanden al echt starten. De eerste voorbereidende grondonderzoeken werden trouwens al uitgevoerd met gunstig resultaat".

Als de nieuwbouw klaar is, zal in de tweede fase het bestaande rusthuis gerenoveerd worden.  Het krijgt dan een nieuwe bestemming als lokaal dienstencentrum en dagverzorgingscentrum. Ook de thuiszorgdiensten zullen er dan een plaats krijgen.

3 blokken

Het aanbestedingsdossier raamt de kostprijs voor de te realiseren nieuwbouw van het woonzorgcentrum op € 8.755.497, excl BTW. Het nieuwe wzc zal plaats bieden aan 80 bedden en 3 bedden kortverblijf.  

CONIX RDBM Architects en de studiebureaus Establis en Ingenium stonden in voor het ontwerp van het nieuwe wzc. "Bij de keuze van het ontwerp waren twee criteria bepalend", zegt Birgitt Carlier. "Een eerste belangrijk criterium was vanzelfsprekend de visie op ouderzorg. Maar daarnaast was het door de ligging 'op de berg' ook een uitdaging om de beschikbare ruimte optimaal te gebruiken.. En ook dat is goed gelukt".

De nieuwbouw is geen lang gebouw, maar bestaat uit 3 aparte blokken. Vanuit het zorgconcept van het woonzorgcentrum worden 9 leefgroepen (3 per blok), met telkens acht tot tien individuele kamers, rond een centraal plein ingepland. Dergelijke indeling in verschillende kleinere leefgroepen laat de beste woonzorg op maat toe.

De 3 blokken worden als het ware geplooid rond het centrale plein. Door de gebouwen/blokken elk een andere richting te geven, zal het landschap tot diep in het woonzorgcentrum kunnen doordringen en zullen bewoners vanuit hun kamer uitzicht hebben op de omgeving ipv op de kamers in de tegenoverliggende blok.

Door gebruik te maken van het bestaande reliëf op de campus zal er een boven- en benedenplein ontstaan en zal het centrale ontvangstplein geaccentueerd worden.    

Behoud eigen aanbod cruciaal

De infrastructuur van het huidige rust- en verzorgingstehuis “Het Meerlehof', dat 25 jaar geleden gebouwd werd, voldoet niet aan de huidige erkenningsnormen van de Vlaamse Overheid.

Birgitt Carlier: "Bovendien zijn we er ons binnen het OCMW al langer van bewust dat het aantal senioren in onze gemeente sneller toeneemt dan in andere, vergelijkbare gemeenten in Limburg en in Vlaanderen.  Het aantal 65-plussers steeg de voorbije 10 jaar in Lummen met ruim één vierde en het aantal 80-plussers zelfs met 60%".

De beslissing om over te gaan tot het bouwen van een nieuw woonzorgcentrum is dus niet nieuw. Maar de plannen werden herhaaldelijk doorkruist door onvoorzienbare gebeurtenissen, waar het OCMW zelf geen vat op had. Zo besliste de huidige Vlaamse Regering kort na haar aantreden op een ogenblik dat niets nog de effectieve start van de werken in de weg leek te staan, plots eenzijdig om al de voorziene subsidies voor de realisatie van rustoorden te bevriezen en het subsidiemechanisme volledig te her-evalueren en te hervormen. Het project nieuwbouw Meerlehof, dat eigenlijk quasi bouwklaar was,  liep hierdoor verschillende jaren vertraging op. En toen er vorig jaar dan toch een nieuw Vlaams subsidiestelsel was, bleek dat financieel minder gunstig voor de lokale besturen.

"Toch hebben we doorgezet. Gelukkig! De huidige onzekerheid rond het voortbestaan van het wzc dat nog maar enkele maanden geleden door privė-investeerders geopend werd, toont opnieuw aan hoe belangrijk het is dat we ook als lokaal bestuur blijven investeren in kwalitatief woonzorgaanbod en dit niet aan de private sector alleen overlaten. De ervaring leert dat een openbaar wzc ook private investeerders aanzet om kwaliteit te blijven leveren aan een faire en betaalbare prijs", besluit Carlier.